Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
470
XCVIII. ZEGEPRAAL DER WAARHEID TE EFEZE.
afstand van verscheidene mijlen zichtbaar.
Paulus moet het gezien kunnen hebben,
lang voordat het schip den Piraeus be-
reikte.
Twee voorsteden van Athene zijn be-
roemd als de plaatsen, waar de wijsgeerige
scholen van Plato en Aristoteles bijeen-
kwamen. De eerste hield hare bijeen-
komsten in de boschjes der Academie,
buiten de muren in het noordwesten; de
laatste in de boschjes van het Lyceum,
aan den voet van den Lycabettus. De
Stoïcijnen en Epicureërs kwamen binnen
de stad bijeen: de eersten in een der gangen
op de Agora, de Geschilderde gang ge-
naamd; de laatste in een «tuin», welks
ligging onbekend is.
In de dagen van Paulus had Athene
zijne oude militaire grootheid verloren,
en was Cprinthe de hoofdstad van de
Romeinsche provincie Achaje. Maar het
was nog de hoofdzetel van Grieksche kennis,
kunst en wijsbegeerte, en werd door alle
geleerden uit alle deelen des Rijks bezocht.
Les XCVIII. — Zegepraal der Waarheid te Efeze.
«Alzoo wies het Woord des Heeren met macht en nam de overhand.»
Te lezen — Hand. XVIIII : 19—28, XIX.
Te leeren — Zach. XIII : 2; Joh. IH : 19—21. (Ps. 135 : 9, 12).
Voor den Onderwijzer.
De aankomst van Paulus te Efeze en zijne prediking aan de Joden aldaar
wordt als inleiding voor de Schels genomen; de onderwijzer zal wèl doen
hierbij slechts kort stil te staan, daar de verdere geschiedenis veel tijd zal
vereischen. De eerste afdeeling (de «strijd tegen het bijgeloof») neemt meer
plaats in dan de tweede (de «strijd tegen de zelfzucht»), daar er meer ophel-
deringen noodig zijn ten dienste der onderwijzers; maar bij het geven der Les
zal het beter wezen eenige punten van hel eerste gedeelte (b.v. de «ongewone
krachten» of het voorval met de Joodsche duivelbezweerders) weg te laten,
dan het gevaar te loopen van een onderwerp, dat zoo zeker de belangstelling
der kinderen gaande zal maken als het oproer van Demetrius, te moeten af-
korten. Met meergevorderde klassen make men ruimschoots gebruik van de
Aanteekeningen betreffende dit voorval, en het Aanhangsel aan het einde der
Les. Maar wat men ook weglate, hel verbranden der boeken moet stellig
behandeld worden, daar hierop de toepassing hoofdzakelijk rust. Behalve de
meer algemeene lessen, die er aan ontleend worden, is er eene zaak van het
hoogste gewicht in den tegenwoordigen lijd, waarop dit vooral ons de gelegen-
heid geeft te wijzen, nl. de ongezonde en zelfs onreine lectuur, die in zulke
wijde kringen verbreid wordt, en die den geest onzer jonge lieden ver-
giftigt op eene wijze, welke door de meeste onderwijzers niet vermoed wordt.
Er kan bijna geen krachtiger bewijs zijn voor de macht «/an den Godsdienst
in het hart van menig Zondagschoolleerling, dan het nalaten van dusdanige
lectuur — die zoo verleidelijk, zoo-boeiend, zoo schijnbaar onschadelijk, zoo
gemakkelijk te verbergen is.