Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
368
LXXVII. DE KRUISIGING.
II.
zelve van Jezus leest; dit zal meer uit-
werken dan alle mogelijke geleerde uit-
leggingen. De Psalm was zonder twijfel
oorspronkelijk de uitdrukking van Davids
gevoelens, toen hij zich in bijzondere ge-
varen of benauwdheden bevond; maar de
bezielende geest, die hem de woorden in-
gaf, deed hem vele zaken zeggen, die zijn
eigen ondervindingen ver te boven gingen,
en in den volsten zin alleen betrekking
konden hebben op Jezus aan het kruis.
4. Het is opmerkelijk, dat de gewone
uitdrukking «stierf» in geen der vier
Evangeliën van Christus gebruikt wordt.
In plaats daarvan vinden wij «gaf den
geest», als om te getuigen, dat het Zijn
wil was te sterven. De laatste overgave
van Zijnen geest aan den Vader is, evenals
Zijn angstkreet, in Oud-Testamentische
woorden; zie Ps. XXXI : 6.
5. Het is onmogelijk een nadere ver-
klaring te geven van hetgeen iMattheus
eenvoudig als een feit vermeldt, nl. de
opstanding van »vele lichamen der heiligen,
die ontslapen waren ». Men merkte op, dat,
ofschoon de graven door de aardbeving,
die den dood des Heeren vergezelde, ge-
opend werden, de gestorven heihgen niet
opgewekt werden dan na Zijne opstanding.
Misschien verschenen zij gedurende de
veertig dagen, op dezelfde wijze als Christus
verscheen, nl. op geheimzinnige wijze en
slechts van tijd tot tijd, en voeren zij
naderhand met Hem ten hemel.
6. Een uitnemend geleerd en geloovig
geneesheer heeft beproefd om langs weten-
schappelijken weg de natuurlijke oorzaak
van den dood van Christus te verklaren.
Dit heilige onderwerp wordt met eerbied
en kieschheid behandeld, en daar zijne
theorie door vele Christenen is aangeno-
men en veel licht over de Schrift ver-
breidt, kan eene korte opsomming van
zijne redeneeringen zeer nuttig zijn! —
(a) De kruisiging veroorzaakte in het
algemeen een zeer langzamen dood, daar
geen levensdeel geraakt werd; het
slachtoffer leefde dikwijls nog drie of vier
dagen. Verg. Mark XV : 44 — « en Pilatus
verwonderde zich, dat Hij aireede gestorven
was». Het breken van de beenderen der
kruiselingen was eigenlijk een genadig ver-
haasten van den dood. Hoe kwam het
dan, dat Christus zoo spoedig stierf?
(b) Gewoonlijk stierf het slachtoffer
eindelijk van louter uitputting. Maar dit
was niet het geval met Jezus; want op
het oogenblik van Zijn dood «riep Hij
met luide stem».
(c) Johannes vermeldt het merkwaardige
feit, dat, toen de zijde des Heeren na
Zijn dood doorstoken werd, er bloed en
water uit vloeide. Wanneer dit aan geene
bovennatuurlijke oorzaak moet toegeschre-
ven worden (en er is geene reden waarom
men dit zou doen), kon het alleen geschie-
den op de aangeduide wijze, indien het
hart gebroken was, en het bloed dien-
tengevolge vóór den dood in de holte
gevloeid was, die het hart omringt, (De
medische gronden voor deze bewering
kunnen hier niet met duidelijkheid gegeven
worden).
(d) Christus stierf dus letterlijk aan een
gebroken hart, ten gevolge van Zijn over-
weldigenden zielsangst. Ps. LXIX:21 was
letterlijk waar van Hem — «Deversmaad-
heid heeft mijn hart gebroken»; en Ps.
XXII : 15 — «Mijn hart is als was; het
is gesmolten ».
{e) De kruisdood ging klaarblijkelijk niet
met veel bloedvergieten gepaard. Toch
wordt gedurig in de Schrift gesproken van
het bloed, door Christus vergoten, als het
middel voor onze verzoening. Al deze
plaatsen hebben veel meer kracht, indien
de zooeven vermelde inwendige bloedstor-
ting plaats had.
(ƒ) Daar de breking van het hart het
gevolg was van zielelijden, trekt deze
theorie onze gedachten af van de enkel
lichamelijke martelingen, die Christus leed,
en voert ze terug naar het geheimzinnige
leed, dat op Hem drukte wegens de zonde,
welke Hij op zich had genomen.
«Zijne ziel zal zich tot een schuldoffer
stellen»; «Hij heeft zijne ziel uitgestort
in den dood» (Jes. LIII : 10, 12).