Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXIX. — DE MORGEN VAN DEN DERDEN DAG.
373
een zeer groot, cirkelvormig blok als een
molensteen, hetwelk (als een wiel) gerold
werd en in een gleuf in de rots paste.
Dat het graf nog niet gebruikt was, is
eene gewichtige omstandigheid, daar hier-
door bewezen wordt, dat er geen ander
lichaam uit kon komen dan er in was
gelegd.
5. De vrouwen, van wie vermeld
wordt, dat zij bij de kruisiging en de
begrafenis tegenwoordig waren, zijn (l)
Maria Magdalena (Matth, Mark., Joh.);
(2) Maria, de Moeder van Jakobus den
Jongere en van Joses (Matth., Mark.),
die waai^chijnlijk dezelfde is als Maria,
de vrouw van Klopas (Joh.), daar aKlopas»
slechts een andere vorm is voor «Alfeüs»
en dit de naam was van den vader van
Jakobus den Jongere (Matth. X : 3). Deze
Maria schijnt ook de zuster geweest te
zijn van de moeder des Heeren (Joh ) en
Jakobus en Jo^es waren dus twee Zijner
neven of «broeders» (verg. Matth. XIII :
55); (3) Salome (Mark.), de vrouw van
Zebedeüs en moeder van Johannes den
Evangelist en zijn broeder Jakobus(Matth.);
<4) Vele vrouwen(Matth.) van Galilea (Luk.).
De moeder van Jezus was eerst tegen-
woordig (Joh.), maar, daar zij naderhand
niet vermeld wordt, werd zij waarschijnlijk
door Johannes medegenomen, toen Jezus
haar aan zijne zorg toevertrouwde. De
geliefde discipel keerde echter naar Gol-
gotha terug en was een getuige van den
dood onzes Heeren,
6. Het schijnt, dat de Farizeën niet vóór
Zaterdag naar Pilatus gegaan zijn, om hem
te vragen eene wacht bij het graf te
plaatsen. Het is zeker, dat de wacht er
niet vóór Zaterdagavond kwam, anders
zouden de vrouwen geweten hebben, dat
er eene was, hetgeen duidelijk blijkt van
niet (.Mark. XVI : 3). De woorden van
Pilatus moeten waarschijnlijk aldus ver-
taald worden: uNeemt eene wacht», d. w. z.
«gij moogt eenigen mijner soldaten hebben».
Het waren Romeinsche soldaten, en niet
de Joodsche krijgsknechten van de Tempel-
wacht.
7. «Na drie dagen», beter: «op den
derden «lag». De Joodsche wijze van reke-
nen is dikwijls zeer verwarrend; zij reken-
den elk deel van den dag als een dag.
Onze Heer is feitelijk slechts één dag en
twee nachten in het graf geweest.
Les LXXIX. — De morgen van den derden Dag.
n Gij zult bedroefd zijn, maar uwe droefheid zal tot blijdschap worden».
Te lezen — Matth. XXVIH : 1—10; Joh. XX : 1—18; (verg. Mark. XVI : 1—11;
Luk. XXIV : 1—12).
Te leeren — Matth, XXVHI : 5-9; Joh. XVI : 20. (Gez. 142; Ps. 118 : 11, 14).
Voor den Onderwijzer.
Ofschoon de paragrafen in de Schels voor meerder gemak genummerd zijn,
zijn zij geen eigenlijke afdeelingen, en de onderwijzer trachte slechts eene
zooveel mogelijk levendige en uitvoerige beschrijving onafgebroken te geven.
Wij zijn echter eenigszins afgeweken van de volgorde van Mattheus, om eerst
met de soldaten en priesters af te handelen, eerdat wij tot de volgelingen
van Jezus overgingen.
De woorden «vreeze en groote blijdschap» worden gebruikt als een draad,
welke de verschillende voorvallen verbindt, en zij dienen ook als overgang
tot eene geschikte toepassing.