Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
473 XCVIII. ZEGEPRAAL DER WAARHEID TE EFEZE.

verliezen; evenals Paulus zelf, achtten zij
(Phil. III : 7) « hetgeen hun gewin was,
om Christus' wil schade.» Deden zij het
in het geheim? «In aller tegenwoordig-
heid » — «belijdende en verkondigende
hunne daden» (zie Spr. XXXIII : 13) —
zich niet schamende den gekruisigden
Christus te belijden. Waarlijk eene zege-
praal voor de waarheid!
II. Een strijd tegen de zelfzucht.
(1) Eenige dezer amuletten, die de
Efezers gebruikten, waren kleine zilveren
medailles van Diana, of modellen van haar
tempel — «zilveren tempelen», vers 24
{Zie Aant. 4). Hiervan werden zulke groote
aantallen verkocht, dat zij, die ze maakten
en verkochten, zeer rijk werden (vers 25).
Maar nu, nadat Paulus drie jaar te Efeze
geweest is, vermindert hunne winst —
waarom? Zouden de nieuwbekeerden « zil-
veren tempelen» koopen, om zich voor
gevaar te behoeden, wanneer zij konden
opzien tot den «Heer over allen» als tot
hun vriend?
(2) Maar zal dit den werklieden beval-
len? Zij houden er eene bijeenkomst over:
zie wat de voorzitter zegt, vers 24—27
{Zie Aant. 5, 6). Meent gij, dat het toch
eigenlijk wel wat hard voor hen was?
Maar met de toovenaars was hetzelfde
gebeurd, en zij offerden met blijdschap
hunne verdiensten op ter wille van Christus.
Dit was niet het geval met de zilversme-
den — het is hun overschillig of het volk
in de duisternis blijft — zij zijn zelven in
de duisternis — zij geven alleen om winst.
Hoe velen zijn aan hen gelijk! En toch,
hoe veel kan men in den dood mede-
nemen? Ps. XLIX: 18; zie Matth. VI: 19,
20; Tim. VI : 9, 10, 17-19.
(3) Wat nu te doen? Zij moeten het
volk opstoken —hoe? vers 28 — het doen
denken, dat zij den godsdienst verde-
digen. Gaven zij werkelijk zoo veel om
Diana? Niet meer dan Judas om de armen
gaf (Joh. XII : 4—6). Maar hun geroep
vindt weerklank — eene groote opschud-
ding — het gepeupel gaat Paulus zoeken —
twee zijner vrienden worden gegrepen —
dan begeven zij zich naar den grooten open
schouwburg {zie Aant. 7) — roepen ter
eere hunner godin — willen van geene
verantwoording hooren (vers 33, 34) (zie
Aant. 9) — «al die Joden zijn het eens »!
(4) Hier dreigt een ernstig gevaar. Indien
Paulus gegrepen wordt, zal men hem
denkelijk vermoorden — dan komt mis-
schien eene groote vervolging van allen,
die «uit de duisternis tot het licht» zijn
overgegaan — de voortgang van het Evan-
gelie zal gestuit worden — het rijk van
den Satan overwinnen. Maar God treedt
op verschillende wijzen tusschenbeide,
wanneer Zijne hulp noodig is. Heden zien
wij, hoe Hij bijstand verleent door (a)
ongewone wonderen, en door (6) den
gezag uitoefenenden geest van een invloed-
rijk persoon — van een man, die, be-
vreesd, dat de Romeinsche stadhouder de
stad wegens oproer zal straffen, de menigte
tot bedaren brengt, vers 35—41 {Zie
Aant. 16).
Nog eene zegepraal van de waarheid!
Zijn er nu ook niet zulke worstelingen
in uw hart?
Hoevele jongens en meisjes zijn er niet,
die iets op moeten offeren, indien zij
Christus getrouwelijk willen dienen; maar
toch blijven zij het vasthouden!
Hoevelen «gelooven», evenals deze Efe-
zers ; weten, dat alleen de dienst van Chris-
tus gelukkig kan maken, maar trachten
toch iets te behouden, dat Hem mishaagt!
Houdt eene slechte gewoonte — al wordt
zij in het geheim bedreven, evenals de
toovenarij der Efezers — u van Christus
terug? Of zijn het slechte boeken, — niet