Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXXIX. DE BEKEERING VAN PAULUS.
421
Les LXXXIX. — De Bekeering van Paulus.
« Zou iets voor den Heer te wonderlijk zijn ? »
Te lezen — Hand. \X. : 1—19.
Te leeren — Hand. XXH : 14—16; 1 Tim. I : 15, 16. (Ps. 65 : 2, 3).
Voor den Onderwijzer.
Het zou bijna onmogelijk schijnen, dat deze Les de belangstelling niet gaande
maakte, indien de ondervinding niet duidelijk bewezen had, dat, in de han-
den van sommige onderwijzers, geene Les, hoe aantrekkelijk het onderwerp
ook zij, boeiend is voor de kinderen. Voor het onderwerp, dat wij nu voor
ons hebben, zijn twee dingen hoogst noodzakelijk: ernstige voorbereiding
(niet enkel doorlezen) — hetgeen juist velen geneigd zullen zijn na te
laten, omdat zulk een boeiend verhaal gemakkelijk te behandelen schijnt;
moet de onderwijzer bij ondervinding iets, al is het maar weinig, van de zelf-
vernedering, van het gevoel van volslagen onwaardigheid en hulpeloosheid ken-
nen, aan welke Saulus ongetwijfeld ten prooi was gedurende die drie dagen.
Hoe kan de onderwijzer, tenzij geest en hart (om zoo te zeggen) gelijk ge-
stemd zijn met het onderwerp, het geringste denkbeeld geven van de twee
groote bewijzen van ware bekeering: in Saulus — de overgave van zijn wil (vers 6)
en de oprechtheid, de wezenlijkheid van zijn gebed (vers 11)?
Bij dit wonderbare elfde vers kan de onderwijzer langer stilstaan dan inde
Schets om de weinige plaatsruimte gedaan kon worden. Ongeveer op deze
wijze: — «Christus wist den naam van de straat, den naam van den eigenaar
van een bijzonder huis; den naam van iemand, die bij hem inwoonde, en wat
deze deed: zoo kent Hij ook nu de Koningstraat en de Breestraat, en de Hoog-
straat en de Markt; hij weet alles van de verschillende bewoners, enz. (noem
bekende plaatsen en personen op).
Schets van de Les.
Wat gebeurde er met de discipelen, die
na den dood van Stefanus verstrooid wer-
den? VIII: 4. Waren zij veilig in de ver-
schillende steden, waarheen zij vluchtten?
XXVI: 11. Wie vervolgde hen op onmee-
doogende wijze? Wat weten wij van dezen
Saulus? Geboren in Tarsen (Hand. XXI:
39), geene onvermaarde stad, hoofdstad
van eene provincie; de Romeinsche stad-
houder woonde daar en vele geleerde en
bekwame menschen. Het was eene Hei-
densche stad, maar vele Joden vestigden
zich daar, evenals in zooveel andere plaat-
sen buiten Palestina — Paulus'vader was
een Jood — van welken stam ? Phil. IH : 5
— denzelfJen stam als Koning Saul
(1 Sam. IX : 15—17) — misschien werd
daarom zijn zoon Saulus genoemd. Wij
weten niet of hij broeders had; maar hij
had wel eene zuster (Hand. XXHI: 16)en
andere betrekkingen worden ook genoemd
(Rom. XVI : 7, 11, 21). Hoe zoude de
kleine Saulus opgevoed zijn? Zeker streng,
want zijn vader was een Farizeër (Hand.
XXHI : 6). «Van kindsaf» zal hij wel «de
Heilige Schriften geweten hebben », evenals