Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XC. WONDEREN VAN GENADE, ENZ.
427
Les XC. — Wonderen van Genade. — Leven en Gezondheid voor
Lichaam en Ziel.
aDe werken, die Ik doe, zal hij ook doen.»
Te lezen — Hand. IX : 31—43.
Te leeren — Rom. VIII : 13. Joh. 3 : 2. (Ps. 41 : 2, 7; Gez. 10 : 7).
Voor den Onderwijzer.
Dit is waarschijnlijk een der gemakkelijkste onderwerpen van deze serie. De
onderwijzer kome echter niet in verzoeking om zich daarom weinig moeite te
geven. Het verhaal is eenvoudig genoeg, en eene algemeene toepassing ten be-
sluite kan gemakkelijk gevonden worden, maar wanneer dit gedaan is, wat
heeft de onderwijzer dan gewonnen? Wat heeft hij den kinderen ye^eerd? Een
gemakkelijk onderwerp moest altijd, zoo mogelijk, beschouwd worden als eene
gelegenheid om een groot gedeelte van den tijd te wijden aan de uiteenzetting
eener belangrijke toepasselijke waarheid of geestelijke leering. Het verhaal, dat
wij voor ons hebben, met zijne twee wonderen, wijst terstond op de over-
eenkomst, welke in de Schets uitgewerkt wordt, tusschen leven en gezondheid
van het lichaam en van de ziel; de voorbeelden van opgewekt leven en terug-
ontvangen kracht, welke in het opgegeven gedeelte voorkomen, maken de
vergelijking nog vollediger. Ofschoon dus de Les bijna geene voorafgaande
studie vereischt, is het wel noodig, dat de onderwijzer bedenke, hoe hij het
beeld van gezondheid en leven, met toepassing op de ziel, duidelijk zal maken.
In Les XXIV en XXVIII kunnen eenige verdere wenken over dit onder-
werp gevonden worden.
Schets van de Les.
Wij hebben gezien, welke groote veran-
dering de bekeering van Saulus in hem
teweegbracht. Maar welk onderscheid
maakte het voor de Kerk ? Bedenk, wat
zij, die den Heer Jezus hadden aangeno-
men, voor Hem geleden hadden — ge-
slagen, gevangengenomen, gedood — zij,
die ontkwamen, naar alle richtingen «ver-
strooid»— zelfs toen niet veilig, XXVI: 11.
Maar nu de voornaamste vervolger bekeerd
is, houdt de vervolging op.
Er is nog iets anders in hun voordeel.
In dien tijd trachtte juist de Rornein-^che
keizer zijn eigen standbeeld overal t»)t een
voorwerp van aanbiddir»g te maken — er
is groote opschudding onder de Joden —
nu is het hunne beurt om vervolgd te
worden — zij hebben dus geen
aan de verachte Nazareners te
{Zie Aant. 1).
Wat is het gevolg? Vers 31
gemeenten hadden vrede».
tijd om
denken
—- «De
Wie bleven te Jeruzalem, toen de Ge-
meente verstrooid werd? VIII:1. In welk
een angst verkeerden de Apostelen over
hunne voortvluchtige broederen! — over
hun lichamelijke veiligheid — maar nog
veel meer over hun geestelijk welzijn.
W^at zouden zij doen? Brieven schrijven?
Maar de post ging niet zoo geregeld en
snel als nu. Zij gevoelden hetzelfde, als
naderhand Paulus, zie Rom. 1:11. En zij
gingen hen werkelijk bezoeken. Waarheen