Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
vil. DE VLUCHT VOOR HERODES.
29
4. Dit verblijf iii Egypte was ook voor-
speld, vers 15; Hos. XI : 1. Hosea be-
doelde, dat God azijn zoon» Israël {Exod.
IV : 2-2) uit Egypte bracht. Wat had dit
met dit Jezus te maken. Wie was waarlijk
het «zaad van Abraham», de «heerlijkheid
van Gods volk Israel?» Zie Gen. XXII: 18;
Gal. 111:16 [Verwijs naar Les 11]. Alzoo
moest de Messias, even als Zijn geslacht
naar het vleesch, in het «vreemde land,»
in Egypte wonen; en van daar geroepen
worden door God; en de woorden van
Hosea zouden zoowel voor het verledene
als voor de toekomst waar zijn.
Is onze tekst niet waar? «Vele ge-
dachten ____ Maar — de Raad des
Heeren, Die zal bestaan.»
De «gedachten» feilen niet altijd; maar
wanneer zij uitkomen, dan is het opdat
Gods bedoelingen ten uitvoer gebracht
worden. De dag kwam, dat de listen,
die tegen dat kind beraamd waren, ge-
lukten — maar wat volgde hieruit? Zie,
hoe de Apostelen onzen anderen tekst
verstonden, Hand. IV : 25—28 («ai wat
Uw raad te voren bepaald had»). Waar
is nu die pasgeboren koning? hoe lang
zal Hij regeeren ? Lees 1 Cor. XV : 25. Eens
zullen allen — van harte of gedwongen —
met yreugde of met angst — doen, wat
Herodes voorgaf (vers 8), dat hij zoude
doen, Fil. U : 10.
Zijt (jij vervolgers uan/<ezus Gij ergert
u over deze vraag; maar lees Hand. IX : 5
(wien had Saulus vervolgd?); Matth. XXV:
40, 45. Welke gevoelens hebt gij jegens
schoolkameraden, die «vroom» zijn? Zijn
er niet «vele gedachten» tegen lien? Wat
zal daarvan komen? Gij wint niets en
maakt God tot uw vijand.
Wordt gij evenals Jezus vervolgd? Al
Zijn dienstknechten zullen vervolgd wor-
den, Joh. XV : 18-20; 2 Tim. Hl : 12.
Maar indien kleine kinderen, die niets
wisten, God door hun dood verheerlijkten,
hoeveel te meer zullen zij dit doen, die
gewillig en geduldig voor Christus lijden
(ook in kleinigheden)! En wat zal daar-
van komen? Wij zijn aan de zijde van
God en kunnen zeggen: Ps. CXVIH : 6;
Hom. VIII : 31. Zijn raad zal bestaan —
en welke is die raad? Lees Luk. XII:32.
Aanteekeningen.
1. Wat wij in dit hoofdstuk van Herodes'
karakter leeren kennen, komt geheel
overeen met de beschrijving, die Josephus |
van hem geeft. De man, die door zijn
achterdocht en jaloezie de moordenaar
van zijn vrouw en zijne drie zonen werd,
moest ook de man zijn, die eerst ver-
ontrust werd, toen hij van een geboren
Koning der Joden hoorde (hij, een Idumeër,
had zich door gewetenlooze kuiperijen
van den troon meester gemaakt), en daarna
de terdoodbrenging van alle mannelijke
kinderen te Bethlehem beval. Hij lag
denkelijk op zijn sterfbed, gekweld door
de pijnlijke ziekte, die een einde maakte
aan zijn leven, toen de Wijzen kwamen.
Zie Les IV, Aant. 1.
De moord wordt niet door Josephus
vermeld; maar dit is niet vreemd, wanneer
wij ons Herodus' menigvuldige wreedheden
herinneren, en wij bedenken, dat er in een
kleine stad als Bethlehem waarschijnlijk
niet meer dan twintig of dertig jongens
onder de twee jaar geweest zullen zijn.
2. Vers 16. ndeszelfs landpalen »y
d. i. de voorsteden; de gehuchten en ver-
spreide huizen om de stad.
3. «Twee jaar oud en daaronder».
Uit deze woorden leiden sommigen af, dat
de ster eerst verscheen, toen Jezus ont-
vangen werd, daarna weder bij Zijne
geboorte; dat de Wijzen verklaarden dat
dat zij de ster «dertien maanden geleden»
(vier maanden voor hunne reis rekenende)
gezien hadden; en dat Herodus (daar vol-
gens het spraakgebruik der Joden alles wat
over de twaalf maanden is, twee jaar wordt
genoemd) dienovereenkomstig handelde.