Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
443 XCIIl. EEN ENGEL TOT BEVRIJDING EN TEN OORDEEL GEZONDEN.
onze bekeering? Zie Luk. XV: 10. Behoo-
ren wij tot die gelukkigen, die zij op on-
zichtbare wijze helpen en dienen (Hebr.
I : 14) en die zij in het gevaar beveiligen
(Ps. XCI : 11)? Maar indien de engelen
niet komen tot onze bevrijding, zullen zij
ten oordeel komen ; zie Matth. XIII : 41, 42.
Aanteekeningen.
1. Herodes Agrippa I, «de koning Me-
rodes» van dit hoofdstuk, was kleinzoon
van Herodes den Grooten (den Herodes van
Matth. II), zoon van Aristobulus, neef van
Herodes Antipas (den moordenaar van
Johannes den Dooper), broeder van Hero-
dias, en vader van Herodes Agrippa II
(den Agrippa van Hand. XXV) en van
Bernice en Drusilla. Zie Les XXXVIH,
Aant. 1.
Agrippa (zooals de Herodes van dit
hoofdstuk door Josephus genoemd wordt)
was een vertrouwd vriend van Keizer Cali-
gula. Voor de troonsbestijging van laatst-
genoemde was Agrippa op bevel van den
achterdochtigen Tiberius in de gevangenis
geworpen, omdat deze hem beschuldigde
van op slinksche wijze Caligula op den
troon te willen helpen. Toen deze aan de
regeering kwam, gaf hij zijn vriend de
vrijheid weder, en schonk hem de provin-
cies Trachonitis en Abilene (Luk. lil : 1)
met den titel van koning, en naderhand
ook Galilea en Perea. De volgende keizer,
Claudius, voegde bij zijn koninkrijk Judea
en Samaria (hetgeen sedert den dood van
Archelaüs door Romeinsche stadhouders
bestuurd was geworden), en aldus werd
het geheele gebied van Herodes den Grooten
weder onder zijn kleinzoon vereenigd (41
n. C.). Het bleef echter niet lang onder
één bestuur; want toen Agrippa driejaar
later stierf (Hand. XII : 23), mocht zijn
zoon sleclits enkele der noordelijke pro-
vincies houden, en werd een nieuwe stad-
houder voor Judea aangesteld. In die drie
jaren bouwde echter Herodes Agrippa, die
door Josephus als uiterst eerzuchtig en
begeerig naar de gunst des volks (verg.
vers 3), daa» bij als zeer prachtlievend wordt
voorgesteld, een tweeden muur om Jeruza-
lem, en bracht nog andere verbeteringen
in de stad tot stand. Zie Josephus, Antiq.
XIX : 7.
2. Jakobus, de zoon van Zebedeüs, is
de eenige Apostel, wiens dood in de Schrift
vermeld wordt. Een treffend voorval in
verband met zijn martelaarschap wordt
door Clemens van Alexandrië verhaald
en in Eu^ebius' Ecclesiastic. Hint. bewaard:
— men zegt, dat de beschuldiger van den
Apostel zulk een indruk ontving van zijne
schoone belijdenis voor de rechters, dat
hij terstond op diezelfde plaats verklaarde
een geloovige te zijn, en veroordeeld werd
met hem te sterven. Op weg naar de
martelplaats, smeekte hij om de vergitïenis
van Jakobus, die antwoordde: «Vrede zij
u!» en hem omhelsde; zij werden te
zamen onthoofd.
De Jakobus, in vers 17 genoemd, is
«Jakobus, de broeder des Heeren», de
eerste bisschop van Jeruzalem.
3. De woorden «-gevangenis» in vers
4, 5, (3, «bewaren» in vers 4, «wachters»
in vers 6, en «wacht» in vers 10 zijn in
het Grieksch stamverwante woorden.
«Vier wachten, elk van vier krijgsknech-
ten». Elke afdeeling had eene der vier
nachtwaken (zie Mark. XIH : 35). De vier
soldaten in elke wacht waren aldus ver-
deeld : — twee in de cel met Petrus, die met
een arm aan ieder van hen was vastgeketend;
een buiten de deur der cel, en de vierde
buiten de gevangenisdeur (dezen waren de
«eerste en tweede wacht»). De «ijzeren
poort» van vers 10 zal de buitenste poort
van het geheele gebouw geweest zijn. Het
is opmerkenswaard, dat Herodes Agrippa
zelf aan een krijgsknecht geketend was
geweest, toen hij te Home gevangen zat
{zie Aant. 1), evenals Paulus naderhand.
4. Maria, de moeder van Markus, was
waarschijnlijk iemand, die eenige bezittin-
gen had, evenals haar neef Harnabas; en
het feit, dat zij een huis bezat, toont aan,
dat de «gemeenschap van goederen» te
Jeruzalem niet verplichtend was {Zie Les
LXXXVI, Aant. 1).
Rhoda is dezelfde naam als ons Roosje.
Professor Porter geeft eenige merkwaar-
dige bijzonderheden omtrent de Oostersche
gewoonten van het kloppen aan de deur.
Hij zegt, dat de deur nooit geopend wordt
zonder dat de vraag « Wie?» eerst ge-
daan en beantwoord is; en indien de per-
soon, die binnen is, het antwoord gaat
overbrengen, blijft de bezoeker kloppen.