Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
21 V. DE BESNIJDENIS EN DE VOORSTELLING IN DEN TEMPEL.

afwasscking). Wie heeft den Ghristelijken
doop ingesteld,.juist toen de besnijdenis afge-
schaft zou worden? Zie Matth. XXVIII: 19.
Wat gebeurde er dus nnet het Kind Jezus,
toen het acht dagen oud was? Lees vers
21. Maar waarom? Had Hij eenige zonde,
die weggenomen moest worden? 1 Joh.
III : 5. Behoefde Hij, Gods eigen Zoon,
tot Gods geslacht toegelaten te worden?
Waarom werd Hij dan besneden ? Zie Hebr.
II : 17 («in atles den broederen gelijk
geworden^), Gal. IV : 4 {{(.geworden onder
de wetf>). Hij zou, als een zondaar,
anderen zondaren gelijk zijn, hunne zonden
dragende; Hij zou alles doen wat de wet
hun voorschreef.
aWat zijn nu uwe namen?» (Jan,
Marie, enz.). «Wanneer werd die naam
U gegeven?» Bij den doop. Zoo ging
het ook met Joodsche kinderen bij de
besnijdenis, zie Luk. I : 59. Welke was
de naam, die aan het heilige Kind te
Bethlehem gegeven werd ? Op wiens bevel ?
Wat beteekende die naam?
II. De voorstelling in den
Tempel.
Maar indien Jezus «onder de wet»
moest zijn, behoorde er nog iets anders
gedaan te worden. Hij was een eerstge-
boren zoon. Zoek op wat God omtrent
oudste zonen had gezegd, Ex. XHI : 2.
Toen de engel des verderfs in dien vreese-
lijken nacht in Egypte kwam, wie werden
er toen gedood? Evenzoo waren het de
eerstgeborenen der Hebreërs, die op bijzon-
dere wijze voorbij werden gegaan en
bewaard bleven. (Verg. Exod. IV : 22, 23).
Kn God zeide, dat de eerstgeboren zonen
altijd Hem moesten toebehooren, voor Zijn
bijzotjderen dienst. Maar naderhand koos
God een geheelen stam (Num. III: 12,13),
en de eerstgeboren uit de andere stammen
moesten alleen den Heer voorgesteld
worden. Dus toen Jezus ongeveer zes
weken (Lev. XH : 1—4) oud was, moesten
Jozef en Maria Hem naar Jeruzalem bren-
gen (anderhalf uur van Bethlehem). [Lees
vers 22-38].
1. Het is geen bijzondere dag in den
Tempel — geen groote plechtigheden,
geen toevloeiende menigte. Er zijn een of
twee priesters, om de gaven, die wellicht
gebracht worden, aan te nemen, en dienst
te ^doen bij de dagelijksche offeranden,
enz. Daar komt een eenvoudig gekleed
man, met zijn vrouw en een kindje, dat
den Heer voorgesteld moet worden —
waarom? En zij brengen eene offerande
mede voor God — welke? Indien zij rijk
waren geweest, wat zouden zij dan ge-
offerd hebben? Zie Lev. XH : G—8. Maar
zij waren arm. Een van de priesters neemt
de vogels en wijdt het kind aan God. —
Hij ziet hierin niets vreemds — hij doet
het eiken dag, weinig vermoedt hij wie
dat Kind is! En toch. welke profetie wordt
vervuld? Zie Mal Hl : 1.
2. Juist op dat oogenblik kwam er een
oud man in den Tempel — hoe heette
hij ? — welk getuigenis wordt er van
hem gegeven? Jaren lang heeft hij iets
verwacht, en God heeft hem gezegd, dat
hij den dood niet «zien» zal, eerdat hij
«zien» zoude — wat? Dien i.Christusr>
Messias, Koning, Verlosser, die beloofd
was geworden door den mond van alle
Gods heilige profeten. Waren er nog
andere Joden, die den Koning die komen
zou, verwachtten? hoe vele? Zie Hand.
XXVI : 7. Een hoedanigen koning ver-
wachtten de meesten? (Verwijs naar Les
III). En toch — Simeon komt in den
Tempel — ziet den armen man, met zijne
vrouw en het kindeke — voelt Gods open-
baring in zijn hart, ndat is de beloofde
Koning)) — twijfelt geen oogenblik —
neemt het Kind — en een lofzang vloeit
over zijne lippen. Nu is hij gereed om te