Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
vil. DE VLUCHT VOOR HERODES. 28
Jeruzalem te laten oprichten. En toch
vreest hij nu voor een pasgeboren kind!
Maar hij wist dat hij, een vreemdeling
een Edomiet, geen recht op den Joodschen
troon had — was het niet mogelijk dat
dit kind, als geboren Koning der Joden,
meer recht had? Hij wist, dat er een
Messias beloofd was — als Deze het mis-
schien was! Hoe ontdekte hij waar hij
naar het Kind moest zoeken? wie zond
hij? Hoe bedroog hij hen? Verg. Ps. XV :
21. [Verwijs naar de vorige Les].
2. Herodes wordt hoe langer hoe on-
rustiger — de Magiers zijn niet terugge-
komen; dan hebben zij zeker (denkt hij)
den nieuwen mededinger gevonden, en
zich aangesloten aan zijne partij — wat
nu te doen? Het kind zal sterven, wie
het ook zij — hoe? Lees vers 16—18.
Hoe dwaas, indien het kind nief de Messias
is, waartoe dan die vrees? indien het de
Messias is, wat kan Hem dan deren? Er
is niet veel tijd toe noodig om de wreede
daad ten uitvoer te brengen — de soldaten
zijn spoedig terug — Herodes voldaan —
«Die koning is nu uit den weggeruimd»
[Zie Aant. 1]. Maar slechts eenige weken
daarna, riep de Koning der Koningen
Herodes voor Zijn rechterstoel.
3. Maar kom te Bethlehem. Zie de be-
droefde gezinnen, de verslagenheid der
vaders, de tranen der moeders — al de
kleine kinderen dood, op wreede wijze
vermoord — dien nacht was er geen
enkel in Bethlehem overgelaten. Indien
Rachel uit haar graf, dat daar dicht bij
was (Gen. XXXV : 19; 1 Sam.X: 2) had
kunnen opstaan, hoe zoude zij geweend
hebben! Een slachting en een weeklagen,
even als toen de Babylonieérs Rama ver-
woestten. Van deze verwoesting sprak
Jeremia (XXXI : 15), maar God bedoelde
zijn woorden als een profetie van den
rouw, die 600 jaar later, om de kinderen
bedreven zou worden, die voor Zijn Zoon
stierven, vers 17, 18 {Zie Aant. 6).
4. Beklaagt gij deze kinderen? Beklaag
liever de bedroefde ouders — maar is
een dood kindje wel te beklagen? Het is
aan al de zonde en droefheid, die het in
het leven zou hebben, ontkomen; het lam
kan niet verdwalen — er is geen gevaar
dat het verloren ga — het is voor altijd
veilig in de kudde. En deze kinderen
hadden de eer, om voor Christus te ster-
ven — wat Paulus bereid was te doen
(Hand. XXI : 13) — zij behooren tot de
edele schare, der martelaren, met Stefanus,
Polycarpus.
n Het kind in veiligheid.
1. Maar werd het Kind met de overige
gedood? Lees vers 13—15. Lees nog
eens de profetie van Jeremia — te Rama
werden niet alle gedood — eenige zullen
eens wederkomen; zoo ook te Bethlehem.
Een gered — Dat zoude eens in heer-
lijkheid wederkomen.
2. Denk aan Jozefs droom — aan den
spoed dien hij maakt — aan Maria*s
haastige voorbereidselen — hij moet da-
delijk, in 't geheim, bij nacht vertrekken —
dan de lange reis — hoe angstig moet
Jozef achter zich gekeken hebben uit
vrees voor zijne vervolgers — hoe dank-
baar, toen zij eindelijk in Egypte waren,
buiten het bereik van Herodes.
3. Toen geen Pharao in Egypte — een
deel van welk rijk was het? Vele Joden
woonden daar [Zie Aant. 4]. Misschien
zou Jozef wel vrienden ontmoeten. Maar
hij moest spoedig terugkeeren [Lees vers
19—23], Waarom was het veilig voor het
kind om terug te gaan? Waar wilde Jozef
eerst heengaan [Zie Les VI, Aant. 1]?
Waarom veranderde hij van plan? Waar
ging hij toen heen? Over het leven van
Jezus te Nazareth zullen wij aanstaanden
Zondag spreken.