Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
430
XC. WONDEREN VAN GENADE, ENZ.
het lichaam. Wat zijt gij naar den geest ?
De beste wensch voor u is, dat uwe ziel
«welvare en gezond zij » gelijk uw lichaam
«welvaart»; zal God dit willen geven?
Ezech. XVIII : 31, 32.
Hoe lang zal het lichamelijke leven en
welzijn duren? Niet altoos; Eneasen Dorcas
stierven na eenigen tijd. En het geestelijk
leven en welzijn? — zie Rom. VI: 23 —
« de genadegift Gods is het eeuwige leven
door Jezus Christus, onzen Heer».
Aanteokeningen.
1. Hetgeen in vers 31 uitgesproken wordt,
dat « de gemeenten toen vrede hadden »,
wordt op merkwaardige wijze toegelicht
door degeschiedkundigegebeurteni^sen van
dien tijd. De Romeinsche Keizer Caligula,
gedreven door eene redelooze ijdelheid,
welke aan krankzinnigheid grensde, trachtte
met geweld zichzelven tot het voorwerp
van aanbidding te maken, en liet ter zijner
eer overal tempels bouwen en standbeelden
opl ichten. In Alexandrië werden de Joden
gegeeseld, gemarteld en gekruisigd, omdat
zij weigerden aan zijn bevel te gehoor-
zamen. Petronius, de prefect van Syrië,
werd met een leger naar Palestina ge-
zonden, om een standbeeld van den Keizer
in den Tempel te Jeruzalem te plaatsen.
Te Ptolemaïs (Akkra) gingen duizenden
Joden hem te gemoet en smeekten hem
zijn plan niet te volvoeren. Te Tiberias
werd hij door nog grootere scharen om-
ringd, die hun leven aanboden, indien
zij op die wijze de ontheiliging konden
verhinderen. Éindelijk gaf de prefect in
zoover toe, dat hij naar Rome schreef om
nieuwe bevelen, en eer het toornig ant-
woord, dat gezonden werd, hem had be-
reikt, was Caligula gestorven.
Er schijnt weifiig twijfel aan te zijn,
dat de groote opschudding, die aldus ver-
oorzaakt werd, de gedachten van het
Sanhedrin een weinig aftrok van de nieuwe
sekte; en dit, gepaard met de bekeering
varï Saulus, en met het feit, dat Kajafas
koit te voren was afgezet, geeft voldoende
reden voor den «vrede», waarvan de ge-
meente genoot. « Hierdoor kwain het, dat
de vier jaren van Caligula's regeering,
noodlottig als zij waren voor de overige
rijken, vrede brachten aan de Christenen ».
2. Over het punt, of Eneas een geloo-
vige was of niet, bestaan verschillende
meeningen. De woorden van Petrus «Jezus
Christus» (niet «de Heer») «maakt u
gezond » schijnen aan te duiden, dat hij nog
niet bekeerd was. Is dit zoo, dan werd
hem, evenals den geraakte te Kapernaüm,
tegelijkertijd tijdelijke en geestelijke gene-
zing geschonken. Petrus gebood hem waar-
schijnlijk zijn '< bed te spreiden» (d. w. z.
zijn matje of matras, zooals het in het
Grieksch heet, op te rollen en weg te
bergen), als een teeken van den terug-
keer zijner kracht; evenals Christus den
kreupeleti te Kapernaüm en te Jeruzalem
gebood hun bed (mat in het Grieksch) op
te nemen en naar huis te brengen (Mark.
II : 10. 11; Joh. V : 8—12).
3. «Tabitha» in het Arameesch (het
verbasterde Hebreeuwsche dialect uit die
dagen), en «Dorcas» in het Grieksch,
beteekenen beide gazelle.
4. «Saron» was geene stad, maar een
district — de groote vlakte van Saron
strekte zich langs de kust uit tusschen
de bergen van Judea en Efraïm en de
Middellandsche Zee. Het wordt vermeld in
1 Kron. XXVH : 29; Hoogl. H : 1; Jes,
XXXHI : 9, XXXV : 2, LXV : 10. Het
beroemde zich op eene zeer groote vrucht-
baarheid.
Lydda was eene stad aan den weg van
Jeruzalem naar Joppe. Zij wordt in het
Oude Testament Lod genoemd en heet
ook nu nog Lod.
Joppe (nu Jaffa), de zeehaven van Jeru-
zalem, is in vele opzichten merkwaardig,
daar de stad genoemd wordt in verband
met den stam van Dan (Joz. XIX : 46),
met Salomo (2 Kron. H ; 16), met Ezra
(Ezra Hl : 7), met Jona, met Petrus en
Dorcas. Haar naam komt dikwijls voorin
de geschiedenis van de oorlogen der Mac-
cabeërs, van den laatsten oorlog tusschen
Rome en de Joden, van de kruistochten
en van Napoleon. De woning van Simon
den Lederbereider wordt nu nog aange-
wezen, maar het is zeer twijfelachtig of
dit wel het juiste huis is. Joppe is
beroemd om zijne tuinen, welke zich op
een grooten afstand buiten de stad uit-
strekken en buitengewoon fraai zijn.