Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXXVII. DE EERSTE MARTELAAR.
413
weder — die oude en geleerde mannen
knersen de tanden van woede, wanneer
zij zijne strenge, bestraflende woorden
hooren. Is hij verschrikt? Waarom niet?
Hij heft zijne oogen op, en ziet zyn Voor-
spraak in den Hemel, vers 55 — weet,
dat, indien deze rechters hem veroordeelen,
de Groote Rechter hem zal vrijspreken.
Hij zegt hun, wat hij ziet — maar merk
op wat hij hun zegt — « Dien Zoon des
Menschen, die hier voor u heeft gestaan,
waar ik heden sta. Hem zie ik nu, staande
— waar?» Daarop volgt een luide kreet
van afgrijzen, eene groote opschudding —
de geheele Raad is in opstand — en die
eerwaardige oversten «valleneendrachtelijk
op hem aan» (vers 57) en sleuren hem
door de straten! (Zie Aant. 6, 7).
III. De dood van Stefanus.
Buiten de stad (misschien op Golgotha)
gaan de opgewonden Joden en hun ge-
duldig slachtoffer. Wie moet de eerste
steenen werpen? Deut. XVH : 7. Om ze
met meer gemak te shngeren, worden
de lange opperkleederen afgelegd; wie
draagt er zorg voor? (Zie Aant. Dan
volgen de vreeselijke slagen — de eene
steen na den anderen verwondt en verbrij-
zelt het slachtoffer, totdat hij den geest
geeft. Zie hoe hij eerst met lijdzaamheid
voor zichzelf staat te bidden — daarna,
op de knieën, zendt hij een gebed op voor
hen — zijne heldere stem weerklinkt boven
het woeste geweld (vers 60); dan ligt hij
neergestrekt op de aarde, verbrijzeld,
dood (Zie Aant. 8, 9, 10, 11).
Maar denk eens na — wat lag daar
werkelijk? Stefanus? Ja, het was zijn
lichaam, maar was dat werkelijk Stefanus
zelf? ( Voorbeeld. — Een horloge — neem
de buitenste kast er af en sla die stuk:
is dan het horloge er niet meer?). Hij
had gebeden: «Heere Jezus, ontvang mijnen
Geest!» Werd dat gebed niet verhoord?
Stel u voor, hoe hij in Christus' tegen-
woordigheid zal gekomen zijn — het eerste
lid van de Christelijke Kerk in den Hemel.
Wij hebben hem een slachtoffer genoemd,
maar was hij niet veeleer een overwinnaar?
De Joden dachten, dat zij hunnen vijand
hadden verslagen, maar zij deden hem
slechts te eerder de heerlijkheid binnen-
gaan. En dat verminkte lichaam — was
dat voor eeuwig verwoest? Hoe waar zijn
de woorden van Paulus, ten opzichte van
de opstanding (1 Cor. XV: 54—57) «God
geeft ons de overwinning— en zijne
woorden omtrent den dood om Christus*
wil (1ste tekst om te leeren): « Meer dan
overwinnaars ».
IV. De gelijkenis van Stefanus
met Christus.
Wij zullen nu zien, in hoevele opzichten
hij op Christus geleek.
1. Hij werd op dezelfde wijze behan^
deld als Christus. Dit had Jezus voorzegd,
dat met Zijne dienstknechten zou geschie-
den, Matth. X : 24, 25; Joh. XV : 20.
(a) Gehaat en aangevallen, niettegenstaande
zijne wonderen, VI : 8, 9; verg. Matth.
XH : 22—24, XXI : 14, 23; Joh. XI: 47,
XH : 37. (b) Toen de openlijke aanvallen
niet baatten, werd hij valschelijk van
godslastering beschuldigd, VI : 10—14;
verg. Matth. XXH : 15, 46, XXVI : 59,
55. (c) Onrechtvaardig veroordeeld en op
schandelijke wijze behandeld door zijne
rechters, VH : 54,57; verg. Matth. XXVI:
66—68.
2. Hij was een navolger van Christus.
Jezus had gezegd, dat Zijne dienstknechten
dit moesten zijn. Mark. VIII : 34, X : 21.
Joh. XH : 26, XHI : 15, zie 2den tekst
om te leeren. (a) Zijne afscheidswoorden
waren woorden van ernstige en onbe-
schroomde afkeuring en bestraffing, VH:
51 -53, verg. Matth. XXHI. (b) Hij beval
den Heer zijnen geest, VH : 59; verg. Luk.