Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
448 XCIV. DE EERSTE ZENDINGSREIS. — DE STRIJD OM EENE ZIEL.
toe blootgesteld zijn geweest — dit is het
ergste, wat hun kan overkomen — dat
zij de eer zouden ontvangen, die God toe-
komt (Verg. X : 26, XII : 22,23; Openb.
XIX : iO, XXII : 9). Hoe ontkomen zij
aan het gevaar? Vers 15—18.
(2) Den volgenden dag is er misschien
weder eene groote opschudding — eene
schare volks komt uit de poort — zij
dragen een verminkt, bloedend, bewusteloos
lichaam — van wien? vers 19 — een
van de twee, die gisteren goden genoemd
werden! Hij wilde niet, dat zij hem aan-
baden; nu hebben zij hem gesteenigd!
Dit is een gevaar, dat hun van de Heide-
nen dreigt — ja, maar wie heeft er hen
toe aangezet? vers 19 — de eigen lands-
lieden van Paulus zijn bereid hem op die
moeilijke reizen te vergezellen, indien zij
slechts zijn werk kunnen bederven.
Toch is zelfs te Lystre de arbeid niet
tevergeefs geweest: wie verzamelen zich
vol droefheid om dit verminkte lichaam ?
— De «discipelen» — misschien de dank-
bare kreupele — misschien de jeugdige
Timotheus en zijne moeder en groot-
moeder. Indien zij hem slechts tot het
leven terug konden roepen, hoe gaarne
zouden zij hem dan weken lang verzorgen,
totdat hij eindelijk hersteld was! Maar zie! —
Hunne zorgen worden niet vereischt —
de Apostel «staat op» evenals de kreu-
pele, en is geheel hersteld!
De strijd tusschen de dienst-
knechten van den Satan en van
Christus duurt nog voort.
De Satan is nog niet afgezet — het
Koninkrijk van Christus is nog niet overal.
Daarom bidden wij «Uw Koninkrijk kome I»
En het zal komen; zie Ps. H : 8, XXH :
28, 29, LXXII : 8; Openb. XI : 15,
XII : 10.
Nog steeds wordt er strijd gevoerd om
het bezit eener ziel. De Satan zoekt nog
steeds, wien hij zal verslinden — hoe
dan? 2de tekst om te leeren. Hoe denkt
gij, dat hij macht over ons zal krijgen?
Dikwijls door anderen aan te zetten om
ons te verleiden, evenals hij Elymas aan-
zette, om Sergius Paulus te verleiden. Hier
is een jongen, die naar twee kanten wordt
getrokken; zijne vrienden trekken hem
den eenen kant uit, zijn eigen geweten,
zijn onderwijzer, enz., den anderen kant.
Met velen onder u gaat het aldus. Dacht
gij ooit, dat deze kameraden in dienst
waren van den Satan? Misschien is het
niet hunne bedoeling dit te zijn (wellicht
was dit ook niet bij Elymas het geval),
maar het is zoo. Wanneer gij hun toegeeft,
behaalt de Satan de overwinning — wenscht
gij dit? — Maar uw onderwijzers — allen,
die u aftrekken van de zonde, die u willen
overhalen tot hetgeen goed is — zij zijn
in den dienst van Christus. Wanneer gij
aan hunne roepstem gehoor geeft, behaalt
Hij de overwinning — wenscht gij dat?
Mocht ons motto boven deze Les waar
zijn van ons, evenals het dat was van Petrus
(Luk. XXH : 32) en van Sergius Paulus—
« De Satan heeft zeer begeerd ulieden te
hebben — maar —»I Vraag Christus
voor u te bidden, zooals Hij dit voor Petrus
deed; en doe dan, wat Hij Petrus gebood
— « versterk uwe broeders » — wees <y een
goed krijgsknecht van Jezus Christus»
(2 Tim. II : 3).
Aanteekeningen.
1. Er is weinig bekend van de drie
« profeten en leeraars », die met Barnabas
en Saulus in vers 1 genoemd worden.
Simeon's bijnaam iVi^er(((zwart»)schijnt
aan te duiden, dat hij misschien van Afri-
kaansche afkomst was. Lucius was ook