Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXXVIII. DE PREDIKING VAN HET WOORD AAN DEN KAMERLING. 417
kamerling wordt noch berispt over zijne studie der profeten, noch aangemaand
er mede te eindigen. Aan den anderen kant is het eene terechtwijzing voor
hen, die het onderricht der Kerk geheel verwerpen.
Terwijl bij het onderwijs-geven geene te groote waarde aan de Schrift
kan gehecht worden, zal de stem van het «gezag» dikwijls zeer doeltreffend
blijken te zijn. Op deze wijze: — een verstandige jongen zal met het een
en ander schijnbaar bezwaar aankomen tegen een tekst of een leerstuk,
of (wanneer hij al op eigen voeten staat) hij zal gedrukt gaan onder de on-
geloovige twijfelingen, die hij in de werkplaats heeft hooren uiten: wanneer,
in zulk een geval, een verder beroep op de Schrift hem niet voldoet, zal enkel
het onbetwistbare feit, dat de groote meerderheid der beste en wijste men-
schen in dat geloof geleefd hebben en er in gestorven zijn, somtijds een diepen
en blijvenden indruk voortbrengen: wat is dit echter anders dan een beroep
op het gezag der algemeene Kerk? De Bijbel is de hoogste, de eenige regel
voor het geloof; maar wanneer de uitspraken van den Bijbel met zich-
zelven in tegenspraak schijnen te zijn, moet dan niet het onderwijs der Kerk
eenig gewicht in de schaal leggen?
De toepassing van het onderwerp voor kinderen wordt in de laatste para-
grafen der Schets genoegzaam duidelijk gemaakt.
Schets van de Les.
Hoe gemakkelijk is het tegenwoordig
om vreemde landen te bezoeken; hoe vele
menschen wetet» niet te vertellen van
Frankrijk, Spanje en Italië, ja zelfs van
Perzië, China en Japan!
Dit was in vroeger tijden geheel anders
— het reizen ging met groote bezwaren
gepaard. Toch kon men overal Joodsche
kooplieden ontmoeten. De menschen in
verre landen konden zien, dat zij geene
afgoden dienden evenals alle anderen, maar
oude heilige boeken hadden, waarin hun
geleerd werd van den grooten God — zij
vroegen misschien verder en hoorden hen
dan vertellen van Jeruzalem, den Tempel,
de oude profeten, den langverwachten Ko-
ning, enz. Dan aanvaardden zij somtijds
de lange reis naar Jeruzalem om den Tem-
pel te zien, enz. (evenals de koningin van
Scheba in de dagen van Salomo).
Uit alle volkeren zouden de verlosten
Gods komen (Openb. VII : 9); zie één
land in het bijzonder vermeld, Ps. LXVIII:
32; Zef. III : 10 — Ethiopië ver weg in
Afrika, voorbij Egypte, nu Ai)essinië —
de inwoners zijn zwart. In den tijd, waar-
van wij nu lezen, was het een machtig
volk (zie Aant. 1) — de koningin Candace
had dappere soldaten en kundige raads-
lieden. Een harer officieren, een groot
man, schatbewaarder der Koningin, ont-
moeten wij in het Boek der Handelingen.
Wat lezen wij van hem? vers 27 — hij
ging op naar Jeruzalem — dus was hij
een dergenen, die de wonderen daar wilden
zien. Maar wat bracht hem te Jeruzalem?
Niet alleen nieuwsgierigheid. « Om aan
te bidden »; niet alleen had hij gehoord van
den waren God, maar in Hem geloofd.
Ofschoon hij in zijn eigen land zulk een
voornaam man was, schaamde hy zich
niet van deze vreemde Joden te leeren.
Ofschoon hij zulk een gewichtigen post
bekleedde, wist hij zijne bezigheden toch
zoo te schikken, dat hij deze lange reis
kon doen.
27