Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
352 LXXV. VOOR DEN STADHOUDER.
355
tot hen gesproken. Maar bekommeren zij
er zich om? Zie het antwoord (vers 25).
En de schuld van dien moord rust tot nu
toe op hun volk.
Barabbas wopdt dus vrijgelaten en
Jezus aan de krijgsknechten overgeleverd.
IV. De Schuldelooze op on-
rechtvaardige wij ze gestraft. Matth.
XXVH : 27—30; Mark. XV: 16—19; Joh.
XIX : 1-16.
Eene wreede gewoonte bij de Romeinen
— een misdadiger werd vóór de kruisi-
gegeeseld. Een straf te vreeselijk om
van te spreken; maar ook dit verdroeg
de Zoon van God ! En nog iels anders be-
halve lichamelijke marteling — zie hoe de
ruwe soldaten dezen Galileër bespotten,
die zichzelven koning noemt! (Matth. en
Mark.) Alles juist zooals Hij gezegd had,
Matth. XX : 19. De derde maal, dat Jezus
dezen morgen zulk eene wreede behande-
ling heeft ondergaan! (zie Luk. XXH : 63,
XXHI : 11), {Zie Aant. 6).
Pilatus ziet toe — hij heeft vele geese-
lingen bijgewoond, maar was er ooit zulk
een zachtmoedig lijder als deze! — Zelfs
nu wil hij nog trachten Hem te redden —
hij brengt Hem naar buiten, naar de
breede trappen, waar allen Hem kunnen
zien — « Zie den mensch! » Zullen zij door
dit gezicht niet getroffen worden — zullen
zij niet vinden, dat Hij nu genoeg geleden
heeft? Daar staat Hij, ten prooi aan de
vreeselijksle lichaamspijn, bleek en met
bloed bedekt — wat roept het volk, dat
Hij zoo lief heeft gehad, waarvoor Hij zoo-
veel gedaan heeft ? Johs., vs. 6 — wederom
«Kruis Hem»! Pilatus deinst terug —
«Neemt gij Hem dan». Dit hadden zij
in het geheel niet verwacht — nadat het
vonnis is uitgesproken, na de geeseling
wil de rechter nog genade verleenen ! Ein-
delijk komt de ware « misdaad » van Jezus
uit, vers 7. Zal dit de gewetensbezwaren
van Pilatus doen ophouden? vers 8, 9 —
de trotsche Romein is nu bevreesd voor
den armen Jood — «Is Hij misschien een
hemelsch wezen? » — « Van waar zijt Gij?»
Nog een kort gesprek met Hem alleen
{zie Aant. 8) en Pilatus is meer dan ooit
besloten om Hem te redden, vers 12.
Nog een enkel middel. Pilatus vreesde,
toen hij «dat woord hoorde» aangaande
den Zoon van God; maar nu is er weder
eene andere reden voor vrees, vers 12 —
« Gij zijt des Keizers vriend niet» — dit
woord maakt hem meer beangst. Hij denkt
hoe deze priesters hem bij den keizer
zullen aanklagen, omdat hij een oproerigen
Koning heeft vrijgelaten! — Zijne zachtere
gevoelens verdwijnen bij dat vooruitzicht —
nog twee zwakke pogingen, en Jezus wordt
weder aan de krijgsknechten overgegeven.
Dit was onze Heiland!
Hij was de Schuldelooze — dit bleek
Hij te zijn, niettegenstaande den haat Zijner
bitterste vijanden. Zie tekst om te
leeren; Joh. VIH : 46; 1 Joh. Hl : 5. Dit
is eene heuglijke zaak — waarom? Hoe
zou iemand, die zelf zonde had bedreven
en daarvoor straf verdiende, de straf voor
onze zonden op zich kunnen nemen ? Om
voor schuldigen te lijden, moet Jezus Zelf
onschuldig zijn. Hij is « Jezus Christus de
Rechtvaardige» en daarom onze «Voor-
spraak bij den Vader» (1 Joh. II : 1).
( Voorbeeld. — Aan wien zal een misda-
diger vragen voor hem bij den koning te
pleiten f Aan een medebeschuldigde, of
aan iemand^ die bij den koning in gunst
staat?).
En de Schuldelooze werd gestraft.
Onrechtvaardig — ja, maar met Zijn eigen
goedvinden, waarom? Opdat de schuldigen
genade zouden ontvangen, 2 Cor. V : 21;
Gal. Hl : 13; 1 Petr. Hl: 18. «Door Zijne
striemen is ons genezing geworden », Jes.
LIII : 5; 1 Petr. H : 24. Hoe verbaasd