Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
441 XCIIl. EEN ENGEL TOT BEVRIJDING EN TEN OORDEEL GEZONDEN.
sekte ten onder gebracht zijn — Herodes
is juist de koning, dien zij hebben moes-
ten. Herodes was zeer op loftuitingen
gestéld (zie vers 21, 22) — wat kon hij
doen om nog meer geprezen te worden?
— een nog grooter aanvoerder gevangen-
nemen, Petrus. Dit doet hij — welk eene
opgewondenheid onder de menigten, die
naar het Paaschfeest gaan! (zie vers 3).
Hier zijn dus twee partijen, die om
de overhand strijden — de koning en de
Gemeente. De koning — trotsch, machtig,
in aanzien bij het volk; de Gemeente —
nederig en veracht. De eene partij tracht
Petrus gevangen te houden, om hem nader-
hand ter dood te brengen — de andere
partij tracht hem te bewaren. Welke
schijnt het te winnen?
(a) Waarop vestigt de koning zijn ver-
trouwen? Vers 4 (zie vers 6, 10). Sterke
gevangenismuren, zware deuren, ijzeren
poorten {beschrijf eene gevangenis, die
de kinderen wel eens gezien hébben),
en zestien soldaten houden de wacht over
één man! {Zie Aant. 3). Nog eenige wei-
nige uren — den volgenden morgen zal
Petrus in het openbaar tentoongesteld
worden (vers 4) en daarna ter dood ge-
bracht. Welk eene besliste zegepraal voor
de vijanden der Kerk! Dat zoude men zoo
denken — « maar», ja, er is een « maar »
in vers 5 — hoeveel hangt er van dat
kleine woord af! Want, —
(b) Wat is het wapen der Kerk in den
strijd? Het wapen des gebeds, zie Ef. VI:
18 {zie den strijd van Christen met ApoU
lyon in Bunyan's a Pelgrimsreis»). <iTen
allen tijd» — ziet dus hoe ernstig — «wat
zouden zij doen zonder Petrus? » En denkt
gij, dat zij vertrouwend baden? —zij kon-
den zich de bevrijding herinneren, die
vroeger had plaats gehad (hoofdst. V : 19),
maar de dood van Jakobus toonde toch
aan, dat God niet altijd van plan was
tusschenbeide te komen. Wat had Christus
echter gezegd? Matth. XVIH : 19; Joh.
XIV : 13, 14.
En dezen keer wil God tusschenbeide
treden. Maar dit kan Hij op velerlei wijze
doen — hoe zal Hij het nu doen? De 2<ie
tekst om te leeren geeft het antwoord —
«De engel des Heeren legert zich », enz.
Engelen. — Wat zijn zij 9 Zie vijf
zaken, die van hen vermeld worden: —
1. Geesten (Ps. CIV : 4; Hebr. I : 14)—-
daarom onzichtbaar, behalve wanneer zij
zeiven willen, dat men hen ziet (zie Num.
XXII: 24—31), en zij kunnen gaan, waar
het onzen lichamen onmogelijk is door te
dringen (b.v. in huizen, al zijn de deuren
gesloten); — 2. In den dienst van God (de-
zelfde teksten), d. w. z. dienstknechten; —
3. Opmerkzaam en gehoorzaam (Ps. CHI:
20, 21; verg. het gebed des Heeren
«Gelijk in den hemel»); — 4. Zeer
krachtig (Ps. CHI : 20) — krachtiger dan
de menschen, krachtiger dan de Satan
(zie Openb. XX : 1, 2); — 5. Zeer talrijk
(Ps. LXVIII : 18).
Engelen worden op aarde voor twee
zaken gebruikt.
(a) Voor bevrijding en hulp. Zie 1 Kon.
XIX : 5; 2 Kon. VI: 17 (verg. Ps. LXVHI:
17); Dan. VI : 23; Matth. H : 13, XXIV :
31; Luk. XVI : 22; Hand. XXVH : 23.
{b) Tot een oordeel Gen. XIX:15,2i;
Exod. XH; 2 Sam. XXIV : 16; 2 Kon.
XIX : 35; Openb. XV : 6.
In dit hoofdstuk zullen wij een engel
in deze twee hoedanigheden zien: —
1. Bevrijding door een engel.
Zie wat in dien Paaschnacht gebeurde:
1. In de gevangenis. Treed die cel
binnen — wie is daar? vers 6 — drie
mannen: twee soldaten, met een gevan-
gene, die aan hen vastgeketend is {Zie
Aant. 3).