Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
474
XCVIII. ZEGEPRAAL DER WAARHEID TE EFEZE.
zooals die te Efeze, maar in andere op- |
zichten slecht — die uwe gedachten bezig- !
houden, en u verhinderen te bidden? Of ■
geeft gij alleen om geld? Bedenk twee '
zaken:
(a) Gij zijt uit uzelven niet sterk genoeg
om deze ketenen te verbreken; maar Chris-
tus wel. De Satan is sterk, maar Christus
is sterker (Luk. XI : 21, 22). En Christus
is bereid om u te helpen. Indien gij dus
niet verlost wordt, is het uwe schuld.
Indien gij gevoelt, dat gij gebonden zijt
door de banden uwer zonden, bid dan,
dat God in Zijne oneindige ontferming u
verlosse.
(b) Elk jaar, elke maand, elke dag
maakt uwe verlossing moeilijker; en stel
u voor, dat, terwijl gij wacht, de Dood u
kwam overvallen! Ga terstond tot Christus,
en bid, dat Hij u haastig verlosse.
Aanteekeningen.
1. De «ongewone krachten», voor welker
uitoefening Paulus bijzondere macht had
ontvangen, zijn een kenschetsend voor-
beeld van de wijze, waarop God voor ver-
schillende doeleinden verschillende mid-
delen gebruikt. Zulke wonderen moesten
op een bijgeloovig volk als de Efezers
indruk maken. Deze indruk werd zeker
nog verhoogd, doordat Paulus, die zulke
bovennatuurlijke krachten bezat, niet het
minste loon van de gemeente wilde aan-
nemen voor zijne voorbeeldelooze liefde,
zorg en moeite, en door in het zweet des
aanschijns te werken in het onderhoud
van zichzelf en zijne medearbeiders (zie
Hand. XX : 34) voorzag; het volk begon
nu ook de zweetdoeken en gordeldoeken,
die hij op Aquila's werkplaats droeg, als
heilig te beschouwen; want het is duidelijk,
dat de aanwending dezer kleedingstukken
voor zieken in de gedachten van het
volk, niet van Paulus was opgekomen; en
ofschoon dit niet de hoogste soort van
geloof was, nam God het toch aan en
beloonde het.
2. «Omzwervende Joden, duivelbezweer-
ders», beter «zwervende Joodsche duivel-
bezweerders» — mannen, die van plaats
tot plaats gingen, voorgevende, dat zij
bezetenen konden genezen. Vele Schrift-
uitleggers meenen, dat .Matth. XH : 27
beteekent, dat deze «duivelbezweerders»
werkelijk op de eene of andere wijze dui-
velen uitwierpen. Zie Les XXXIH, AanL 4.
Dit verhaal levert een duidelijk bewijs
voor het bestaan van bezetenheid. De man
en de booze geest worden met zorg onder-
scheiden.
3. Tot de voornaamste vormen, waar-
onder zich het bijgeloof te Efeze vertoonde,
behoorden de «Efezische letters». Dit waren
geheimzinnige woorden en teekens, die
op het beeld van Diana (zie daarover
Aanh. XVH, blz. 476) waren gegrift, en op
de amuletten, die men bij zich droeg,
geschreven waren, of als bezweringen
werden uitgesproken. De studie dezer tee-
kenen en de verschillende soorten van
toovenarij, welke te Efeze uitgeoefend
werden, was eene diepzinnige wetenschap;
en de boeken, welke, zooals vers 19 mede-
deelt, verbrand werden, waren die harer
beoefenaars. Alle boeken waren in die
dagen zeer kostbaar, en werken over zulk
een onderwerp zeker nog het meest; toch
moet het aantal, dat verbrand wei d, groot
geweest zijn, ,om eene waarde uit te maken,
die op f 21,000 geschat wordt.
4. De « zilveren tempelen » waren kleine
afbeeldsels en penningen van den tempel
en het beeld van Diana, welke, evenals de
«Efezische letters», als amuletten gebruikt
werden, in optocht werden rondgevoerd
en als « huisgoden » in particuliere huizen
geplaatst werden. Het maken dezer af-
beeldsels was dus een winstgevend beroep,
daar ieder, die te Efeze kwam, er kocht,
al was het slechts als eene gedachtenis.
Het is eene smartelijke gedachte, dat in
den tegen woord igen tijd een soortgelijke
handel gedreven wordt. Op de overeen-
komst is duor een Bnomsch-katholiek
Schriftverklaarder gewezen, waar hij op-
merkt, dat zij «deze beeldjes bij zich
droegen, zooals sommige reizigers afbeel-
dingen van Onze Lieve Vrouwe van Loretto
bij zich dragen ».
5. 1 Cor. XVI : 8, waar Paulus ver-
meldt, dat hij van plan is «tot den Pink-
sterdag te Efeze te blijven », met hetgeen
in Hand. XX : 1 staat, dat hij, dadelijk
na het oproer van Demetrius, de stad ver-