Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
358
LXXVI. DE KRUISIGING. — I.
herhaalde pogingen niets waren, vergeleken
met den ernst, waarmede hij nu te werk
ging, — een ernst, welke eiht^r terstond
bezweek voor de bedreiging om hem bij
den Keizer aan te klagen.
9. Aangaande het laatste antwoord der
Joden fi Wij hebben geenen Koning dan
den Keizer» zegt Hengstenberg terecht:
«Hunne woorden hadden eene diepere
beteekenis dan zij zelven wisten. Nadat zij
Christn«, hun waren Koning, versmaad en
overgeleverd hj«dden, hielden zij werkelijk
op Gods volk en koninkrijk te zijn, en zij
werden geheel aan de macht der wereld
onderworpen, welke Gud voor de uitvoe-
ring van Zijn toorn over hen gebruikte».
iO. Zie over het woord «voorbereiding»
in Joh. XIX: 14, Aanhangsel XH blz. 330;
en over «de zesde ure » de volgende Les,.
Aant. 4.
Les LXXVI. — De Kruisiging. — I.
« Dewelke het kruis heeft verdragen en de schande veracht.»
Te lezen — Luk. XXIII : 26-43; (verg. Matth. XXVII : 32—44;
Mark. XV : 21—32; Joh. XIX : 17—27).
Te leeren — Jes. LHI : 12; Joh. X : 17, 18. (Ps. 86 : 3; Gez. 119 : 4, 6).
Voor den Onderwijzer.
Aan het onderwerp der Kruisiging is bij het onderwijsgeven eene moeilijkheid
van practischen aard verbonden; er bestaat nl. gevaar, dat de ondergeschikte
voorvallen in de Evangelieverhalen, van welke er geen enkel weggelaten
moet worden, door hun groote talrijkheid de aandacht afleiden van het groote
feit, waarop wij haar gevestigd willen houden: Christus' verzoenenden dood
voor ons. Om aan deze moeilijkheid te gemoet te komen, is het onderwerp
over twee Lessen verdeeld. In deze eerste Les zijn de meeste uitwendige omstan-
digheden van de gebeurtenis behandeld, evenals die drie van de «zeven kruis-
woorden», welke betrekking hadden op anderen; wij houden dus de geheim-
zinnige duisternis, de vier kruiswoorden, welke op Christus zelf betrekking
hebben, en Zijn dood voor eene afzonderlijke beschouwing over. Wij kunnen
hieraan toevoegen, dat, hoe levendiger de bijomstandigheden den leerlingen in
deze Les worden voorgesteld, des te plechtiger de indruk zal zijn, dien zij van
de hoofdgedachte der Kruisiging zullen ontvangen in de volgende Les.
Het verhaal van den boetvaardigen kwaaddoener verdient eigenlijk eene af-
zonderlijke Les. Volledigheidshalve is er in de Schets een paragraaf gevoegd,
welke op eenige belangrijke punten wijst, maar die tusschen haakjes staat,
omdat zij eigenlijk niet behooren tot het algemeene onderwerp der Les.
Schets van de Les.
In eene vorige Les (LXIl) hebben wij
een grooten optocht gadegeslagen, welke
de poort van Jeruzalem binnenkwam (Aer-
haal) — juichende en zingende ter eere
van den « Koning der Joden ». Al heigeen
wij sedert dien tijd besproken hebben.
geschiedde in vijf dagen. De optocht op
Zondag; nu is het Vrijdagmorgen. Een
andere optocht verlaat de stad — diezelfde
« Koning der Joden » wordt onder tergende
beleedigingen naar de plaats der terecht-
stelling gebracht!