Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
IV. DE GE1300RTE VAN JEZUS CHRISTUS.
19
4. De «herberg» of caravansera der
Oostersche landen is eenvoudig eene door
muren besloten ruimte, die er van buiten
uitziet als eene gevangenis of een fort.
Bij vele is er van binnen een groot ge-
bouw, dat verscheidene kleine vertrekken
of cellen, en een soort gezelschapszaal be-
vat. Zij zijn geen van allen van meubelen
voorzien, het zijn niets anders dan naakte
muren. De open ruimte tusschen het bin-
nenste gebouw en den buitenmuur dient
als «stal» en daar moesten waarschijnlijk
Maria en Jozef hun toevlucht nemen tus-
schen de kameelen en ezels, welke aan
de reizigers toebehoorden, die hun vóór
waren geweest in het betrekken der
kamers.
Eene dame, die veel in Palestina heeft
gereisd, beschrijft, hoe zij in een soort-
gelijk gebouw een nacht doorbracht, op
deze wijze: «Het huis bestond slechts uit
ééne groote kamer, ongeveer achttien voet
in het vierkant. Daarbinnen stonden vlak
bij de deur een ezel en een juk ossen,
en ik bemerkte spoedig, dat ruim een
derde gedeelte van de kamer voor het vee
bestemd was; op den grond, die niet door
een vloer gedekt was, had men het
voeder gestrooid. Wij moesten twee treden
naar boven gaan en kwamen toen op een
soort tribune, die ongeveer een el hoog
en met stukken van oude matten en
kleeden bedekt was. Intusschen werden
onze twee paarden in het lagere gedeelte
der kamer ontzadeld en geherbergd. Drie
diepe troggen of kribben, ongeveer drie
voet lang en één voet breed, waren in
den breeden steenen rand, aan het einde
der tribune, uitgehold. Mohammed, onze
knecht, vulde deze troggen met gerst, en
onze vermoeide dieren genoten van hun
avondmaaltijd .... Ik stelde mij voor, hoe
Jozef met ongeduld naar een verblijf voor
Maria moet gezocht hebben. Er zal zich
toen in het hoogere gedeelte der kamer
een groot aantal vreemdelingen bevonden
hebben, die evenals zij waren gekomen
om beschreven te worden. Maar het is
mogelijk dat Jozef en Maria hun toevlucht
hebben genomen tot het warmere ge-
deelte van het vertrek.... Toen ik die
kribben zag, kwam het mij zoo natuurlijk
voor, dat men er een als wieg voor een
pas geboren kind gebruikte. De grootte,
de vorm, de nabijheid van het warme
vuur, dat daar altijd in het midden van
den winter brandt, moesten eene Oos-
tersche moeder dadelijk op het denkbeeld
doen komen».
5. Vele vernuftige bewijsgronden zijn
aangevoerd, om de mogelijkheid te doen
inzien, dat de plaats, waar Christus geboren
werd, hetzelfde huis was, waar Boaz en
Ruth, Isai en David gewoond hadden;
en dat hel daar stond, waar nu het Klooster
der Geboorte is opgericht. Men beweert
nl. — 1. dat er waarschijnlijk in kleine
steden één Khan (Caravansera, herberg)
was, en dat deze gewoonlijk het huis
van den sheik, of een vroeger door den
sheik bewoond gebouw was. 2. Boaz was
klaarblijkelijk de Sheik van Bethlehem.
3. Zijn huis kwam naderhand van zelf in
het bezit van David. 4. In Jer. XLI : 17
wordt de woning van Chimham als « bij
Bethlehem» aangeduid. 5. David had Chim-
ham, den zoon van Barzillai, tot zich ge-
nomen en als een zijner zonen behandeld
(2 Sam. X1X:38; 1 Kon. 11:7); hieruit
leidt men af, dat David hem zijn huis te
Bethlehem gaf. G. Thans zijn in het Oosten
onzijdige plaatsen, bijna gelijkstaande met
heilige plaatsen; zij worden daarom niet
in den oorlog verwoest, en wanneer zij
bouwvallig worden, houdt men ze met
zorg in stand. De «herberg», waar Maria
en Jozef kwamen, was dus waarschijnlijk
het huis, waar Chimham en vroeger David
en Ruth gewoond hadden. 7. Wanneer
men in aanmerking neemt, hoe getrouw
in het Oosten de herinneringen aan zulke
plaatsen werden hewaard, is het niet te
denken, dat tusschen den tijd van Christus
j en dien van Constantinus, de ligging van
j den Khan te Bethlehem was vergeten, en
Constantinus bouwde op de plaats, waar
men vermoedde dat Christus was geboren,
eene kerk, welke daar nog staat. 8. De
ligging der kerk komt geheel overeen met
hetgeen de Bijbel van de plaats zegt, vooral
in het Boek Ruth.