Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
366
LXXVII. DE KRUISIGING.
II.
te sparen » mom. VIII : 32). Maar Gods
aangezicht was verborgen (evenals de zon
door die duisternis verborgen was, ofschoon
zij toch den geheelen tijd scheen). Waar-
om verborgen? Waarom deed God Zijne
oogen niet met welbehagen op Zijn Zoon
rusten? Slechts van ééne zaak wendt God
de oogen af — waarvan? Ilab. 1 : 13.
Maar Jezus had geene zonde — waarom
dan deze wolk? Zie de beide teksten om
te leeren — het was onze zonde — «ons
aller ongerechtigheid heeft Hij op Hem
doen aanloopen», en Hij moet de straf
dragen (zie Jes. LIX : 2, LXIV : 7), dat
God Zijn aangezicht verbergt — dezelfde
straf, die allen onboetvaardigen zondaars
wacht, 2 Thess. I : 9. Voor Hem moet
dit een vreeselijk lijden geweest zijn —
voor Hem, die in Zijn geheele leven nooit
gezondigd had, en die dus nooit scheiding
had gevoeld tusschen zich en den Vader.
{Voorbeeld. — Indien er eene plaats was,
waar de zon 7iooit ophield te schijnen,
waar geen zonsondergang, geen nacht
was, hoe verschrikkelijk zou daar eene
plotselinge, ongekende duisternis zijn!
Wie gevoelt de bestraffing van vader het
meest: een jongen, die reeds dikwijls,
of een jongen, die nog nooit bestraft is?).
Geen wonder, dat, na drie uren sprakeloos
lijden, die vreeselijke kreet aan Jezus'
lippen ontsnapte.
Het vijfde Kruiswoord — « Mij dorst ».
Op dien vorigen kreet tot God kwam het
licht terug op de aarde, werd het weder
licht in de ziel van Jezus. Maar zoodra
het gemoed tot rust was gekomen, ge-
voelde het lichaam weder de pijn; verg.
Luk. IV : 2 (Zie Les XI, Aant. 7). {Voor-
beeld. — In de opwinding van het gevecht
gevoelt de soldaat de wonde niet; maar
wanneer het gevecht geëindigd is, dan
doet de pijn zich voelen). Maar waarom
'sprak Hij? — Hij had nog niet geklaagd.
niettegenstaande de wreede nagelen, enz.
Zie Joh. XIX : 28. Hij weet, dat nu alles
bijna voorbij is — nog slechts ééne pro-
fetie (Ps. LXIX : 2>) is onvervuld —
daarom zegt Hij: «Mij dorst».
Het zesde Kruiswoord — « Het is vol-
bracht 11> Wat is volbracht? (a) Al de voor-
afschaduwingen en voorspellingen zijn
volbracht — de laatste is zooeven vervuld.
{b) Al zijn lijden is geëindigd — de « beker »
(zie Les LXXH) tot den bodem toe uitge-
dronken. (c) Zijn groot werk is voltooid
(verg. Joh. XVH : 4) — wij zullen ter-
stond zien op welke wijze.
Het zevende Kruiswoord — «Vader,
in Uwe handen beveel ik Mijnen geest».
De doodsangst is verdwenen — hoe kalm
klinken deze woorden 1 En zie hoe waar
onze tekst van verleden Zondas: was (Joh.
X : 18) — Hij geeft uit vrije beweging
Zijn leven voor ons over. (Zie Aant. 4).
II. Wat beteekende die dood?
Hoe deinzen wij allen voor den dood
terug! — van de gedachte, dat dit lichaam,
nu zoo vol leven en gezondheid, een koud,
zielloos lijk zal zijn, ver van de oogen
der menschen onder den grond begraven
zal worden! Ook /lieraan onderwierp zich
Gods Zoon — aan de diepste vernedering
— « gehoorzaam tot dendood » (Phil. II: 8).
Maar waarom moest Hij sterven? Waarom
moet de mensch sterven? Hoe kwam de
dood in de wereld? Rom. V : 12. Maar i
Hij had geene zonde. Neen, maar —hier i
weder dezelfde zaak — Hij werd om
onzentwil een zondaar geacht — daarom
moest Hij sterven. Hij stierf als eene
offerande. Wanneer een Jood gezondigd
had, was hij gewoon eene offerande te
brengen — een stier of een bok te dooden
als eene verzoening voor God, om met
Hem verzoend te worden. Maar het bloed
van stieren en bokken kon de zonde niet
werkelijk wegnemen, dit kon alleen het