Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
442 XCIIl. EEN ENGEL TOT BEVRIJDING EN TEN OORDEEL GEZONDEN.
De gevangene moet den volgenden dag
ter dood gebracht worden — ziet hij er
angstig en verschrikt uit? — hij slaapt^
hoe kan hij slapen? zie Ps. III : 6, 7,
IV : 9. Eensklaps een helder licht — iemand
slaat op de zijde van Petrus en roept hem.
Hoe kan hij zich met deze ketenen be-
wegen? zie vers 7. En zijn kleed — wordt
dit hem ook op wonderdadige wijze aange-
daan? Neen, wat hij kan doen, moet hij
doen; toch is hij ten prooi aan zulk eene
verwarring, dat de engel hem alles moet
zeggen. Wat doen de soldaten? Zij zien
niets — de engel is onzichtbaar {zie boven);
zij hooren niets — zelfs het gerammel
der vallende ketenen; waarom? Maar Petrus
is nog niet buiten de gevangenis: hij moet
voorbij twee schildwachten gaan, de deuren
en poorten moeten geopend worden, vers 10
{zie Aant. 3); zijn deze echter een hinder-
paal? Zie Ps. CVH : 13—16. Wat denkt
Petrus? Hij verbeeldt zich, dat hij droomt,
vers 9; maar weldra staat hij alleen op
de straat in het midden van den nacht —
er is geen twijfel meer aan — wat zegt
hij? vers 11.
2. In het huis van Maria {Zie Aant. 4).
Slaapt iemand hier? Zij zijn te bezorgd
om te slapen — en onmachtig iets te
doen — behalve eene zaak. Dien geheelen
langen nacht roepen zij tot God. Plotseling
hooren zij aan de buitendeur kloppen —
een angstig geluid in het holle van den
nacht — « Heeft Herodes ons ook ontdekt» ?
Maar wat is het? Is het zoo verwonder-
lijk? Het is niets anders dan hetgeen
waarom zij gebeden hebben — en toch,
nu God hen verhoord heeft (zie Jes. LXV :
24), kunnen zij het niet gelooven! Welk
een voorbeeld van onzen tekst om te
leeren!
II. Een engel ten oordeel ge-
zonden.
Is de Gemeente nu veilig? Zal Herodes
nu niet vijandiger zijn dan ooit? Ja, maar
God doet niets ten halve — de bevrijding
zal volkomen zijn.
Zie nu een ander tooneel — zeer ver-
schillend van dat in de gevangenis of in
het huis van Maria. Een groot feest in den
schouwburg te Cesarea {zie Aant. 7) —
eene groote volksmenigte is op de been —
koning Herodes zit op zijn troon — zijne
van zilver geweven kleederen glinsteren
in de zon {leg uit hoe in vroeger tijd de
schouwburgen niet overdekt waren). He-
rodes houdt eene toespraak tot het gezant-
schap, dat uit Fenicië is gekomen, om
zijn toorn tegen de Feniciërs te stillen
{Zie Aant. 6). Een groot gejuich aan het
einde er van — en wat wordt er gezegd?
vers 22. In diezelfde stad werd de gevan-
gene van Herodes, Petrus, als een god
behandeld, en wat zeide die er van? X : 26.
-Maar Herodes deed anders — hij geleek
meer op L'zzia en Nebukadnezar (2 Kron.
XXVI : 16; Dan. V: 20) — hij was trotsch
op zijne grootheid — vergat Wie hem
deze .schonk; en wat was het gevolg?
Terwijl hij daar op zijn troon zit, komt
« van stonde aan » Gods engel, even snel
in het straffen als te voren in het be-
vrijden. Vijf dagen ten prooi aan de grootste
smarten, en de trotsche dwingeland is
dood (Zie Aant. 1). Hoe waar is ons motto
(boven) en de l^te tekst om te leeren!
Zijn de engelen nu minder werkzaam ?
Het is waar, wij kunnen hen niet zien;
maar zagen Herodes en het volk hen in den
schouwburg? Indien de Handelingen nooit
geschreven waren, zouden wij toch weten
wanneer en hoe Herodes stierf (Zie Aant. 7)
— maar wij zouden niet weten, dat een
engel het deed. Hoe vele zaken, die wij
zien en waarvan wij hooren, kunnen
werkelijk het werk eens engels zijn.
Wat hebben nu de engelen met ons
te maken? Hebben zij zich verheugd over