Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XCIY. DE EERSTE ZENDINGSREIS. - DE STRIJD OM EENE ZIEL. 449
uit Afrika, maar behoorde waarschijnlijk
tot de groote Joodsche Kolonie te Cyrene (zie
Les LXXXVI, Aant. 2) en een dergenen, die
het Evangelie in Antiochië bracht. Men
veronderstelt, dat hij de Lucius van Rom.
XVI : 21 was, die door Paulus zijn «bloed-
verwant » genoemd wordt. Het is een geheel
andere naam dan Lukas (Lucanus). Mana-
hen was «met Herodes den Viervorst
(Herodes Antipas) opgevoed», d. w. z. hij
was zijn voedsterbroeder.
2. De roepstem van den Heiligen Geest
kwam denkelijk door een van de profeten,
daar zij eene openbaring was aan de Ge-
meente, en niet (zooals in VIII : 29) aan
een bijzonderen persoon; verg. hoofdst.
XX : 23 met XXI : 10,41. De «Profeten»
van het Nieuwe Testament waren eene
klasse van leeraars, die door rechtstreek-
sche ingeving spraken. Somtijds voorspel-
den zij toekomstige gebeurtenissen (XI :
28, XXI : 10, 11). De gave der Profetie
wordt door Paulus boven die der talen
gesteld (1 Cor. XH : 28, XIV : 1-5).
3. Johannes Markus, die Barnabas en
Saulus vergezelde, wordt hun «dienaar»
of helper genaamd. Waarschijnlijk was
aan hem, onder meer zaken, het doopen
der bekeerlingen opgedragen; zie X: 48;
1 Cor. I : 14-17.
4. « Kwamen af», in vers 4, doet ver-
onderstellen, dat zij de rivier afzakten.
5. Het eiland Cyprus was evenals de
stad Antiochië het middelpunt van ver-
keer tusschen het Oosten en het Westen.
De godsdienst was er half Oostersch, half
Grieksch, en vereenigde de verkeerdheden
van beide. Paphos, de zetel van het be-
stuur, was in het bijzonder bekend om
zijnen Venustempel en de schandelijke
plechtigheden, die aan den dienst dier go-
din verbonden waren — een dienst, dien
Athanasius de «vergoding der zinnelijke
lusten» noemde. Te Salamis, aan het
oostelijk uiteinde van Cyprus, waren vele
Joden, die daar gelokt waren door den
winstgevenden handel, welke gedreven kon
worden met de voortbrengselen van het
eiland, dat zeer vruchtbaar was en ook
belangrijke kopermijnen bezat. Let op het
meervoud «Synagogen» in vers 5. Er
waren Synagogen te Damascus (IX: 20),
maar slechts ééne « Synagoge » te Thessa-
lonika en te Corinthe (Hand. XVII : 1,
XVHI : 4.
6. Sergius Paulus bekleedde niet dezelfde
waardigheid als Pilatus, ofschoon zij beiden
stadhouders worden genoemd. De provin-
cies van het Romeinsche Rijk waren van
tweeërlei aard. Sommige stonden onder
het rechtstreeksch gezag van den Keizer,
sommige onder dat van den Senaat. De
eerste waren onder een militair bestuur
en werden door «propraetors», «legaten»
of «procurators» geregeerd; de laatste
stonden onder burgerlijk bestuur en wer-
den door «proconsuls» geregeerd.
7. Onder de toovenaars in die dagen
waren vele Joden, zoowel mannen als
vrouwen. De hekeldichter Juvenalis schil-
dert het beeld eener Romeinsche dame,
die door een Joodsche waarzegster mis-
leid werd, en hij voegt er bij, dat de
Joden «voor de kleinste som gelds de toe-
komst wilden voorspellen, hoedanig men
die ook wilde». Het grofste bijgeloof
heerschte onder alle klassen. Zelfs hield
(zooals Suetonius ons mededeelt) de eerste
Keizer, Augustus, er toovermiddelen op na
tegen onweer en vreesde hij des nachts
alleen gelaten te worden.
Elymas beteekent in het Arabisch het-
zelfde als Magiër, nl. «wijs». De «wijzen»
uit Matth. II : 1 worden in het oorspron-
kelijke « Magiërs » genoemd.
Zij, die dikwijls zendingsberichten lezen,
weten alles af van de voortdurende vijand-
schap, welke de Evangeliedienaars hebben
te verduren van de toovenaars en waar-
zeggers uit Heidensche landen.
8. In de Handelingen komen twee won-
deren voor, welke een oordeel waren —
de dood van Ananias en Saffira, en de
blindheid van Elymas: het eene bij de
grondlegging der Kerk onder de Joden;
het andere, wanneer het Evangelie aan de
Heidenen gebracht zal worden. Zie Les
LXXXVI, Afdeeling IV.
De woorden « donkerheid » en « duister-
nis » duiden aan, dat eerst de oogen be-
neveld werden en de volslagen blindheid
daarop volgde. Raphael's beroemde teeke-
ning (door gravures welbekend) geeft eene
treffende afbeelding van den met blindheid
geslagen man, die rondtast naar iemand,
die hem leiden wil. « Die hem met de hand
mochten leiden» is in het Grieksch één
woord, en hetzelfde woord komt voor in ver-
band met Paulus' eigen blindheid in IX : 8.
Die blindheid was ook «voor een tijd»,
maar of, in het geval van Elymas, de uitwer-
king even gezegend was, weten wij niet.
29