Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXV. VOOR DEN STADHOUDER.
351
aan den dood des verraders aldaar, en
den prijs des bloeds, die er voor betaald
was. Op die plek staat nu een beender-
huis, en het is opmerkenswaard, dat de
schedels, die daar gevonden zijn, tot ver-
schillende rassen behooren — de «vreem-
delingen », die er begraven werden.
6. De woorden van «den profeet Jere-
mias», door Mattheus vermeld, zijn waar-
schijnlijk die van Zach. XI : i2, 13. De
naam Jeremias is er misschien door een
der oudste schrijvers bij vergissing tus-
schengevoegd. Er kan geen bepaalde ver-
klaring van de moeilijkheid gegeven worden,
maar in elk geval is dit geen bewijs tegen
de ingeving van Mattheus, want al had
hij geen goddelijke ingeving ontvangen,
men kan toch onmogelijk veronderstellen,
dat een Evangelist, zoo nauwkeurig in het
aanhalen van profetieën, zulk eene fout
zou begaan hebben.
Hetgeen Barnes opmerkt over de toe-
passing van dit gedeelte in Zacharias is
wel waard aangehaald te worden* —
«Zacharias werd door de Joden met
verachting behandeld. Hij vraagt hun om
zijnen loon . . . opdat zij toonen zouden
hoe hoog zij zijn ambt schatten. Indien
zij het van groote waarde achtten, moesten
zij hem naar evenredigheid betalen; zooniet,
dan moesten zij het nalaten, nL niets geven.
Om hunne verachting voor hem en zijn
ambt te toonen, gaven zij hem dertig
zilverlingen, den prijs voor een slaaf. God
beval hem dit aan den pottenbakker te
geven, in de pottenbakkerij — d.i. weg te
werpen. Zoo was het ook in Jezus' tijd.
Om hunne verachting voor Hem te toonen,
schatten zij Hem op de waarde van een
slaaf. Dit was genoeg voor het koopen
van een akker, die aan een pottenbakker
had behoord, waarvan de grond uitgeput
was en weinig of geen waarde had » (omdat
al de klei gebruikt was).
Les LXXV. — Voor den Stadhouder.
alk heb in dezen Mensch geene schuld gevonden».
Te hzen — de gedeelten, waarnaar in de Les verwezen wordt.
Te leeren - Hand. Hl : 13, 14; 1 Petr. H : 21—23. (Ps. 2 : 6, 7; Gez. 123:2,3).
Voor den Onderwijzer.
Misschien is het noodig den onderwijzer verontschuldigingen te maken voor
de groote uitgebreidheid van de volgende Schets en Aanteekeningen. Maar
men houde in gedachten, (1) dat de volledigheid, waarmede de vier Evangelisten
melding maken van het verhoor, een bewijs is voor de groote belangrijkheid
daarvan; (2) dat elk van hen eenige voorvallen verhaalt, die niet bij de
anderen voorkomen; (3) dat men zich dus bijzondere moeite moet geven om
het geheel in een doorloopend verhaal saam te weven; (4) dat het verhaal,
wanneer het eenmaal werkelijk begrepen wordt in verband met zijne verschil-
lende deelen, van het grootste belang is.
De onderwijzer, die het geduld heeft, om zich meester te maken van de
geschiedenis, zal ondervinden, dat dit hem het onderwijs gemakkelijk maakt;
en indien het hem gelukt zijnen leerlingen een eenigermate nauwkeurig
denkbeeld te geven van hetgeen er voorviel, behoeft hij geen spijt te hebben,
dat er weinig tijd voor bespreking of toepassing overblijft, want dan heeft hij
juist hetzelfde gedaan als de Evangelisten zeiven. De lijdende Heiland moet
echter altijd de hoofdpei*soon blijven, en alle practische lessen (in eene serie