Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
446 XCIV. DE EERSTE ZENDINGSREIS. — DE STRIJD OM EENE ZIEL.
krijgslieden, te gaan, waar zij ook gezon-
den werden, zelfs in den dood (Verg. XX :
22—2i, XXI : 13). Zoo moeten nu ook
de krijgsknechten van Christus zijn; zen-
delingen in het bijzonder — maar niet
alleen zij — maar iedereen, die onder de
banier van Christus staat, moet moedig
strijden.
Hoe zond de Gemeente hen uit? vers
3. (a) Met vasten en bidden; evenals Jezus
zelf, toen Hij de Twaalven uitzond, Luk.
VI : 12, 13. (6) Door het plechtige op-
leggen der handen — het teeken van ge-
zag en van het uitdeelen van den zegen.
Zie nu deze drie, Barnabas, Saulus,
Markus (vers 5; zie XH : 25;, hunne reis
aanvaarden. Indien het een groot Romeinsch
leger ware geweest, dat uit Antiochië
trok, welke menigten volks zouden er dan
op de been geweest zijn, welk eene opge-
wondenheid overal! Maar wie bekommert
zich om drie onbekende Joden, die rustig
de schoone rivier (zie Aant. 4) afzakken
naar de zeekust? Toch zijn dezen de « voor-
hoede ö van het leger van Christus, die zich
vaardig maken voor den grooten strijd,
om de menschen uit de macht van den
Satan te verlossen.
Hoe zijn zij uitgerust? Zie l^ten tekst
om te leeren — hunne wapens zijn niet
<( vleeschelijk B — gij zoudt ze niet kunnen
vatten met de hand of vastgespen aan
uwe zijde — en toch «krachtig» om
groote overwiuLingen te behalen, «tot
nederwerping der sterkten». Welke zijn
zij? (a) Het «Woord», de boodschap, die
zij te verkondigen hebben. Waarom is dit
zoo «krachtig» ? Omdat het de verkondiging
is van vrije genade — zal dit de opstan-
delingen niet terugwinnnen voor de goede
zaak? (b) Gebed (Ef. VI : 18). Waarom
IS dit zoo « krachtig » ? Omdat het « de
Hand beweegt, die de wereld beweegt».
Zie nu den eersten slag, die gele+'erd wordt.
II. De strijd om eene ziel.
De zendelingen staan op de kusten van
j Seleucië — schepen zeilen in alle rich-
j tingen — welken kant zullen zij uitgaan?
i In de verte kunnen zij de llauwe omtrek-
I ken van hooge bergen zien — het vader-
j land van Barnabas — daar zullen zij
henengaan. Indien er ééne plaats op de
wereld was,'waar de Satan de overhand
had, dan was het daar — Cyprus was be-
! rucht om zijne verdorvenheid (Zie Aant. 5).
Wie was daar de Romeinsche stadhou-
der? vers 7 (Zie Aant. 6). Er wordt melding
gemaakt van goede en van slechte stad-
houders — deze is een goede. Hij gelijkt
op Cornelius (zie Les XCI) — wel is
! waar is hij niet godvreezend — hij kent
den waren God niet — toch is hij begeerig
1 te ontdekken, wat de waarheid is. Hij
! heeft zeker gehoord, dat die vreemde
menschen, de Joden, zeggen, dat zij den
waren God kennen en Zijne openbaringen
! aan de menschen bezitten; wat doet hij
I dus? Er is een /ood op het eiland (vers 6),
; een groote toovenaar, die wonderlijke kun-
sten kan doen, evenals Simon de Toovenaar
r (Hand. VIII: 9 vv.); hij zal hem laten roepen.
Maar wie is deze Jood ? Een van Gods profe-
ten? Neen, een «valsche profeet» — hij be-
hoort tot de dienstknechten van den Satan —
bekommert zich niet om de ziel van den
stadhouder, maaromzijngreW(Zie Aant.7).
Maar nu hoort Sergius Paulus. dat er
twee andere Joden in de buurt zijn, en
dat zij nieuwe en wondervolle dingen van
God verkondigen — hij moet ook verne-
men, wat zij zeggen. Bevalt dit Elymas?
In het geheel niet; indien de stadhouder
naar hen luistert, dan is er een einde aan
zijne macht.
Zie den strijd. In den oorlog is er soms
eene bijzondere worsteling om het bezit
van ééne vesting (b.v. Metz of StraatS'
burg in den Fransch-Duitschen oorlog).