Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
390
LXXXII. DE MORGEN AAN DE ZEE VAN TIBERIAS. 390
Petrus moet dus bestraft worden. Maar
hoe liefderijk — 0 Hebt gij Mij werkelijk
liever dan deze? » Maar waarom drie maal?
Bedenk — wat had Petrus kort geleden
drie maal gedaan?
De drie antwoorden. Durft hij zeg-
gen « meer dan deze » ? Neen, hij gevoelt
zich vernederd. Zegt hij: «Zie op mijn |
gedrag — daaruit blijkt mijne liefde»? '
Ach, dat kan hij niet zeggen. Toch weet |
hij, dat hij zijn dierbaren Meester werke-
lijk liefheeft; en hij gevoelt, dat zijn ;
Meester het ook weet — Hij kent al zijne
zonde en zwakheid, ja — maar kent ook
zijne liefde.
De drie bevelen. Nu kan Jezus Petrus I
gebruiken, nu deze zoo gering van zich-
zelf denkt, en vervuld is van liefde voor |
Christus. Maar moet hij alleen in het ^
groot arbeiden? Neen, niet altijd menigten i
van zielen inbrengen — hij moet zich
dikwijls vergenoegen met het weiden der
kudde, het leeren en verzorgen van het
volk van Christus. Zelfs de kleinen, die
hij vroeger te gering achtte (Matth, XVHI:
i—6, XIX : 13, 14): hij moet de «lam-
meren » weiden.
En Petrus deed het; en zie wat hij op
hoogen ouderdom aan de andere «herders»
in de Gemeente schreef, 1 Petr. V: 2—5.
Doet Christus deze vraag ook nu —
« Hebt gij Mij lief? » Heeft Hij geen recht
het te vragen ? Ga eens na, wat Hij voor
ons gedaan heeft en nog doet. Kunnen
wij nalaten Hem lief te hebben? Maar
hoe zult gij antwoorden? Weet gij, dat
gij Hem liefhebt, niettegenstaande uwe
zonden? Kunt gij Hem vragen in het bin-
nenste van uw hart te zien, om zich van
uwe liefde te verzekeren? Zijt gij er «niet
zeker» van? Hoe vreemd! Gij weet of gij
uwe moeder bemint — waarom niet of
gij Christus liefhebt?
Zie wat de Schrift hierover zegt:
(a) Welke soort van liefde verwacht
Hij? Matth. X : 37; Ef. VI : 24. (6) Wie
zijn zij, die Hem liefhebben? Hooglied
1:4; Joh. VIII : 42; Luk. VII : 47. (c)
Hoe kunnen wij onze liefde toonen? Joh.
XIV : 15; 1 Joh. V : 2. (d) Wat wordt
gezegd van degenen, die Hem niet lief-
hebben? 1 Cor. XVI : 22. (e) Wat wordt
beloofd aan degenen, die Hem liefhebben?
Jak. I : 12; Joh. XIV : 21, 23.
2. De arbeiders van Christus moeten
Christus vólgen.
Zie wat Jezus nog meer tot Petrus zeide,
vers 18, 19 (Zie Aant. 10), Wat beteekent
«volgen van Christus»? Te doen wat Hij
doet, te gaan waar Hij gaat, Hem gelijk
te zijn, Hem na te volgen. En wat zou
dit veroorzaken? Wat Christus te verduren
had gehad, dat zouden ook Zijne navolgers
moeten lijden — den haat der menschen,
vervolgingen, misschien den dood; zie
Joh. XV : 20. Vroeger had Petrus eens
gezegd, dat hij den Heer wilde volgen,
zelfs tot in den dood. Luk. XXH : 33;
had hij dit gedaan? Maar zelfs toen be-
loofde Jezus, dat hij Hem « namaals » zou
volgen, Joh. XHI : 36; en wat is nu de
voorspelling? vers 18,
Wat beteekent dit? Toen hij jong was,
gordde Petrus zichzelf, enz. — hij ging
zijn eigen weg — goed of kwaad, hij
deed wat hij wilde; ook nu had hij zich
nog zelf «omgord» en « zijne handen
uitgestrekt» om van de boot naar Jezus
te zwemmen, omdat dit zijn wil was;
maar indien hij Christus wil volpen, die
niet gekomen was « om Zijnen wil te doen »
(Joh. IV : 34), moet hij bereitl zijn om
niet zijn eigen weg te gaan, maar voor
dingen, die hij nie^ zou kiezen; ja, op eene
andere wijze zal hij «omgord» en zullen
zijne handen uitgestrekt worden. Hoe dan?
Gebonden als een gevangene — uitge-
strekt op het kruis!