Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXX. DE WANDELING NAAR EMMAllS.
379
Les LXXX. — De wandeling naar Ëminaiis.
« Was ons hart niet brandende in ons?»
Te lezen — Luk. XXIV : 13—35.
Te leeren — Mal. 111:16; Rom. XV: 4. (Gez. 204: 1, 4; Gez. 137:2; Ps. 119:65).
Voor den Onderwijzer.
De onderstaande Schets heeft voornamelijk ten doel, om aan te toonen
hoe het verhaal, dat wij voor ons hebben, boeiend gemaakt kan worden, en
welke de lessen zijn, die er rechtstreeks uit voortvloeien. Maar met leerlingen,
die goed thuis zijn in den Bijbel, worde een veel grooter gedeelte van den
tijd, dan hier aangegeven is, besteed met het opnoemen der voornaamste
Oud-Testamentische profetieën, enz., uit welke de onderwijzer vooraf met zorg
eene keus moet gedaan hebben. Voor deze keus en zijne opmerkingen betref-
fende de gekozen plaatsen zal Les II hem eenige nuttige wenken kunnen
geven.
Het nut, om kinderen talrijke teksten van buiten te laten leeren, die zij
slechts gedeeltelijk begrijpen, wordt somtijds in twijfel getrokken. Dit verhaal
zal zulke twijfelingen doen verdwijnen. De twee discipelen begrepen de oude
typen en profetieën niet, maar indien zij niet bekend waren geweest met
de letter er van, hoe had Christus hun dan den zin kunnen verklaren in Zijne
mondelinge les?
Het woord, om hetwelk zich de gedachten in deze Les schikken, is, zooals
in de Schets wordt aangegeven, «Brandende harten». Zulke woorden, die als
het ware den sleutel geven tot de Les, zijn dikwijls van groot nut, zoowel
om het middelpunt der gedachten te vormen, als om den kinderen een bepaald
begrip te geven van den hoofdinhoud der Les.
Schets van de Les.
Zie veis 32 — aWas ons hart niet 1 moeting met een afwezigen vriend; het
brandende in ons?» Brandende harten
— weet gij wat dat is? Een gevoel is
opgewekt — ternauwernood kan het inge-
houden worden. Somtijds is het belang-
stelling. ( Voorbeeld. — Een jongen, die
naar de beschrijving van een gevecht
of eene schipbreuk luistert)\ somtijds angst
(Voorbeeld. — In onverwacht gevaar,
als men b.v. bijna overreden wordt);
somtijds ergernis en toorn {Voorbeeld.—
Verhit gelaat bij een twist — hoe moei-
lijk is het om geen ruwe woorden te
gebruiken!); somtijils plotselinge vreugde
{Voorbeeld. — Eene onverwachte ont-
winnen van een prijs). Zie Ps. XXXIX:
4, CXIX : 139; 2 Cor. XI : 29.
Heden zullen wij twee menschen zien,
wier hart «brandende» was; en wat hier-
van de oorzaak was.
I. Hoe deze twee harten bran-
dende waren.
Twee manïjen komen van Jeruzalem —
zij zijn op weg naar een vlek buiten de
stad. Waarom is hun gelaat droevig, zijn
hunne blikken ter neergeslagen? Zoudt gij
niet treurig zijn. drie dagen nadat gij uw
besten vriend hadt verloren door een wree-
den moord? Wien hadden zij verloren?