Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
396
LXXXIV. DE GAVE VAN DEN HEILIGEN GEEST.
samenzijn te Jeruzalem. Zie Les LXXXI,
Aant. 4.
2. Het is even onverstandig als nutte-
loos om de plaats te willen bepalen, waar
het lichaam van onzen Heer in den Hemel
is. « Welke hemel er hooger is dan al de
overige hemelen; welk heiligdom er heiliger
is dan al de andere heiligdommen; welke
plaats het hoogst verheven is in al die
hemelsche hoven — daarheen is Hij op-
gevaren. Waar Hij in den luister Zijner
godheid was, vóór Hij onze menschheid
op zich nam. »
«Aan geene der groote waarheden.
betreffende de twee naturen van onzen
Heer, is het meer noodig in den tegen-
woordigen tijd vast te houden, dan aan
deze. Een vast gelcof in de letterlijke en
plaatselijke hemelvaart van de menschheid
van onzen Heer is op zichzelf reeds een
geloof in de geheele geheimenis van de
vereeniging der Godheid en der mensch-
heid. Indien de Heer ons in Zijn dood
van Zijne menschheid heeft verzekerd, en
in Zijne opstanding Zijne godheid geopen-
baard, heeft Hij zeer zeker in Zijne
hemelvaart beide ten toon gespreid.
Les LXXXIV. — De Gave van den HeiHgen Geest.
« Zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest»,
Te lezen — Hand. H : 1—21.
Te leeren — Luk. XXIV : 49; Jes. XLIV : 3. (Gez. 153 : 1, 2).
Voor den Onderwijzer.
Door de geheele Schets heen wordt aangenomen, dat de leerlingen weten,
voie de Heilige Geest is. Maar in werkelijkheid is op geen punt het Gods-
dienstig geloof van kinderen zoo onbepaald, is er geene zaak, waarvan zij
zich zoo weinig begrip maken als van den Persoon en het Werk van den
Heiligen Geest, hetgeen ook daaruit blijkt, dat Deze meestal als ééne zaak
worden beschouwd. Indien de onderwijzer eenige reden heeft om te gelooven,
dal ook zijne leerlingen deze onbepaalde voorstellingen hebben, zal hij beter
doen door sommige gedeelten van Afdeeling II weg te laten, en in plaats daarvan
de grondbeginselen omtrent den Persoon en het Werk van den Geest voor
zijne klasse te verklaren.
Hel onderwerp van de Gave der Talen wordt, tot nadere inlichting voor
de onderwijzers, in hel Aanhangsel, dat aan deze Les is toegevoegd, behan-
deld. Maar het is beter niet met de kinderen (behalve in sommige der hoog-
ste klassen) over de moeilijkheden van het onderwerp te spreken, en slechts
eenvoudig, onafgebroken met de behandeling voort te gaan, zooals in de
Schets wordt aangegeven. Men zal altijd wèl doen, om, wanneer er over de
onderwerpen, die men behandelt, verschillende meeningen bestaan , zich alleen
le houden aan die, welke men de juiste acht, en zich met de andere niet te
bemoeien. Natuurlijk moet de onderwijzer van te voren bij zichzelf beslist
hebben, wal hij oordeelt, dat de juiste opvatting is; en vandaar de noodzake-
lijkheid van de vele Aanteekeningen, die deze Les begeleiden.