Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXXII. DE MORGEN AAN DE ZEE VAN TIBERIAS.
387
inwoning van den Geest waren zij in staat
de harten der menschen te kennen en
daarnaar hun oordeel uit te spreken. Zie
Hand. V : 1-H, VHI : 21, XIII : 9».
Men merke op, dat de woorden van
den Heer niet alleen tot de Apostelen ge-
sproken werden, daar er nog anderen
tegenwoordig waren. Luk. XXIV : 33.
4. Indien wij alleen het Evangelie van
Lukas hadden, zouden wij kunnen denken,
dat de Heer ten hemel voer op den avond
van den dag, dat Hij opstond, ofschoon,
afgescheiden zelfs van de andere Evange-
liën, zulk eene voorstelling door Lukas
zelf in Hand. I : 3 verbeterd wordt. De
«veertig dagen» moeten vallen tusschen
het 439te en 44ste vers van Lukas XXIV,
evenals het bevel om «in Jeruzalem te
blijven», in vers 49, gegeven moet zijn
toen de Apostelen uit Galilea waren terug-
gekeerd na de verschijningen van den Heer
aldaar. Deze terugkeer geschiedde denke-
lijk op Zijn bevel, evenals de reis naar
Galilea zelve.
5. Het karakter van Thomas wordt dik-
werf verkeerd begrepen. Een man, die in
eene eeuw van algemeen ongeloof aan het
bovennatuurlijke leefde, en zich hechtte
aan een wonderdoener, kan moeilijk be-
schouwd worden als de prototype der
sceptici van den tegen woord igen tijd. Hij
schijnt eene zwaarmoedige natuur gehad
te hebben (verg. Joh. XI : 16, XIV: 5) en
in dat geval is het zeer mogelijk, dat de
dood van Christus hem zoo geheel alle
hoop had doen verliezen, dat hij ontoe-
gankelijk was voor troost. Evenals men-
schen, die zich overgeven aan moedeloos-
heid, toonde hij ook eene zekere halsstar-
righeid om zijne twijfelingen vol te houden.
dik zal geenszins gelooven». Maar dat
hij desniettegenstaande bijzonder aan zijn
Meester was gehecht, blijkt zoowel uit Joh.
XI : 16, als uit zijne edele ontboezeming
in dit gedeelte, waarin zijne aanbidding
en toewijding zoo schoon aan het licht
komen. Hoeveel hooger zijne liefde stond
dan zelfs die van Maria Magdalena, kun-
nen wij opmaken uit de verschillende
wijze, waarop de Heer beiden behandelt:
tot haar, die Zijne heilige menschheid
liefhad, zegt Hij: «Raak Mij niet aan»;
tot hem, die bereid was om Zijne Godheid
te belijden, zegt Hij: « Breng uwen vinger
hier».
Les LXXXII. — De morgen aan de Zee van Tiberias.
« Volg Mij na, en Ik zal u visschers der menschen maken ».
Te lezen — Joh. XXÏ : 1-19.
Te leeren — Joh. XXI : 6, 17. (Gez. 65 : 1, 2, 8; Ps. 111 : 3).
Voor den Onderwijzer.
In deze Les is geen gebrek aan stof, en waarschijnlijk zal elk onderwijzer
er eene keus uit moeten doen voor zijne eigen klasse; hetgeen geene moei-
lijke taak zal zijn, daar de verschillende deelen afzonderlijk genomen kunnen
worden, zonder dat de belangstelling er door verloren gaat. Afdeeling I kan
het best met jongere klassen weggelaten worden. Het tweede gedeelte van
Afdeeling II worde in alle geval met meergevorderde leerlingen behandeld,
daar het waarschijnlijk, ook voor de best onderwezenen, nieuw is; de meeste
onderwijzers loopen, bij de behandeling van dit hoofdstuk, los over vers 18
heen.
Vele kinderen, die nooit in de zee hebben zien visschen, weten iets van
riviervisscherij af. Deze kennis kan door den onderwijzer ten nutte gemaakt
en het onderscheid met weinige woorden uitgelegd worden.