Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
419 LXXXVIII. DE PREDIKING VAN HET WOORD AAN DEN KAMERLING.
gelooft — hoe? Door openlijk te verklaren,
dat hij een discipel van Christus is, zich-
zelven eens voor al aan Christus te geven
in den Doop; dan zal hij « zalig worden »,
zie Mark. XVI : 16; Rom. X : 10. Kan
deze «machtige heer», deze schatbewaar-
der eener koningin, dat doen? Zie, het is
niet noodig bij hem aan te dringen, vers
36 (verg. Ps. CXIX : 60) — hij verlangt
die groote daad te verrichten, welke hem
af zal snijden van zijn geheele vroegere
leven, en hem het gevoel zal geven alsof
hij «wedergeboren» is (Joh. IH:3; Rom.
VI : 4). Stel u de stille verbazing van de
menigte der zwarte volgelingen voor, wan-
neer zij hun meester met den vreemdeling
zien afdalen in het water!
Zie nog eens een paar mijlenverder —
de lange optocht zet den weg weder voort.
Zie den Ethiopiër — is hij nu twijfelmoe-
dig, onvoldaan, somber gestemd? vers39.
Geen Filippus is meer bij hem — maar
wat heeft hij nu? De heilige rol ligt weder
voor hem — ja, maar hij heeft den sleutel
er voor gekregen — de gezant van God
heeft hem getoond hoe hij moest lezen —
nu kan hij op elke bladzijde de liefde van
een Zaligmaker zien.
Wat werd er van hem ? Wij weten het
niet: maar jaren naderhand was zijn volk
een Christenvolk — zou hij hun niet het
eerst Jezus verkondigd hebben?
Gij denkt: hoe goed is God voor dezen
Ethiopiër! Maar —
God heeft ons grooter voor-
rechten gegeven.
1. Het geschreven Woord. De Ethiopiër
had «den profeet Jesaja» — misschien
het geheele Oude Testament — wat heb-
ben wij? Bekommeren wij er ons om?
Zie wat hij deed: —
(a) Hij las omdat hij gaarne las. —
Niet als een plicht, dien hij wel gaarne
zou ontloopen, of waarvan hij zich zoo
spoedig mogelijk afmaakte. Zijn wij hem
hierin gelijk? Zie hoe anderen over Gods
woord dachten, Ps. XIX : 11, CXIX : 72,
108, 127; en sommige jongens en meis-
jes? — Diegenen, die God liefhebben en
verlangend zijn den weg naar den Hemel
te leeren. (Voorbeeld. — Een kind, dat een
brief leest van zijn teerbeminden va-
der; of een landverhuizer, die de kaart
bestudeert van hetland waarheen hij gaat).
(fc) Hij las, al verstond hij niet alles.
Misschien las hij en las hij slechts door,
en dacht er over na, en trachtte het te
begrijpen; misschien vroeg hij God om
hem te onderwijzen. Dit moogt gij ook
doen. Gij kunt « de Schriften onderzoeken »
(Iste tekst om te leeren) — gij kunt
bidden, Ps. CXIX : 18. Zelfs een kind
kan veel begrijpen — dat was het geval
met Timotheus, 2 Tim. IH : 15.
2. Het levende Woord. Hier ook heb-
ben wij meer dan de Ethiopiër. Hij had
Filippus voor een korten lijd bij zich —
denk aan onze ouders en onderwijzers,
«herders en leeraars». Stellen wij hen
op prijs? Zie hoe hij dit deed:
(а) Hij luisterde met belangstelling
— zeide niet « O, ik kan er voor mijzelf
geen zin in vinden; of. God kan mij on-
derrichten, zonder dat ik het aan men-
schen vraag». Dat zou God ook kunnen,
maar gewoonlijk doet Hij het op een
andere wijze. Hij zendt levende menschen,
die het Woord prediken en onderwijzen.
Wie onderwees Timotheus? 2 Tim. I :
5, 13. Wie onderwijst u? Hoe luistert
gij? Gij moest zijn zooals de Thessaloni-
censen, 1 Thes. II : 13.
(б) Hij geloofde en gehoorzaamde met
nederigheid. Hij bleef niet staan op zijn
eigen denkbeelden. «Ik wil dit niet ge-
looven », of «Ik zie niet in waarom ik dat
zou doen». Hij zag, dat Filippus het *t best
wist. Volg hem na; gehoorzaam het ge-