Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXVII. DE KRUISIGING.
II.
365
Schets van de Les.
Wij moeten heden weder naar Golgotha
gaan — het laatste gedeelte van dat
grootsche schouwspel zien — de laatste
wonderbare kruiswoorden hooren — trach-
ten te begrijpen wat dit alles beteekende.
De Duisternis — {Zie Aant. 1). Het
is middag — de zon schijnt in hare volle
kracht aan den helderen hemel van Pales-
tina; zij heeft hare stralen op menig ver-
schrikkelijk tooneel doen neervallen, maar
nog nooit op een tooneel, gelijk wij hier
voor oogen hebben — de Schepper des
hemels en der aarde aan het kruis han-
gende tusschen twee misdadigers, een
vreeselijken dood stervende te midden van
den spot en de beleedigingen der voor-
naamste mannen van Zijn eigen uitver-
koren Volk! Eensklaps, eene schrikwek-
kende duisternis over het geheele land,
de zon en de hemel worden als dooreen
sluier bedekt — op den heldersten tijd des
daags is het donkere nacht — gedurende
drie lange uren. Toen Jezus geboren was,
scheen een heerlijk licht in de duisternis;
en nu Hij sterft —? Wat wordt ons van
deze plechtige drie uren gezegd? Niets.
Waaraan zullen de zwijgende en ontstelde
omstanders gedacht hebben? W^ordt de
hoop in het hart der getrouwe discipelinnen
weder levendig — dat Jezus nu zal af-
komen, om Zijne vijanden te verslaan?
Knielen de priesters neder, door schrik
en berouw gedreven? Dit is zeker niet
het geval, want zie vers 46—49; — ge-
durende deze drie uren wordt geen geluid
van het kruis vernomen, maar nu ein-
delijk een luide en bittere kreet; zeker
zullen de priesters hierdoor getrotfen wor-
den, medelijden hebben met den Lijder;
neen, want de duisternis is plotseling weg-
getrokken — hunne ontsteltenis is ook
geweken en maakt weder plaats voor
wreeden spot! {Zie Aant. 2).
De Laatste Woorden. — Die kreet is
het vierde kruiswoord — een kreet van
smart — van zielelijden; nu het vijfde
woord (Zie Joh. XIX : 28) — een uitroep
van brandenden dorst — van lichaamslijden.
Is er nu medelijden? Eén krijgsknecht
ontfermt zich — wat doet hij? — toch
voegt hij zich ook bij de spotters (zie
Markus), alsof hij zich schaamde voor ééne
medelijdende gedachte voor dezen «Koning
der Joden ». Maar dit is het laatste —
nog twee wonderbare gezegden (Joh. XIX :
30; Luk. XXHI : 46) en alles is voorbij.
Hij is gestorven.
De teekenen. — Op dit oogenblik strekt
God weder Zijne hand uit om hen met
schrik te vervullen. Zij hebben de duis-
ternis gehad; wat nu? vers 51—de grond
onder hunne voeten beeft — de steen-
rotsen scheuren (als dun papier of linnen!)
— de graven worden geopend! En nog
iets anders wordt «gescheurd»: op dat-
zelfde oogenblik waren er menigten van
menschen in den Tempel — het is de tijd
van het avondoffer — de priesters branden
wierook (zie Luk. I : 8—10) — het voor-
hangsel (Exod. XXVI r 33; Hebr. IX : 3)
hangt voor hen, verbergt de heilige plaats,
waar geen hunner in mag gaan, voor hun
oog; dat voorhangsel wordt in een oogen-
blik tijds van boven naar beneden ge-
scheurd !
Wat beteekende dit alles nu ?
I. Wat beteekenden deze viër
woorden ?
Het vierde Kruiswoord — «Mijn God,
Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? »
Had de Vader werkelijk Zijn geliefden Zoon
verlaten? Neen, Hij had juist op dat oogen-
blik een bijzonder welbehagen in Hem
(Joh. X : 17) — het a behaagde» dea
Vader (Jes. LHI : 10) «Zijnen Zoon niet