Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
352
LXXV. VOOR DEN STADHOUDER. 354
verloren, en de moeite is tevergeefs —
■wat doet Herodes? (Luk., vs. 8—11) — hij
ondervraagt Jezus — bespot den stilzwij-
genden, geduldigen Lijder — maar al
hunne « heftige » beschuldigingen zijn nut-
teloos — geene schuld wordt in Hem ge-
vonden (zie vers 15) — Hij gaat weder
terug door de stad, naar Pilatus. Wat
volgt er nu? vers 13—16, de plechtige,
geheele vrijspraak door den stadhouder.
Vijf getuigenissen voor Zijne onschuld!
Judas het Sanhedrin (vruchtelooze pogin-
gen om schuld te vinden), Pilatus, de vrouw
van Pilatus, Herodes.
m. Den schuldige de voorkeur
gegeven bovendenSchuldelooze,
Mark. XV: 6—15; Matth. XXVH: 15-26.
Jezus vrijgesproken — waarom niet
meteen vrijgelaten? Pilatus is bevreesd de
priesters te ergeren — hij zal iets anders
beproeven — het is de gewoonte den eenen
of anderen Joodschen gevangene op het
Paaschfeest los te laten, het volk mag dan
de keus doen — dit jaar zal het Jezus
zijn. Maar waarom verwachtte hij, dat
het volk Hem zou kiezen? Misschien heeft
Pilatus, terwijl de beschuldigers en de
beschuldigde bij Herodes zijn, gevraagd,
wie de vreemde gevangene is; ééne zaak
is hij met zekerheid te weten gekomen
(Mark., vs. 10). Waarom «nijd»? — het is
duidelijk, dat Jezus in de gunst des volks
moest staan, de priesters zijn afgunstig
van Zijn invloed — daarom (denkt Pilatus)
zal de menigte Hem zonder twijfel kiezen.
Om hiervan nog zekerder te zijn, zal hij
Hem met een dief en moordenaar noemen
(Joh., vs. 40; Mark., vs. 7), om wiens bevrij-
ding zij natuurlijk niet vragen zullen.
De tijd gaat voorbij — er heerscht
groote levendigheid in de stad -- het
nieuws wordt overal verspreid: «Jezus is
gevangengenomen!» — scharen volks om
de woning van Pilatus (zie Matth., vs. 17 —
«vergaderd »). Ergernis der priesters —
het is nu te laat voor eene heimelijke ter-
dood-brenging — wat zij vreesden (Matth.
XXVI : 5) zal gebeuren — « oproer onder
het volk ». Nog slechts ééne kans — « de
scharen bewegen» (Matth., vs. 20; Mark., vs.
11). Woe zij het deden weten wij niet; maar
toen Pilatus de vraag stelde:« Barabbas of
Jezus?» wat was toen de kreet? Hoe waar
was het verwijt, dat Petrus twee maanden
later aan het volk deed (l^te tekst om te
leeren)! Waarom was Barabbas zoo in
aanzien bij het volk? Een oproermaker
tegen de Romeinen — hij had de misdaad
bedreven, waarvan Jezus beschuldigd werd !
Indien Jezus werkelijk geweest was wat
zij van Hem zeiden, ware Hij nooit voor
Pilatus gebracht.
Pilatus verliest nog niet alle hoop —
hij ziet, dat zij Barabbas gunstig gezind
zijn, maar misschien willen zij, dat beiden
losgelaten worden — hij wil gaarne voor
een enkelen keer edelmoedig zijn: zie
Matth., VS. 22. Neen — een geheel andere
eisch — «Kruis Hem!» Zelfs de hard-
vochtige Romein, wreed en onrechtvaardig
als hij is, wordt door die woorden getrof-
fen — «Gekruisigd! waarom?» Ach, zij
kunnen geen antwoord geven op dat
«waarom» — toch wordt het geroep
luider dan ooit, om Hem een slaven-
dood te doen ondergaan, dien zij vijf
dagen te voren {Les LXH) met juich-
kreten als den Messias begroet hebben!
De ongelukkige stadhouder kan niet
langer weerstand bieden; maar de schuld
zal niet op hem rusten, en iedereen zal
zien wat hij er van denkt — hoe toont
hij dit? (Matth., vs. 24; verg. Deut. XXI: 6.
7) — maar kon hij aldus aan alle schuld
ontkomen? Wat had hij moeten doen?
« Gijlieden moogt toezien ? — hetzelfde
wat de priesters een uur of twee te voren
aan Judas hadden gezegd — nu wordt het