Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
450
XCIV. AANHANGSEL OVER PAULUS EERSTE ZENDINGSREIS.
9. Het is op dit punt der geschiedenis,
dat de naam Saulus afgelegd en die van
Paulus aangenomen wordt. Sommigen
hebben gemeend, dat deze laatste naam
door den Apostel ter eere van Sergius
Paulus werd aangenomen; maar dit is
zeer onwaarschijnlijk, en de beste schrij-
vers denken, dat 'hij van zijne kindsheid
af de beide namen had, de eene de Jood-
sche, de andere de Romeinsche. Maar,
indien dit zoo is, waarom wordt dan juist
op dit punt «Saulus» met «Paulus» ver-
wisseld? De be^te uitlegging schijnt te
zijn, dat de Heidensche naam werd aan-
genomen, omdat de Apostel zijn zendings-
arbeid onder de Heidenen begon.
« Het was de door God vastgestelde tijd,
waarop Paulus als Heidenapostel op zou
treden; en deze gebeurtenis liep nog meer
in het oog, omdat zij samenviel met zijne
zegepraal over een vertegenwoordiger van
het ongeloovige en afvallige Judaïsme, en
de bekeering van een officieel vertegen-
woordiger van Rome, wiens naam dezelfde
was als zijn apostelnaam. Dit gewichtige
tijdstip wordt nog verder gekenmerkt door
Paulus' eerste wonder of teeken van zijn
apostelschap (zie 2 Cor. XH : 12), voor-
afgegaan door eenige woorden, waaruit
het hoogste apostolische gezag spreekt».
Terecht zegt Howson: « Evenals Abram
veranderd werd in Abraham, toen God
beloofde, dat hij de vader veler volkeren
zou zijn; evenals Simon veranderd werd
in Petrus, toen tot hem gezegd werd « op
deze petra zal Ik Mijne Gemeente bouwen »
— zoo werd ook Saulus veranderd in
Paulus op het oogenblik zijner grootste
zegepraal onder de Heidenen».
Deze opvatting wordt bevestigd door het
feit, dat van nu af aan Paulus de leiding
op zich neemt. Tot nu toe was het geweest
«Barnabas en Saulus»; voortaan is het
« Paulus en die met hem waren » (vers 13)
of «Paulus en Barnabas» (vers 43, 46, 50,
XV : 2, 22, 35). Voor elk der drie uit-
zonderingen hierop (XIV: 14, XV : 12, 25)
kan de reden aangegeven worden, en zij
bevestigen eerder nog den regel.
10. Jupiter (Zeus) was de grootste der
classieke godheden, de « vader der goden
en der menschen». Mercurius (Hermes)
was de god der welsprekendheid en werd
als de « bode der goden » beschouwd. De
dichter Ovidius verhaalt eene legende, dat
Jupiter op een zekeren dag eene mensche-
lijke gedaante aannam en deze zelfde stre-
ken bezocht, door Mercurius vergezeld;
dit verklaart, waarom Paulus en Barnabas
voor hen gehouden werden. Barnabas was
denkelijk ouder dan Paulus, had misschien
een gebiedender voorkomen (zie 2 Cor.
X : 10) en zag er daarom waarschijnlijk
als eene hoogere godheid uit; terwijl Paulus,
als de woordvoerder, vanzelf voor den
god der welsprekendheid werd gehouden.
Jupiter was de schutspatroon of bescherm-
god van de Lystriêrs: zijn tempel of beeld
was dicht bij («voor de stad» XIV : 13):
het volk dacht dus, dat hun eigen god
onder hen was neergedaald.
11. De ossen (eerder stieren) en kransen
(gebruikt lot het versieren der altaren en
der slachtoffers) werden gebracht «aan
de voorpoorten», nl. (zooals uit het Grieksch
blijkt) aan de deuren van het huis, waarin
Paulus en Barnabas na het wonder gegaan
waren — misschien het huis van Timotheus*
ouders. De twee Apostelen, niet wetende
wat het geroep beduidde (hetgeen bepaald
wordt uitgedrukt en ook verklaart waarom
het dialect hier in het bijzonder genoemd
wordt), waren onbewust van de eer, die
hun wachtte, totdat zij den optocht voor
de offerplechtigheid zagen; en toen snelden
zij, met schrik en afschuw vervuld, naar
buiten om de heiligschennis te verhinderen.
Rafael's beroemde teekening geeft een
levendige voorstelling van het tooneel.
AANHANGSEL XIV. — PAULUS' EERSTE ZENDINGSREIS.
Bij de voorbereiding voor deze Les zal
de onderwijzer veel nut hebben van eene
korte beschrijving van Paulus' eerste zen-
dingsreis. Men raadplege de kaart voor het
vinden der verschillende plaatsen.
Het Syrische Antiochiê verlatende, « kwa-
men » (Hand. XIH : 4) Paulus en Bar-
nabas de Orontes «af» tot Seleucié. Van
de kust aldaar kan men, op een helderen
dag, duidelijk de hooge bergen van het
eiland Cyprus boven den zuidwestelijken
horizon zien verrijzen; en met een gun-
stigen wind zou de reis naar Salamis niet
langer dan eenige uren duren. Van daar
gingen zij ongetwijfeld te voet, en denkelijk
langs een Romeinschen weg, naar Pafos,
de hoofdstad, ongeveer honderd mijlen
verder aan het andere uiteinde van het