Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
406
LXXXVI. DE VIJAND ZAAIT ONKRUID IN DE TARWE.
9), zijn geloof door Petrus « gezien » ; of
werd het gewekt door den klank van
een naam, die hem zoo goed bekend was.
Zie over het geloof, dat de Apostelen in
staat stelde om wonderen te verrichten,
Les XLV.
4. Deze toespraak van Petrus gelijkt
in hoofdzaak op die van het voorgaande
hoofdstuk, maar is minder streng en
meer bemoedigend, en hij voert nieuwe
getuigenissen uit de Schrift aan, daar hij
naar Mozes en de Profeten in plaats van
naar David verwijst. Het is opmerkelijk,
dat hij de Joden beschuldigt van het
ö verloochenen » van Christus — hetzelfde,
wat hij had gedaan; en wij kunnen ons
voorstellen, hoe vertrouwend hij hun zal
verzekerd hebben, dat zij, wier schuld in
zekere mate door hunne onwetendheid
werd verzacht, vergeving zouden ontvangen,
indien zij zich bekeerden, wijl hem ver-
giffenis was geschonken, nadat hij tegen
beter weten in gezondigd had. Vergelijk
met vers 17, 18, Gen. L : 20. Er is eene
treffende tegenstelling in vers 14,15: «zij
begeerden een doodslager en hebben den
Vorst (of Schepper) des Levens gedood » ;
zij geven de voorkeur aan den nemer
des levens boven den gever des levens.
5. De woorden « Zijn Kind Jezus», in
vers 13 en 26 (evenals de uitdrukking
«heilig kind Jezus» in hoofdst. IV : 27,
30) — moet zijn e Zijn knecht Jezus
Wanneer Christus de Zoon van God ge-
noemd wordt, is het woord ü/o? (huios).
Hier is het (pais)> letterlijk «jongen»
en gewoonlijk beteekenende «dienstknecht».
In het overeenkomstige gedeelte in hoofdst.
IV is «David, uw knecht» hetzelfde woord.
Het is het woord, dat gebruikt wordt in de
Vertaling der Zeventigen van Jes XLII :1,
XLIX : 5, 6, LH : 13, LIH : 11, waar
de Messias c de knecht des Heeren » ge-
naamd wordt.
6. De overeenkomst tusschen de mach-
teloosheid van den kreupele en de mach-
teloosheid van het Joodsche volk hgt voor
de hand ; beiden begeerden eene zegening,
die veel geringer was dan die, welke voor
hen was weggelegd; in beide gevallen
bracht ook de grootere zegen den min-
deren mede: toen de kreupele kon wan-
delen, was hij in staat in zijn onderhoud
te voorzien en zoodoende ä zilver en
goud » te verkrijgen; en Petrus belooft den
Joden, dat die «tijden van wederoprich-
ting» zullen komen, waarnaar zij allen
verlangen, wanneer zij eerst den vooraf-
gaanden en grooteren zegen van de ver-
geving hunner zonden door Christus hebben
aangenomen. Het is hetzelfde beginsel,
dat uitgesproken wordt in de woorden:
«Zoekt eerst het koninkrijk Gods, en al
deze dingen zullen u toegeworpen worden ».
Les LXXXVI. — De yüand zaait onkruid in de tarwe.
« Zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn ».
Te lezen — Hand. IV : 32—37; V : 1—11.
Te leeren — Ps. XV : 1, 2; Ezech. XXXHI : 31. (Ps. 66 : 1, 2).
Voor den Onderwijzer.
In het algemeen kennen de kinderen de geschiedenis van Ananias en Saf-
fira zoo goed, dat het bijna onontbeerlijk is, het onderwerp op eene eenigszins
nieuwe wijze te behandelen, indien men de belangstelling wil gaande houden.
De behandeling in de volgende Schets is vanzelf nieuw, omdat, in deze
Lessen over de Handelingen der Apostelen, het hoofddoel is, de ontwikkeling
der Kerk van Christus na te gaan, en het verhaal dus meer als eene gebeur-
tenis in de geschiedenis der Kerk dan als eene karakterstudie beschouwd
wordt. Vandaar de bijzondere titel der Les en de reden, waarom in de
Schets de listen van den Satan zoo op den voorgrond treden. Vandaar ook