Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
436
XCII. HET EVANGELIE VOOR DE HEIDENEN. 436
Heidenen, zonder eenig begrip te hebben van de oorzaak of het doel dezer
verdeeling. In Afdeeling I van de Schets wordt, om het verhaal werkelijk be-
grijpelijk te maken, het onderwerp van den beginne af behandeld. Met leer-
lingen, die van dit alles reeds op de hoogte zijn, kan men veel van deze Af-
deeling weglaten, en hun in de plaats daarvan eenige vragen doen; terwijl
het den onderwijzer niet moeilijk zal vallen, om aan hen, die te jong of te
weinig gevorderd zijn om er iets van te weten, zooveel te vertellen, dat de
weg tot het verhaal gebaand is. In alle geval moet (d), daar het in verband
staat met het gezicht van Petrus, met nadruk behandeld worden.
Zoo men wil, kan men het beeld, waarmede de Schets begint, en dat hier
en daar terugkomt, in een juister en meer uitgebreiden vorm weergeven.
Stel u voor een stuk land, dat nog niet ontgonnen is: de grond is slecht,
het is bedekt met allerlei onkruid. Wil iemand nu beginnen dit te bebouwen,
dan zal hij eerst een klein gedeelte zorgvuldig afscheiden, hiervan den grond
verbeteren en er zaad op zaaien. Gaat hij verder voort, dan is de afscheiding
(muur of omheining) niet meer noodig, en wordt dus weggenomen. Op deze
wijze past de vergelijking beter; maar zooals zij in de Schets gegeven wordt,
is zij eenvoudiger.
Om de toepassing doeltreffend te maken, moet zij gewijzigd worden naar
de verschillende omstandigheden, en dit kan de Schets niet aangeven. De be-
doeling is, dat gesproken worde over de manier, waarop kinderen diegenen
moeten behandelen, op wie zij gewoon zijn geweest laag neer te zien, maar
die, zooals deze Les leert, hunne gelijken zijn in Gods oog. Nu zijn er waar-
schijnlijk geene Zondagschoolleerlingen, die niet laag neer zien op sommige
anderen — maar de vraag op wie zal op verschillende plaatsen geheel ver-
schillend beantwoord worden. Jongens, die op de stadsschool gaan, zien neer
op de jongens van de armenscholen; meisjes, die in een winkel zijn, op meis-
jes, die «dienen»; oudere kinderen op jongere; knappe op achterlijke, sterke
en flinke op zwakke en verlegen kinderen. In bijna alle landen zijn zekere
klassen van menschen, die met de Heidenen in deze Les vergeleken kunnen
worden, zooals de negers in Amerika, de Joden (welk eene vergelding) bijna
overal. Het is dus noodig, dat de onderwijzer de toepassing voor zichzelven
aanvulle.
Schets van de Les.
Waarom wordt er een muur of hek om
een tuin gemaakt? Indien gij wildet, dat
iedereen binnetikwam, zoudt gij er dan
een muur om heen maken? En indien de
muur er is, maar gij wenscht, dat er men-
schen in komen, om den tuin te zien — wat
doet gij dan? De muur wordt dan niet
afgebroken, maar het hek of de deur ge-
opend. .Maar veronderstel, dat gij den tuin
in het geheel niet ais tuin wildet houden —
den gi'ond voor eene publieke wandel-
of speelplaats wildet geven — wat zoudt
gij dan doen? Dan den muur afbreken.
Onze 2de tekst om te leeren (Ef H : 14)
spreekt van het afbreken van een muur —
ftden middelmuur des afscheidsels», d. w. z^