Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXIII. VERRADEN, VERLATEN EN VERLOOCHEND.
345
schenken, en ons te maken hetgeen Hij
Petrus naderhand gemaakt heeft — ge-
trouwe krijgslieden en dienstknechten tot
aan het einde van ons leven.
Aanteekeningen.
1. De «schare», die Judas naar Geth-
sémané vergezelde, bestond uit — (a)
sommigen der overpriesters en ouderlin-
gen (Zw/cas), om den tocht te regelen;
(b) de «hoofdmannen van den Tempel»
{Lukas), eene Joodsche wacht, die onder
het bevel van het Sanhedrin stond; (c)
de «krijgsknechten» (/o/i.), ook «van de
overpriesters»; (d) «dienaare» of slaven
(Jöt/Ao/), van wie Malchus er een was; {e)
den Romeinschen « overste » en zijne sol-
daten, die gewoonlijk in Jeruzalem gestation-
neerd waren. De «stokken», door Mattheus
en Markus vermeld, waren klaarblijkelijk
genomen, om de dienstknechten, enz. te
« wapenen ».
Het kon den overpriesters geene moeite
gekost hebben, om de legerbende bij elkan-
der te krijgen, daar zij Jezus slechts be-
hoefden voor te stellen als een gevaarlijk
persoon, en de Romeinsche gezaghebbers
zeer bevreesd waren voor oproer gedurende
het feest; zie /os. Antiguitales XX: 5, 3.
De ten-toon-spreiding van zooveel macht
had misschien ten doel, niet alleen om de
discipelen bevreesd te maken, maar ook
aan Pilatus den indruk te geven, dat het
een belangrijk geval was, en hem voor te
bereiden op hun verzoek om de dadelijke
ter-dood-brenging van Jezus.
De uitdrukking van den Heer «twaalf
legioenen van engelen» schijnt gebezigd
te zyn om aan te toonen, welk eene hand-
vol zelfs de sterke legermacht was, die
tegen Hem werd aangevoerd, vergeleken
bij de heirscharen, die Hij tot Zijne hulp
kon oproepen. Hij was in staat om te zor-
gen, dat Hij Zelf en de Elven elk een
legioen tot hunne verdediging hadden. Het
Romeinsche legioen bestond gewoonlijk uit
6000 man.
ti. Sommigen denken, dat het merkwaar-
dige voorval, dat de aanvallers van Christus
ter aarde vielen, plaats had na den kus
van Judas; maar de volgorde, die in de
Schets is aangenomen, wordt door de beste
schrijvers aanvaard. Het is mogelijk, dat
Judas zijnen Heer gekust heeft, zelfs nadat
hij zich bekend had gemaakt, om den moed
der soldaten te verlevendigen, en hun te
toonen, dat hij niet van hen zou afvallen.
Zie over het woord «vriend» Les LVI,
Aant. 7.
Over den kus van Judas halen wij de
volgende treffende woorden van Pfenninger
aan: «Wenscht gij te weten wat de Satan
kan doen, en God kan dragen, wat de
diepstgezonkene van het menschdom kan
doen, en de beste van het menschdom kan
dragen? Aanschouw de lippen van Judas,
wanneer hij kust, en de wang van Jezus,
die den kus ontvangt.»
3. « Laat hen tot hiertoe geworden ».
Deze woorden kunnen gesproken zijn, (a>
tot de discipelen, beteekenende « Biedt niet
langer weerstand »; of (6) tot de krijgs-
lieden, beteekenende «Vertoornt u niet
over den ondoordachten ijver Mijner dis-
cipelen»; of (c) «Maakt Mijnen arm voor
een oogenblik los, opdat Ik den gewonden
man geneze ». Het laatste verdient zeker
de voorkeur, daar zoowel de woorden als
de genezing door Lukas vermeld worden,
en wel in het nauwste verband met elk-
ander. Op die wijze gelezen, is het verzoek
zeer aandoenlijk. Welk eene onderworpen-
heid blijkt er uit, wanneer wij bedenken,
dat Hij, die het gescheurde oor kon ge-
nezen, even gemakkelijk Zijn eigen arm had
kunnen losmaken!
Dat de naam des mans Malchus was,
en dat Petrus den slag toebracht, zijn
feiten, die alleen door Johannes vermeld
worden. De toespeling op Malchus en zijne
«maagschap » in vers 26 zijn een bewijs
voor de verklaring, dat «deze discipel»
(d. i. natuurlijk Johannes) «den hooge-
priester bekend was».
4. Het zonderlinge voorval van den jonge-
ling, die naakt uit de handen der soldaten,
die hem wilden grijpen, vlood, wordt alleen
in het Evangelie van Markus vermeld;
waaruit vele Schriftuitleggers hebben afge-
leid, dat de jongeling Markus zelf was,
daar er, met het oog op het verhaal, geene
reden schijnt te zijn, waarom de omstan-
digheid eigenlijk vermeld wordt.
«Naakt» beteekent, zoowel hier als
elders, zonder het opperkleed.
5. Het Grieksche woord, met « huis » ver-
taald, heeft eene dubbele beteekenis, daar
het somtijds voor het geheele gebouw en