Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
347 LXXIV. VOOR DEN RAAD.

manier van doen is dikwijls zeer nuttig, enkel als een middel om de aandacht
van eene onoplettende klasse op de Les te vestigen; maar in dit geval wordt
er tevens een belangrijk punt door ingeleid, dat anders misschien onopgemerkt
zou blijven, nl. de vervulling der profetie in de verwerping van den Christus.
De benamingen van de afdeelingen der Schets duiden niet, zooals somtijds
het geval is, eene opeenvolging van gedachten of bewijsgronden aan, of de
verschillende waarheden of leeringen, die aan dit gedeelte ontleend kunnen
worden. Zij zijn slechts (als het ware) mijlpalen., die den onderwijzer helpen
om de achtereenvolgende hoofdpunten van het verhaal aan te wijzen; en men
zal zien, dat de vier onderafdeelingen van Afd. I werkelijk de voorvallen naar
hunne volgorde behandelen, ofschoon dit niet noodwendig uit de titels blijkt.
De Les moet eene onafgebroken geschiedenis zijn, die de gedachten leidt
tot de tweevoudige toepassing; maar de onderwijzer heeft voor zichzelf
behoefte aan eenige weinige titels, anders zal hij te veel tijd besteden aan
sommige punten, en, zonder het te willen, andere overslaan.
De opmerkingen, die in de voorrede van de vorige Les gegeven zijn, over
het belang om de bijzonderheden der geschiedenis zelve met duidelijkheid 1'e
geven, zijn in zekere mate ook op deze Les toepasselijk; maar daar er minder
gebeurtenissen zijn, welke wij heden te behandelen hebben, zal er meer tijd
overblijven om stil te staan bij de ernstige Lessen, die er uit voortvloeien.
Schets van de Les.
Deze eerste tekst om te leeren spreekt
van iets, dat de Joden eiken Sabbat hoor-
den. Maar de profeten zijn allen reeds
lang dood — hoe kunnen hunne «stem-
men » gehoord worden? De Schrift werd
voorgelezen. Wie had deze Schrift geschre-
ven? Maar wie leerde Mozes, Jesaja, David,
wat zij schrijven moesten ? 2 Petr. 1: 2t —
dus waren de «stemmen der profeten»
werkelijk Góds Stem. Waar de Joden ook
over het groote Romeinsche rijk verstrooid
werden, zij kwamen eiken Sabbat in de
Synagoge bijeen en hoorden de woorden
Gods. Wat werd hun door deze Schriften
verkondigd? Een Koning en Zaligma-
ker zou komen {zie Les II) — hoe goed
moeten alle Joden dit dan geweten
hebben!
En nu Hij werkelijk gekomen is, hoe
wordt Hij ontvangen? — « zij hebben Hem
niet aangenomen» (Joh. I : 11) — «zij
wilden niet, dat Hij Koning over hen was »
(Luk. XIX : 14) — toch vervulden zij zelfs
hierin, zonder het te weten, Gods woorden
— zij hebben ze, «Hem veroordeelende,
vervuld» (1®^® tekst om te leeren); zie
Ps. H : 1—3, XXII : 6; Jes. LIIL Zie
Hem heden tegenover de oversten des
volks — ter-dood-veroordeeld door hen,
die Hij kwam zaligmaken.
I. Het verhoor.
1. De rechters. Het Sanhedrin — de
hoogste raadsvergadering (als onze Staten-
Generaal of Hooge Raad) — de Overpries-
ters, Schriftgeleerden, Oudsten (zie Les
LXVIH, Aant. 1) worden in het diepste van
den nacht bijeengeroepen — en nog wel
in den Paaschnacht. Met hoeveel vreugde
hooren zij de tijding: «Wij hebben Hem
eindelijk » — met hoeveel haast begeven
zij zich door de donkere straten naar het
paleis van den hoogepriester! Wanneer