Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
399 LXXXIV. DE GAVE VAN DEN HEILIGEN GEEST.

Johannes de Dooper, Matth. IH : 11. Wat
doet het vuur? Brandt het? Ja, en God
wordt genoemd «een verterend vuur»,
Hebr. XH : 29. Maar welk goed doet het
vuur door dat branden ?(a) Het verwarmt.
En de Geest verwarmt onze koude harten.
Hoe ? Rom.V: 5. (b) Het reinigt. (Voorbeeld.
— Metalen worden in het vuur van het
schuim gereinigd). Zoo neemt de Geest
onze verkeerde gedachten en zondige
handelingen weg, heiligt ons, maakt ons
rein. Zie Rom. VIH : 9, 13; 1 Cor. VI :
11; Gal. V : 22—24; 1 Petr. I ; 2.
3. Hij zou werkelijk nieuwe talen geven.
De zondige taal zou veranderen in eene
taal van aanbidding en verheerlijking van
God. Zie hoe de Geest de menschen doet
spreken, Ef. IV : 15, 25, 29; V : 4, 19;
Col. IV : 6; — spreken tot God (Ps. V :
4, XXX : 13) en voor God (Hand. V : 20).
Wij ook behooren God te danken voor
de uitstorting van den Heiligen Geest,
Wij hebben gezien, hoe de Kerk zich heeft
uitgebreid; hoe had dit kunnen geschieden.
indien de Geest niet was nedergedaald ?
Geen geloof zonder den Geest, 1 Cor.
XII : 3; geen toebehooren aan Christus
of Gode behagen zonder Hem, Rom.
VIH : 9; geene zaligheid zonder Hem,
Joh. IH : 5. En de Gemeente dankt God
ook werkelijk voor de uitstorting van den
Geest, elk jaar op den vijftigsten dag na
Paschen — op welk feest?
Maar wij — wat baat dit ons, wanneer
wij den Geest niet hebben? Hij kan aan
een ieder geschonken worden — hoe?
Luk. XI : 13. Maar heeft Hij nooit tot
uwe harten gesproken, zich nooit aan
uw geweten doen gevoelen? Wie uwer
heeft niet wel eens Zijne werking onder-
vonden? De Schrift spreekt van het «weer-
staan )), « smarten aandoen », « bedroeven »,
«uitblusschen» van den Geest (Hand.
VH : 51; Jes. LXIH : 10; Ef. IV : 30;
1 Thess. V : 19) — hebt gij dit gedaan?
Bidden wij toch, dat de Heilige Geest,
die uitgaat van den Vader en den Zoon,
zich over ons, arme zondaren, ontferme!
Aanteekeningen.
1. Zie over het Pinksterfeest: Exod. XXHI:
14—17; Lev. XXHI: 15—22; Num.XXVHI:
26—31; Deut. XVI : 9—12. Het wordt
het « feest des oogstes » genaamd, omdat
het laatste koren dan rijp was; en het
«feest der weken», omósLi men eene week
van weken (zeven weken) rekende tus-
schen Paschen en Pinksteren. Het brood,
dat gegeten en geofferd werd, was dat, het-
welk gewoonlijk werd gebruikt (niet onge-
zuurd). Aan den wees en de weduwe en
den vreemdeling moest gedacht worden;
en bij de regelingen voor dat feest vinden
wij ook het gebod, om de nalezing van
den oogst voor de armen te laten. De
voornaamste plechtigheid, die er mede
verbonden was, bestond uit het offeren
der twee brooden, welke in de Schets
vermeld zijn.
Pinksteren werd door de Joden ook als
eene gedachtenisviering van de Wetgeving
op Sinaï beschouwd, welke dus zou schij-
nen op den vijftigsten dag na het vertrek
uit Egypte plaats gehad te hebben.
Dientengevolge was de dag bij uitstek
geschikt voor de Nederdaling van den
Heiligen Geest. De eerstelingen van den
grooten oogst der zielen werden toen in-
gebracht; en de W^et van God moest van
toen af geschreven worden « niet in steenen
tafelen, maar in vleezen tafelen des harten »
(Jer. XXXI : 33; 2 Cor. Hl : 3; Hebr.
VHI : 10).
2. De juiste berekening van den Pink-
sterdag was als volgt:
Het Paaschlam werd op den avond,
volgende op den 14den Nisan, gedood. De
15<le Nisan was de eerste dag der onge-
hevelde brooden, en een « feest-Sabbat
Op den volgenden dag, den 16<iei Nisan,
werd de schoof gerst in den Tempel ge-
otferd. Van dien dag af werden zeven
weken geteld, dus negen en veertig dagen;
en de volgende dag, de vijftigste, was de