Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
454
xcv. DE ROEPSTEM VAN DEN HEIDEN.
trekken zij; en in hoeveel tijd varen zij
over? vers 11.
Die vier eenvoudige mannen, die daar,
in dit onbekende schip, over de blauwe
zee varen, zijn Gods helpers; zij brengen
hulp aan de Heidenen! Hoe zouden de
groote mannen gelachen hebben, hadden
zij dit geweten! Maar zie 1 Sam.XIV: 6;
2 Kron. XIV : 11; 1 Cor. I : 27, 28.
Welke hulp brachten zij? Gods openbaring
aan Zijne schepselen — eene boodschap
niet van toorn, maar van liefde — in Joh.
III: 16 lezen wij welke zij was. Zij brachten
de kennis van Christus en wat is verder
noodig? Kom tot Hem — dan zult gij
weten, wat gij moet doen; dan zult gij
genade en kracht hebben, om het te doen,
m. De eerstelingen der zending.
De vier zendelingen in de straten van
Philippi — eene menigte krijgslieden en
Romeinsche ambtenaren overal verspreid
— misschien ontmoeten zij de twee hoog-
geplaatste officieren, die het bevel voeren,
met hunne wachten, welke bundels geesel-
roeden dragen (Zie Aant. 6). Eene weinig
belovende plaats! — de menschen zien
er niet naar uil, alsof zij hulp noodig
hebben van Joodsche reizigers!
Gewoonlijk zoekt Paulus eene Synagoge
op — spreekt eerst tot zijne eigen lands-
lieden — maar die zijn hier bijna niet,
er is dus geene Synagoge — slechts een klein
getal vrouwen, die God dienen, zonder
dat iemand op haar let — waar? vers 13
(Zie Aant. 7). Zie Paulus op den Sabbat
met eene kleine groep menschen om hem
heen — welk een begin van den grooten
arbeid in Europa — maar zie Zach. IV :
10. Wie wordt het eerst bekeerd? vers 14
(Zie Aant. 8). Zie, ten eerste, de oorzaak
harer bekeering — wat er haar toe bracht
« de Heer heeft haar hart geopend »; ten
tweede, de gevolgen — (a) aandacht voor
«hetgeen gesproken werd» (hoe verschil-
lend zoudt gij luisteren, indien uwe harten
geopend waren); (b) zij werd gedoopt —
Lydia vreesde niet den «gekruisten Christus»
te belijden; (c) zij was bereid om de dienst-
knechten van God te helpen — zij dacht
geen oogenblik: «Het zal mij zooveel kosten
deze vier mannen te onderhouden». Er
werden nog anderen bekeerd, want zie
vers 40, En dat kleine aantal was niet
alleen de eerste Gemeente in Europa, —
maar zij behoorden ook tot de getrouwste
vrienden van Paulus, zie Phil. I : 7, IV:
1, 15.
Is de wereld nu geheel anders dan zij
toen was?
Denk aan de groote Christenlanden en
de vele duizenden, welke Christus waar-
lijk liefhebben, die overal verstrooid zijn.
Denk aan ons eigen land, waar vroeger
niets anders dan Heidenen woonden; hoe-
veel ware Christenen zijn er nu! En toch
zijn er in Afrika, Indië, China, enz. —
nog menigten van Heidenen.
(a) ße bede om hulp klimt nog steeds
tot God op. Overal duisternis, zonde,
ellende. De Heidenen hebben behoefte aan
vrede en verlossing, maar weten niet hoe zij
die kunnen ontvangen (Voorbeeld. — Pel-
grimstochten in Indië, Juggernaut, enz.);
en wanneer onze zendelingen daar komen,
hoe gretig luisteren zij dan naar hen!
Somtijds gaat het den zendelingen evenals
Christus (Mark. VI : 31) — «er waren
velen, die kwamen en gingen, en zij had-
den zelfs geen gelegen tijd om te eten».
Somtijds komen de hoofden van afgelegen
dorpen honderden mijlen ver loopen, om
den zendeling te zien en te vragen of hij
hen wil bezoeken. Moest deze bede ook
niet in onze ooren weerklinken?
(b) De bede wordt nog steeds op dezelfde
wijze verhoord. Christus is nu nog evenals
vroeger « met innerlijke ontferming over
hen bewogen», omdat—? (Is^e tekst om