Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
462
XCVIl. VEKKOXDIGlXCt VAX DEN LEVENDEN GOD TE ATHENE.
dood en verbeurdverklaring van goederen.
Cicero beschuldigt in een zijner redevoe-
ringen den stadhouder eener provincie
van juist hetzelfde gedaan te hebben, wat
de hoofdmannen te Philippi deden, en hij
bevestigt, dat «een Romeinsch burger te
binden een vergrijp, hem te geeselen
eene misdaad, hem ter dood te brengen
bijna een vadermoord is»; en hij wijdt
verder uit over de tooverkracht van de
pleitrede «cms Romanus sum» («Ik ben
een Romeinsch burger»). En weinige jaren
vóór Paulus' bezoek te Philippi beroofde
Keizer Claudius de bewoners van Rhodes
van hunne vrijheid, omdat zij eenige
Romeinsche burgers ter dood hadden ge-
bracht. De hoofdmannen waren dus niet
zonder reden « bevreesd» (vers 38).
Het is van zeer veel beteekenis, dat
Paulus en Siias geene melding maakten
van hun burgerschap, toen zij gevangen
werden genomen, maar eerst den vol-
genden dag. Zij wilden hun voorrecht niet
enkel voor hun persoonlijk voordeel ge-
bruiken. Zij wisten zeker, dat hun lijden
noodzakelijk was voor de vervulling van
Gods bedoelingen (bedenk, wat wij ver-
loren zouden hebben, indien zij niet hadden
geleden!), en zij waren tevreden, indien
zij door hun lijden zoowel als door hun
arbeid de werktuigen van Zijn wil konden
zijn. Maar door naderhand aanspraak te
maken op hun recht, konden zij veel
bijbrengen tot de veiligheid en het aanzien
hunner bekeerden; zij gebruikten dus
onbevreesd hunne nationale rechten ten
voordeele van de zaak huns Meesters.
Evenzoo wilde Christus Zijne macht niet
uitoefenen om steenen in brood te ver-
anderen, terwijl Hij duizenden op wonder-
dadige wijze spijzigde.
Het is niet duidelijk, wat er de hoofd-
mannen toe bracht, den volgenden mor-
gen eene boodschap te zenden «om die
menschen los te laten». Mogelijk had de
aardbeving zoowel hun geweten doen ont-
waken als dat van den stokbewaarder; en
in alle geval gevoelden zij toch, toen zij
verder over de zaak nadachten (ofschoon
zij nog niets wisten van het burgerschap
van Paulus en Silas), dat zij onwettig ge-
handeld hadden met onverhoorde men-
schen te geeselen, en dachten, dat zij het
gemakkelijkst uit de moeilijkheid zouden
geraken door hen eenvoudig los te laten.
Les XCVII. — Terkondiging van den levenden God te Athene.
«/n Hem leven tvij, bewegen ons, en zijn wij».
Te lezen — Hand. XVII : 15—34.
Te leeren — Ps. CIV : 27—30; Rom. I : 21, 22. (Gez. 55 : 2; Ps. 119 : 49, 50).
Voor den Onderwijzer.
Onderwijzers, die genoeg van Athene en hare geschiedenis weten, om zelfs
in de geringste mate het enthusiasme te deelen, dat de naam alleen bij beoefe-
naars der classieken opwekt, zullen zich voor deze Les met zooveel genoegen
voorbereiden en haar geven, dat het bijna niet missen kan, of het onderwijs
moet boeiend zijn, indien zij zich eenige moeite geven. De gedachte aan den
grootsten der Apostelen, staande op zulk eene plaats, in zulk eene omgeving
en zulk een gehoor toesprekende, is ten hoogste belangwekkend voor hen.
Voor onderwijzers, die deze kennis niet bezitten, zijn de moeilijkheden van
het onderwerp zeer groot, en alles, wat wij kunnen doen, is die moeilijkheden
tot een zoo klein mogelijk bestek terug te brengen. De Schets en de Aantee-
keningen zullen, naar wij hopen, voldoende blijken te zijn voor dat doel, maar
zij moeten ook met bijzondere zorg bestudeerd worden.