Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXV. VOOR DEN STADHOUDER.
353
ling! —het kan niet zijn — (.loh., vs.: 29) —
«Wat beschuldiging brengt gij tegen dezen
mensch? »
De priesters zijn geërgerd — zij hadden
gehoopt, dat Pilatus hen op hun woord
had geloofd, en het doodvonnis geteekend
zonder onderzoek (misschien had hij dit
vroeger wel eens gedaan); zonder in het
minst verlegen gemaakt te zijn, antwoor-
den zij — vers 30. Maar de trotsche Romein
zal zich niet zoo dadelijk naar hun zin
voegen; hij behoudt ook zijne waardig-
heid, vers 31 — «Oordeelt gij Hemzelf»,
maar zij willen Zijn dood — dat kunnen
zij niet zelven doen (zie Aant. 4); zij moeten
dus dezen lastigen stadhouder tevreden
stellen en de misdaden opnoemen, waar-
van zij Jezus beschuldigen. De ware reden,
waarom zij Hem haten (welke was die?
Joh. VH : 7), kunnen zij niet opgeven, ook
niet de misdaad, waarvoor zij Hem ver-
oordeeld hadden (vorige Les) — de Ro-
meinsche stadhouder zal Hem daarvoor
niet straffen. Waarvan beschuldigen zij
Hem nu? (Luk., vs. 2) — van drie zaken,
de tweede geheel onwaar, de twee andere
onwaar, zooals zij ze voorstelden.
Maar Pilatus is nu nog meer achter-
dochtig geworden — het is vreemd, dat
deze Joden, die de Romeinen haten, zoo
verlangend zijn een man te dooden, omdat
Hij « verbiedt schattingen te geven » ! —
Wat kan dat beteekenen? Hij is niet eens
tevreden wanneer Jezus ééne « misdaad »
belijdt (Mark., vs. 2) — hij moet Hem in het
bijzonder verhooren. Zie het gesprek tus-
schen deze twee alleen (Joh., vs. 33—37).
Jezus wilde zich niet verklaren voor Zijne
beschuldigers (Mark., vs. 3—5) — het zou
niet baten, hen slechts toorniger maken —
maar door medelijden gedreven zegt Hij
den ontstelden stadhouder welke soort
Koning Hij is (Zie Aant. 7).
Dit is genoeg voor Pilatus — hij wenscht
I niets meer van zulke zaken te hooren
(Joh,, vs. 38) — één ding is zeker: deze man,
hoe vreemd zijne denkbeelden ook zijn,
is geen boosdoener.
II. De Schuldelooze vrijgespro-
ken. Luk. XXHI: 4—16; Matth. XXVII: 19.
Wie kunnen iemands karakter het best
beoordeelen? Ongetwijfeld zij, die hem
het best kennen. Somtijds zijn zij hem te
veel of te weinig genegen om geheel on-
partijdig te zijn; maar indien iemand, die
er bij zou winnen wanneer hij hem laakte,
hem daarentegen prijst, welke getuigenis
kan dan meer waard zijn? Wie kenden
Jezus nu het best? Judas kende Hem on-
getwijfeld zeer goed, en was zeer bereid
om Hem te beschuldigen; wat zeide hij
echter? Matth. XXVH : 4. En zoo bleek
het ook te zijn. Niet ééne zaak kon tegen
Hem ingebracht worden bij het verhoor
in de Joodsche rechtszitting — Kajafas was
verplicht Hem te veroordeelen, omdat Hij
zeide wie Hij was (Vorige Les). En wat
is nu, nadat Jezus door hem verhoord is,
de beslissing van Pilatus? (Luk. vs. 4).
De priesters zijn buiten zichzelven van
woede! (Luk., vs. 5). Maar er moeten nog
meer getuigenissen voor Jezus' onschuld
komen.
(o) Eene boodschap aan Pilatus van zijne
vrouw (Matth.) — hoe noemt zij Jezus?
Misschien heeft zij vroeger van hem ge-
hoord, maar die droom — wie moet dezen
gezonden hebben?
(b) Pilatus heeft het woord «Galileër»
opgevangen — eene gemakkelijke wijze
om zich uit deze moeilijke zaak te redden
— hij zal haar overdoen aan den bestuur-
der van Galilea (Zie Aant. 5). Welk
eene teleurstelling voor de priesters! Zij
hadden gehoopt alles snel en in stilte te
doen, — nu komt er oponthoud en zal
Jezus door de openbare straten gevoerd
worden. Bij slot van zaken gaat er tijd
23