Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
344
LXXIII. VERRADEN, VERLATEN EN VERLOOCHEND. 344
Johannes is (waarschijnUJk) in een hoek !
van de zaal gaan staan, om naar het ver-
hoor te luisteren; maar Petrus, om niet
opgemerkt te worden, vermengt zich onder
het gezelschap bij het vuur — zij zullen j
denken, dat hij tot de bende heeft behoord. |
Nu wordt het derde van Jezus* woorden !
(zie hiervóór) bewaarheid.
\Mte Verloochening. Een dienstmaagd,
de deurwaarster {Johannes), hare oogen
op Petrus houdende, zegt — «Hoe nu,
ik heb hem zooeven met Johannes binnen-
gelaten » — «gij behoort ook bij den
Nazarener». Petrus is onthutst — wat zal
hij doen? Zal hij moedig zeggen: «Ja, ik
weet, dat Hij de Messias is, en ik heb Hem
lief»? — Ach noen; hij ontstelt, heefl geen
tijd om zich te bedenken, de treurige
woorden worden gesproken.
Verloochening. Dit gaat niet aan —
hij zal ontdekt worden — moet wegslui-
pen. Hij gaat de gewelfde gang door,
die naar de voorpoort leidt {Matth.) —
tracht weg te komen zonder dat hij ge-
zien wordt — maar zij hebben hem ge-
volgd — twee of drie stemmen richten
zich nu tot hem. Zal hij ditmaal getrouw
zijn? Neen, hij heeft de logen uitgesproken,
nu is hij «er aan vast», maar het wordt
erger {Matth.) — hij voegt er een toor-
nigen eed bij.
'^de Verloochening. Zij schijnen voldaan
te zijn — laten hem alleen — hij voegt
zich dus weder bij het gezelschap. Een
uur gaat voorbij {Lukas) — het verhoor
van Jezus is nog aan den gang — Petrus
staat te praten bij het vuur. Spoedig merkt
men zijn bijzondere spraak op (zooals
wij het onderscheid kunnen hooren tus-
schen een inwoner van Friesland en van
N.-Holland) — «indien hij een Galileër is,
dan is hij zeker een discipel»; en nog eene
herkenning, die veel gevaarlijker is, Joh.
XVIII : 26. Nu is hij werkelijk beangst —
wat doet hij? Eensklaps weerklinkt, boven
de vervloekingen en eeden uit — wat?
vers 60. Eene vreeselijke gedachte komt
in het hart van Petrus op — zijn oog
richt zich naar de zaal — wat ziet hij?
vers 61. Die blik — is het een blik van
toorn? Neen, vol teedere liefde — en toch,
hoe diep beschamend voor Petrus! Wat
bekommert hij zich nu om de dienstmaag-
den en de krijgsknechten? Hij heeft zijn
Meester bedroefd, zijne belofte verbroken,
te zwaar gezondigd, om (dit zal hij wel
gedacht hebben) vergeving te ontvangen
— stel u zijne bittere tranen voor.
Hoe kon hij zoo diep vallen, hij, die
Jezus zoo innig liefhad, die dacht, dat hij
voor Hem zou kunnen sterven? Het was
niet ineens gebeurd: zie de verschillende
trappen — (a) zelfvertrouwen, {b) traag-
heid, (c) slecht gezelschap, {d) schaamte
voor Jezus!
Verleden Zondag zagen wij ééne soort
van lijden, dat Christus onderging; in de
volgende vier Lessen zullen wij andere
soorten zien; maar hebben wij heden geen
smartelijk lijden gezien? Zijne eigen uit-
verkoren vrienden — de metgezellen, die
Hem zoo lang getrouw waren gebleven —
wat hebben zij nu gedaan? Hij wordt in
werkelijkheid «alleen gelaten» — alleen?
zie fsten tekst om te leeren — Wie is
met Hem?
Wij kunnen Hem nu niet alleen laten;
bedroeven wij Hem echter niet, evenals de
discipelen dit deden? Hebben wij Hem
altijd voor anderen beleden als onzen Heer
en Zaligmaker? Zijn wij nooit bevreesd
of beschaamd geweest? Waren wij nooit
van plan om als dienstknechten van Chris-
tus te handelen, en zijn toen door de zonde
verstrikt geworden? Denk aan dien blik,
alsof hij op ons gericht was — geen blik
van toorn, maar van liefde en medelijden.
Hij is gereed om ons vergeving te