Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXXIir. DE HEMELVAART.
393
gedachte zoo indrukwekkend, werkt geene beschouwing zoo krachtig op het
gemoed als juist deze, dat «deze zelfde Jezus» als Mensch meteen menschelijk
lichaam en eene menschelijke ziel «opgenomen is in God» (zooals de Geloofs-
belijdenis van Athanasius het uitdrukt), nu aan de rechterhand Gods is; dat
Hij, die niet alleen krachtens Zijne Goddelijke alwetendheid, maar uit per-
soonlijke ondervinding weet, wat in den mensch is, ons altijd gadeslaat, —
en ons gadeslaat als Ontfermer, Middelaar, Voorspraak, als de Heiland, die
«volkomenlijk zalig wil maken». Het is goed, dat wij dikwijls stilstaan bij den
gekruisigden Zaligmaker; maar laten wij niet na ook op den levenden Zalig-
maker te wijzen.
De typische beteekenis van het gaan van den Hoogepriester binnen het
voorhangsel, waarop in het eerste gedeelte van Afdeeling II gewezen wordt,
zal voor meergevorderde leerlingen zeer belangrijk zijn, vooral indien zij met
gemakkelijkheid gebruik kunnen maken van de verwijzingen naar den Brief
aan de Hebreen. De twee andere gedeelten, waarin de benamingen van Chris-
tus als onze «Voorspraak» en «Oudste Broeder» behandeld worden, zullen
beter binnen het bereik vallen van klassen, waar geen gebruik van verwij-
zingen kan worden gemaakt.
Schets van de Les.
Van hoeveel verschijningen van den
Heer na Zijne opstanding hebben wij ge-
lezen? Aan Maria Magdalena, aan de
andere vrouwen, aan Petrus (/,es LXXIX);
aan de Emmaüsgangers (Les LXXX); aan
de verzamelde Apostelen zonder Thomas
en met Thomas (Les LXXXI); aan som-
migen hunner bij het Meer {vorige Les)
— zeven in het geheel. Wij lezen nog
van drie andere:
(1) Aan de geheele menigte der disci-
pelen, 500 in getal, 1 Cor. XV : 6. Dit
geschiedde (waarschijnlijk) op een aange-
wezen plaats, een berg in Galilea, Matth.
XXVIII : 16. Daar gaf Christus aan Zijne
geheele Gemeente eene plechtige opdracht.
(2) Aan Jakobus, 1 Cor. XV : 7 —
waarschijnlijk niet de broeder van Johan-
nes, maar van Judas, naderhand eerste
Bisschop van Jeruzalem en schrijver van
den Brief.
(3) Nog eens aan de Elven, te Jeruza-
lem, Luk. XXIV : 44—53; Hand. I : 1 —
12. Daar gaf Hij Zijne laatste bevelen —
om te wachten op den beloofden Trooster
(Luk., vs. 49). Daarna ging Hij voorgoed
henen. Waarheen? Zie de Geloofsartikelen:
«opgevaren ten Hemel, zittende ter rech-
terhand Gods, des Almachtig en Vaders.n
Dit zullen wij heden overdenken.
I. De Hemelvaart van Christus.
I, Opgenomen van de aarde. Zij ziju
in de stad — denkelijk in diezelfde
ö Opperzaal», waar het Laatste Avond-
maal gebruikt werd, waar Jezus op die
twee Zondagavonden verscheen. Hij ft leidde
hen buiten » — waarheen (Luk., vs. 50) —
langs den welbekenden weg, over de
Kedron, voorbij Gethsémané, den Olijfberg
op, over den berg heen, naar Bethanië.
Hij zegt hun wat zij moeten doen, wan-
neer Hij is heengegaan (Hand., vs. 8) —
«getuigen» {Licht dit toe door de ge-
tuigen bij rechtszittingen). Waarvan zijn
zij «getuigen» geweest? Van Zijn leven,
Zijne wonderen. Zijn karakter, lijden, dood,
opstanding. Nog van ééne zaak moeten
zij getuigen zijn — zij zullen met eigen