Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
362
LXXVI. DE KRUISIGING. —
I.
geeseling, zie Hand. XVI: 37, XXH: 25— |
29) toegepast werd, maaralleen op slaven, i
ofiroerlingen, enz. De kruisen verschilden
in vorm; dat, waarop de Heer hing, was ;
zonder twijfel het « Latijnsche kruis », dat |
gewoonlijk afgebeeld wordt; maar het was
niet zoo hoog, als men zich gewoonlijk
voorstelt — het lichaam was slechts twee
of drie voet boven den grond verheven.
In de onderaardsche kerk van St.-Clemens
te Rome is eene muurschildering van de
Kruisiging, waarschijnlijk de oudste voor-
stelling, die er van bestaat. Het kruis heeft
den gev^onen «Latijnschen» vorm, maar
is zeer laag.
3. Het «opschrilt» was gewoonlijk een
houten bordje, waarop de misdaad van
den veroordeeMe geschreven stond. Het
werd hem om den hals gehangen, en zoo
naar de plaats der terechtstelling gebracht.
Toen Pilatus de beschuldiging van Jezus
opschreef, nam hij de Joden bij hun woord.
Zij hadden eiken anderen koning verwor-
pen behalve den keizer; daarom verdiende
ieder, die aanspraak maakte op den naam
van «Koning der Joden», den dood als
een oproermaker. Maar de priesters dach-
ten er niet aan oin hun recht op een eigen
koning geheel af te zweren ; vamlaar hunne
aanmeikingen op de beschuliliging van
Pilatus. Zijn antwoord «Wat ik geschreven
heb, dat heb ik geschreven », was mis-
schien eene uiting van zijn leedvermaak,
dat hij hun ongenoegen had gedaan; of
het was een teeken, dat zijn geweten hem
niet met rust liet over de daad, waartoe
zy hem hadden overgehaald, en hij er niets
meer mede te doen wilde hebben.
Indien er ééne zaak is. waarvan wij
verwachten zouden, dat zij in al de vier
Evangeliêti met dezelfde woorden was ver-
meld, dan is het deze belangrijke open-
bare verklaring op het kruis. Toch i«; zij
bij alle vier verschillend — een duidelijk
bewijs voorde zelfstandigheid der schrijvers,
hoe wij de omstandigheid ook verder uit-
leggen. Men merke echter op, dat er nog
geene tegenspraak behoeft te zijn tusschen
de Evangelisten. Indien wij veronderstel-
len, dat het geheele «opschrift» geweest
is: « Deze is Jezus de Nazarener, de
Koning der Joden », dan geeft elk Evan-
gelist een gedeelte van dezen zin. Het
kan ook zijn, dat de opschriften in de drie
talen niet geheel eensluidend waren, en
sommigen denken, dat xMarkus de vertaling
van het Latijnsche, Johannes van het He-
breeuwsche en Mattheus of Lukas (die op
één woord na gelijk zijn) het Grieksche
geven. Dit zijn echter slechts mogelijke
verklaringen van de zaak.
4. Markus zegt, dat het «de dende ure
was», nl. 9 uur 'sm., toen Christus ge-
kruisigd werd; Johannes, dat Pilatus zijn
vonnis «omtrent de zesde ure» uitsprak.
Sommigen hebben gemeend, dat Johannes
niet, zooals de gewoonte was, van zons-
opgang, maar van middernacht af rekent,
en dat hij niet 12 uur, maar 6 u. 's m.
bedoelt; maar het is zeer twijfelachtig of
er in die dagen wel zulk eene wijze van
rekenen bestond. Anderen denken, dat er
in de vroegste afschriften van het Evangelie
van .lohannes eene fout binnengeslopen
moet zijn; maar hiervoor is geen bewijs.
Weder anderen leggen den nadruk op
het feit. dat de Joodsche dag in vier deelen
verdeeld was, overeenkomende met de
>ier «nachtwaken» (Maik. XIH : 35), zie
Matth. XX: 3, 5; maar dat deze deelen niet
zoi juist afgebakend waren; zij denken
dus. dat rnen van den tijd tusschen 9 u.
'sin. en 12 u. kan spreken als van «de
derde» of «omtrent de zesde ure», op
dezelfde wijze als wij b. v. 5 of 6 uur
*s nam. zoow el avond als namiddag noemen.
-(Jit eene zorgvuldige berekening van den
tijd, welke verloopen moest gedurende de
verschillende voorvallen van het verhoor
van den Heer, enz., blijkt, dat hot vonnis
moeilijk uitgesproken kon zijn vóór 10 u.
*sm., terwijl de kruisiging niet later kan
geweest zijn dan 11 u. 's m.
5. Simon vati Cyrene (eene Grieksche
kolonie op de kust van Libyë in Noord-
Afrika) was waarschijnlijk voor het Paasch-
feest (verg. Hand. 'll : 10) te Jeruzalem
gekomen. Of hij in Jezus geloofde, kunnen
wij natuurlijk niet zeggen, maar hij was
de vader van twee mannen, die in later
jaren blijkbaar een goeden naam hadden
'in de Kerk (Mark. XV : 21). Indien de
Rufus, die een zijner zonen was, dezelfde
is als in Rom. XVI : 13 genoemd wordt,
dan zou daaruit blijken, dat Simons vrouw
op den een of anderen tijd als eene moeder
voor Paulus gezorgd had.
6. De «dochters van Jeruzalem», die
« weenden en Jezus beklaagden», waren
denkelijk geene discipelinnen, maar slechts
tot medelijden bewogen door het lijden
van Eénen, dien zij als een vriendelijken