Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XCIX. OPGAANDE NAAR JERUZALEM.
477
door «stadsschrijver» weergegeveiii, het-
geen letterhjk een verslaggever beteekent,
en feitelijk overeenkomt met ons « burge-
meester De volksvergadering, die te
Efeze het hoogste gezag uitoefende, wordt
ook door Lukas vermeld (vers 39).
Efeze is niet alleen belangrijk voor den
beoefenaar der Schrift, omdat Paulus zich
in die stad heeft opgehouden. Naderhand
was Timotheus opziener der gemeente
aldaar, en daarheen werden ook de twee
Brieven van Paulus aan hem gezonden.
Het was de woonplaats van Johannes in
zijn ouderdom; aan Efeze was een der
Brieven aan de «Zeven Gemeente van Azië»
gericht, waarin aan hen, die vroeger Diana
«de levensbron» hadden gediend, beloofd
wordt, dat zij «van den boom des/euewi^»
iullen eten (Openb. H : 7). Driehonderd
jaar later werd de Derde Algemeene Kerk-
vergadering te Efeze gehouden.
Niet alleen is de « kandelaar» van de
Gemeente van Efeze reeds lang «van zijne
plaats geweerd», maar er zijn nog slechts
enkele bouwvallen, die de plaats aanduiden,
waar eens de beroemde stad stond; de
naburige plaats, Smyrna, is haar opge-
volgd in hare handelsgrootheid.
Eeuwenlang was er geen spoor te vinden
van de juiste ligging van den Tempel van
Diana, totdat een Engelsch reiziger deze
in 1871 heeft ontdekt. Na jaren achtereen
gezocht te hebben, is hij eindelijk op de
overblijfsels van het plaveisel en op kolom-
men gestuit, 20 voet onder de tegenwoor-
dige oppervlakte.
Les XCIX. — Opgaande naar Jeruzalem.
« Maar ik acht op geen ding.»
Te lezen — Gedeelten van Hand. XX, XXL
Te leeren — Rom. XV : 30, 31; Ps. XVI : 8. (Gez. 21 : 1, 2; Ps. 62 : 1, 5).
Voor den Onderwijzer.
De overeenkomst tusschen dit «opgaan» van Paulus naar Jeruzalem en dat
andere «opgaan», waartoe de Heer «Zijn aangezicht richtte», is zoo treffend,
dat het den onderwijzer veel gemakkelijker zal vallen in den geest van het
verhaal te treden, indien hij gebruik maakt van hetgeen in Les L (ook LX)
gezegd is. Een gelijksoortig beeld kan den leerlingen voor oogen worden ge-
houden; dezelfde toelichtingen kunnen gebruikt worden; de toepassing is
in hoofdzaak dezelfde. De hoofdfiguren van den Apostel, die standvastig
en vastbesloten blijft te midden zijner treurende en angstige vrienden, moet
in geen geval verduisterd worden door de vele belangrijke bijzonderheden
van de reis. Toch mogen deze bijzonderheden niet weggelaten worden;
de beschrijving van het lachende landschap en de voorspoedige zeereis kunnen
juist dienen, om een scherper tegenstelling te vormen met het donkere
vooruitzicht, dat den reizigers voor oogen slaat. De meeste leerlingen
zullen met belangstelling den weg van het schip op de kaart nagaan; maar
dit moet, zoo mogelijk, begeleid worden door genoeg plaatselijke bijzonder-
heden, om van de eilanden en steden iets meer te maken dan enkel namen.
In overeenstemming met het algemeene plan, in deze Lessen gevolgd, is
de toespraak van Paulus aan de ouderlingen van Efeze niet in bijzonderheden
uitgewerkt. Aant. 5 echter zal hun, die dit wenschen te doen, van nut zijn.