Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
409 LXXXVI. DE VIJAND ZAAIT ONKRUID IN DE TARWE.

veel eer mede in. (rf) En dan zullen zij
iets voor hen zeiven houden; indien het
eens slecht ging met de Kerk (zij hebben
geen wezenlijk geloof in hunnen Heer),
hebben zij nog iets voor den ondergang
bewaard.
Zoo wast het kwade zaad op. De Satan
heeft het scherpe gedeelte der wig vast-
gezet, en slaat ze er nu geheel in.
III. De zoude bedreven.
Kom op de plaats, waar de Gemeente
bijeenkomt — zeer waarschijnlijk diezelfde
«groote Opperzaal», waarin wij vroeger
reeds geweest zijn. De Apostelen zitten
ter neer en nemen de giften in ontvangst,
die zij aan de armere broederen uitdeelen.
Daar komt Ananias — het is eene be-
kende zaak, dat hij land heeft verkocht —
en nu legt hij ook een zak met zilver
voor de voeten der Apostelen — hoe goed
en edelmoedig! — misschien doen de om-
standers reeds luide zijn lof weerklinken.
Is het te laat? Kan hij zelfs nu niet
voor de zonde terugdeinzen — zelfs nu
nog openlijk zeggen, dat hij slechts een
gedeelte geeft ? Ach, hij had eerder weer-
stand moeten bieden — nu is hij in de
macht van den Satan — hij laat de Ge-
meente denken, dat hij een Barnabas is.
Wat was eigenlijk zijne zonde?
Eene leugen? Welke? Zie, geen enkel
woord van hem wordt vermeld. Neen,
maar hij liegt met daden en is dat iets
minder zondig? Maar was dit zijne eenige
zonde? Veel meer: — (a) I.Idelheid; (b)
Huichelarij; (c) Zelfzucht; (d) Gierigheid;
(e) Wantrouwen van God; (f) Bedrog.
En wat maakte de zonde zoo bijzonder
erg? (a) Zij waren in het geheel niet ver-
plicht het land te verkoopen, of, toen het
verkocht was, het geld weg te geven,
vers 4 (Zie Aant. i). (6) Zij hadden mogen
geven zooveel zij wilden, zeggende, dat het
slechts een gedeelte was. Dus er was geene
verontschuldiging, (c) Het was geen plot-
seling vervallen tot zonde — zij hadden
er over gedacht, gesproken, beraadslaagd.
(d) Het was een leugen voor God — zij
gaven voor, alles aan Zijn dienst op te
offeren, en toch was hetgeen zij gaven
slechts om «van de menschen geëerd te
worden» (Matth. VI : 2). Hoe waar is de
tweede helft van den te leeren tekst!
IV. De zonde gestraft.
Moest zulk eene zonde niet gestraft
worden? (a) Omdat zij zoo groot was. (b)
Omdat zij zulk eene oneer en schade voor
de Kerk was, juist in haar eerste begin.
Het was dezelfde zonde als dievanAchan
(Joz. VII), die zoo vreeselijk gestraft had
moeten worden, omdat zij bedreven was
toen Israël zijn intocht deed in het Be-
loofde Land. (c) Als eene genadige waar-
schuwing voor anderen. Evenals met Ko-
rach (Num. XVI), Nadab en Abihu (Lev.
X), Uzza (2 Sam. VH. Maar dan moest de
straf ook terstond op de misdaad volgen,
anders — zie Pred. VIII : 11.
En hoe snel volgde zij! (Lees vers 5—11,
beschrijf het tooneel).
Is het plan van den Satan gelukt? Hij
heeft den ondergang bewerkt van hen, die
aan hem hebben toegegeven. God heeft
de Kerk bewaard voor het vergif—maar
hoe? Door de aangetaste leden af te snij-
den. (Voorbeeld. — Een chirurgijn am-
puteert een been, of brandt het vleesch
om een beet weg, om het leven te red-
den). Ja, maar de Kerk zal geen bederf
zien — anderen zullen ingebracht worden
— anderen zullen «/lunne fcroon nemen »
(Openb. Hl : 11), verg. Matth. XXI : 43.
De Satan tracht nog steeds de
Kerk te verderven — nog steeds
zaait hij kwaad zaad; en er is dus nog
Onkruid onder de Tarwe — «niet allen
Israël, die uit Israël zijn» (Rom. IX : 6)