Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
392
LXXXIII. DE HEMELVAART.
vers 15—17 komen niet aan het licht in
onze Hollandsche vertaling. Het Grieksche
woord voor liefhebben, in de twee eerste
vragen van Christus agapdn) is
verschillend van datgene, wat in Zijne
derde vraag en in al de antwoorden van
Petrus gebruikt wordt (4)/Ag7v, philein).
Het eerste drukt de hoogere, eerbiedige,
dankbare liefde uit en wordt altijd gebezigd
voor de liefde tot God. Het laatste drukt
eene lagere, persoonlijke gehechtheid uit.
Het zou dus schijnen alsof Petrus niet
durfde belijden, dat hij den Heer liefhad
in den zin, welke in de eerste twee vragen
besloten ligt, en het minder verheven
woord gebruikte; en dat Christus in Zijne
lankmoedigheid tot hem afdaalde en het
laatste woord in Zijne derde vraag bezigde.
Deze uitlegging wordt aljjemeen aange-
nomen; maar Trench denkt, dat Petrus
zich niet vergenoegde met het verhevener
woord, en eene vuriger liefde beleed dan
waarvan Jezus sprak; en dat de derde vraag
beteekent: «Hebt gij Mij inderdaad 200 lief?»
De Grieksche woorden voor « weiden »
zijn ook verschillend, en (naar alle waar-
schijnlijkheid) ook die voor « schapen » ;
de drie bevelen zouden dan juister aldus
luiden: « Weid Mijne lammeren »; « Hoed
Mijne schapen »; « Weid Mijne uitver-
koren schapen » — elke opdracht hooger
dan de voorgaande.
10. De merkwaardige voorspelling aan
Petrus, in vers 18, wordt met korte woor-
den in de Schets uitgelegd; maar de volle
beteekenis kan niet zoo in het kort ver-
klaard worden. Volgens Hieronymus werd
Petrus onder Nero gekruisigd, met het
hoofd naar beneden, omdat hij voorgaf
onwaardig te zijn op dezelfde wijze ge-
kruisigd te worden als Zijn Heer.
Het is niet gemakkelijk hier de bijzon-
derheden van het verhaal in te voegen.
Misschien verwijderde de Heer zich van
het gezelschap, en werden de woorden
«Volg Mij» gesproken als een laatst
bevel. Petrus, denkende, dat zij betee-
kenden «Kom nu met Mij mede», begon
letterlijk Jezus te volgen, en dit deed
Johannes ook.
Het antwoord van den Heer op Petrus*
vraag aangaande Johannes was klaarblijke-
lijk eene zachte terechtwijzing. Petrus had de
woorden omtrent hem zelf eerder als eene
raadselachtige profetie dan als eene plech-
tige waarschuwing opgevat, en zijne nieu ws-
gierigheid was opgewekt om ook het lot
van zijn vrienden te weten. Toch zijn bijna
alle Schriftuitleggers het eens, dat de
woorden van Christus de toekomst van
Johannes werkelijk aanduidden. De uit-
drukking «Dat hij blijve, totdat Ik kome»
is op verschillende wijzen uitgelegd ge-
worden. Het is zeker, dat van de verwoes-
ting van Jeruzalem op sommige plaatsen
in de Schrift gesproken wordt als van
een «komen» van den Heer; zie Aan-
hangsel X, blz. 302; en Johannes leefde
tot na deze groote gebeurtenis, welke
Petrus (en waarschijnlijk de meesten der
anderen) niet beleefd hebben. «Met de
verwoesting van Jeruzalem begon die ont-
zaglijke reeks van gebeurtenissen, waarvan
de Openbaring van Johannes het profe-
tische verslag geeft, en welke, te zamen
gevat, bekend zijn als het Komen van
den Heer, daar zij ook werkelijk ein-
digen zullen met Zijne heerlijke en per-
soonlijke Wederkomst» (Alford). Deze
Openbaring gaf Christus persoonlijk aan
Johannes op het eiland Patmos.
Les LXXXIII. — De Hemelvaart.
a Welke is aan de rechterhand Gods, opgevaren ten Hemel n.
Te lezen — Luk. XXIV : 50—53; Hand. I : 1—11.
Te leeren — Hebr. IX : 24; 1 Petr. IH : 22. (Ps. 68 : 9, 10; Gez. 146 : 3).
Voor den Onderwijzer.
Kinderen zijn al te zeer geneigd, om zich Christus voor te stellen als Een,
die vele eeuwen geleden geleefd heeft en gestorven is. Zij maken er zich ge-
woonlijk geen begrip van, dat Jezus van Nazareth nu leeft. — Toch is geene