Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
372
LXXVIII. DE AVOND VOOR DEN SABBAT.
enz.? Neen — het werd in volmaaktheid
en heerlijkheid opgewekt — alle zwakten
en krankheden bleven in het graf achter.
Denk nu aan Paulus, wanneer hij te
Efeze predikt: een Heiden gelü( ft, werj t
zijne afgoden weg, wil een Christen zijn —
daalt af in de rivier om gedoopt te wor-
den — stijgt er uit op als een nieuw
mensch, besloten om God te gehoorzamen
en Christus te dienen — hij heeft het
gevoel alsof hij zijne zonden had afgewor-
pen en achtergelaten in het water, even-
als Christus alle zwakten en krankheden
in het graf had gelaten — het is hetzelfde
als begraven en geheel veranderd opgewekt
te worden.
Zijt gij ook gedoopt geworden? Hebt
I gij uwe zondige hartfhi aihtergelaten? Zijn
uwe slechte gewoonten begraxen? Zoo
i niet, begraaf ze dan nu. Maar eerst moet
gij ze dooden, zooals Paulus tot deze zelfde
Colossensen zeide, omdat zij wiet al hunne
zor.den in het water achterlieten. Col. III:
5 — «doodt» hetgeen slecht is; zie ook
vers 8; Rom. VI : 6; Gal 11:20, V:24;
Ef. IV : 22, dat God noch menschen uwe
zonden meer zien — dat zij zijn als
hegraven. Is dit moeilijk en smartelijk?
Ja, zeer moeilijk en smartelijk; maar
«door den Geest» (Rom. VIII : 13) is het
mogelijk.
Aanteekeningen.
1. Bij de Romeinen werden de lichamen
der kruiselingen op het kruis gelaten, tot
zij wegteerden of door roofvogels verslon-
den werden; maar in Judea lieten zij toe,
dat de Mozaïsche regeling (Deut. XXI :
22, 23) gevolgd werd, en daarom doodden
zij de slachtoffers door het breken der
beenderen of op eene andere manier vóór
zonsondergang en begroeven ze op de plaats
zelve. Wanneer de terechtstelling op eene
andere wijze had plaats gehad (door ont-
hoofding, enz.) vergunden zij dikwijls aan
de vrienden van den overledene om het
lichaam weg te nemen; maar dit gebeurde
zeer zelden, wanneer de smadelijke kruis-
straf was toegepast.
2. Zie over den spoedigen dood van
Jezus, waardoor de krijgsknechten verhin-
derd werden om Zijn heilig lichaam nog
verdere smaadheid aan te doen door het
breken der beenderen, de vorige Les, Aant. 6.
Zie, over het a bloed en het water»
uit de zijde des Heilands, dezelfde Aantee-
kening. De krijgsknecht doorstak zekerde
zijde met z\ïn speer, om zich stellig te
overtuigen, dat het leven uitgebluscht was.
Johannes schijnt de omstandigheid met
dezelfde bedoeling te vermelden, nl. om
aan te toonen, dat Jezus werkelijk stierf;
daar, eerdat dit Evangelie geschreven
werd, eene sekte van ketters, de Ebeonieten,
ontstaan was, die de wezenlijkheid van
Zijn dood ontkenden. Blijkbaar maakt de
Evangelist er ook melding van, om de ver-
vulling der profetie te doen opmerken.
« Geen heen van Hem zal verbroken
worden » verwij«ït naar het Goddelijk bevel
j betreffende het Paaschlam, Exod. XII: 46.
Het is opmerkelijk, dat in Zach. XII: 10,
I hetwelk Johannes ook aanhaalt, het woord
«gestoken» beteekent «doorstoken met
een speer» en niet hetzelfde woord is,
dat in Ps. XXH : 17 gebruikt wordt.
3. Jozef van Arimathea is de eenige, die
hier vermeld wordt, Nicodemus in Joh. III en
VIL Dat zij leden van het Sanhedrin waren,
ligt opgesloten in de woorden « overste»
; (Joh. Hl: 1) en «raadsheer» (Mark. XV : 43;
Luk. XXHI : 50). Nicodemus moet even-
; als Jozef rijk zijn geweest, daar de door
i hem gebrachte specerijen (myrrhe en aloë
— waarschijnlijk het gedroogde en tot
poeder vermalen hout) eene zeer kostbare
gave waren — ongeveer 35 KG. aan ge-
wicht. De specerijen wer den op het linnen
! gelegd, om een soort van berl te vormen,
i waarop dan het lichaam werd neerge-
i vlijd; verg. 2 Kron. XVI : 14. Blijkb:iar
i wenschten de vrouwen niet beroofd te
worden van het voorrecht om aan him
gestorven Meester de laatste eer te be-
wijzen ; zij waren van plan met de
verdere specerijen, die zij bereidden,
naderhand met grooter zorg te doen, het-
geen de oversten slechts inderhaast hadden
kunnen verrichten.
4. Zie over den vorm, enz. van het graf
1 Les LIX, Aant. 6. De steen was denkelijk