Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
IV. DE GEBOORTE VAN JEZOS CHR
hebben. Was God ooit kwalijk gezind ge-
weest legen de menschen (Zie Ezech.
XXXIII: 11). Maar nu zou Gods liefde ge-
zien en gevoeld worden (l Joh. IV : 9;
Rom. V : S) — daarom waren zij ver-
heugd (Zie Aant. 6).
Fr waren nienscheftf aan luie God het
liet verkondigen. Hoe gaarne zouden de
engelen Jezus' geboorle over de geheele
wereld verkondigd hebben' Er leefden
toen groote mannen: de Keizer te Rome,
bekwame generaais, wijze staatslieden,
kundige schrijvers —sommigen, wier boe-
ken wij nu nog lezen; maar zouden zij
geloofd hebben? Jezus moest eerst leven,
sterven, opstaan — daarna verkondigd
worden; 7iu slechts aan enkelen, aan
hen, die naar de woorden van God wilden
luisteren en ze gelooven. Aan wie werd
het 't eerst verkondigd? Lees vers 20.
Htrt is nacht op de velden van Bethle-
Iiem. Hier zijn menschen, die nog niet
naar huis zijn gegaan — waarom zijn zij
buiten? Om hunne kudden te bewaken —
waarvoor?Lees 1 Sam. XVII; Joh. X: iO, 12.
Het is donker — zij kunnen de ilauwe
omtrekken der heuvelen zien — misschien
het verwijderde licht van de stad — het
is zeer stil — zij hooren alleen hun eigen
stemmen en het geblaat der schapen.
{Leg dit nog verder aan stadskinderen
uit — geen geraas van injtuigen — geen
lantaarns). Eensklaps — een verblindend
licht — wat? («de heerlijkheid des Hee-
ren») — schitterender dan de zon (Hand.
XXVI: 13). Geen wonder dat zij zeer ont-
stellen ! Hoe vriendelijk spreekt Gods
Engel! Wat heeft hij te zeggen? —
Niets verschrikkelijks — «groote blijd-
schap» — voor hen («u»). Wat is er
voor hen? <iEen Zaligmakern. — Zon-
der twijfel waren het menschen, die van
hunne zonden verlost wenschten te worden,
en dit bedoelde juist de engel (Matth. 1:21).
En wie is
reeds lanj
komen;
een mei
onderdt
«de H.
1 Cor. X
de Engelen zmg?
geboren KoningI (Gez. 114
Zij zullen Hem dadelijk gaan aanbidden
(verg. Ps. XXVII : 8, CXIX : 60). Waar
zullen zij Hem vinden ? Zeker in het grootste
huis van Bethlehem. Neen — «liggende
in eene kribben. Kan dat zijn? Zij twij-
felen geen oogenblik — «Laat ons zien
het woord «dat geschied is*. En zoo von-
den zij het Kind, slechter geherbergd dan
eenig ander kind in de stad! Zie nu wat zij
deden: 1. Zij loofden God. 2. Vertelden
aan anderen. Welk een voorbeeld ?
Zie hoe de Zoon van God zich
vernederde.
1. Hoe toont de geschiedenis aan, dat
Hij Zich veryiederde?
a. Hij werd in armoede geboren. Kunnen
kinderen geboren worden zooals zij willen,
uit rijke of uit arme ouders? Maar Hij
wel. Wees niet ontevreden wanneer gij
zijt, wat Hij voor zich zeiven koos.
b. Hij werd geboren op den tijd en de
plaats, waar moeder en kind de meeste
ontberingen moesten hebben.
c. Hij werd op aarde verwelkomd, niet
door de grooten en rijken, maar slechts
door arme herders.
2. Wat was Zijne drijfveer en Zijne
bedoeling in zulk eene vernedering 9
Zijne drijfveer — wat bewoog Hem,
wat bracht Hem er toe dat te doen?
Liefde voor zondaren.
Zijne bedoeling — waarvoor Hij het
deed? — Opdat wij door zijn armoede
rijk zouden worden (2 Cor. VIH : 9).
3. Voor wie vernederde Hij zich? \oot