Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
342
LXXIII. VERRADEN, VERLATEN EN VERLOOCHEND. 342
Het verhaal van de verloochening van Petrus zou op zichzelf reeds eene
les van groot practisch nut uitmaken, vooral voor oudere klassen (zie in het
bijzonder de trapsgewijze verergering van zijn afval, zooals in de Schets is
aangegeven). Maar om dit te doen, zou het noodig zijn het verhaal van Christus'
gevangenneming in de voorafgaande Les op te nemen, hetgeen, met het oog op
de belangrijkheid van Zijn zielestrijd in Gethsémané, niet raadzaam kan zijn.
Het verhaal van Lukas is (met een gedeelte van dat van Johannes) uitge-
kozen om voor deze Les gelezen te worden, omdat dit het eenige Evangelie
is, waar het verraad en de verloocheningen van Petrus onmiddellijk op elkander
volgen.
Schets van de Les.
Welke drie zaken zeide Jezus in dien
treurigen nacht, dat de een of ander van
de Twaalven Hem zou aandoen? Zie het
Evangelie van Johannes: (a) XIH : 21 —
één zou Hem verraden; (b) XVI : 32 —
allen zouden Hem verlaten; (c) XIH : 38
— één zou Hem verloochenen. Heden
zullen wij zien, hoe dit alles geschiedde.
I. Christus door Judas verraden.
De overpriesters waren aan hun Paasch-
maal gezeten (zie Aanhangsel XII, blz. 330)
— misschien vol vreugde over den koop,
die twee dagen te voren gesloten was
(Matth. XXVI : 14-16). Eensklaps ver-
schijnt Judas — hij heeft Jezus zooeven
verlaten — over eenige oogenblikken zal
Hij naar eene welbekende plaats op den
Olijfberg gaan — eene goede gelegenheid
om Hem te middernacht gevangen te
nemen. Zij waren nooit van plan geweest,
het juist nu te wagen — waarom niet?
Matth. XXVI : 5; maar zulk eene kans
kunnen zij niet voorbij laten gaan — indien
zij slechts vlug te werk gaan — den Raad
gedurende den nacht te zamen roepen —
het bevel van Pilatus zoo vroeg mogelijk
weten te verkrijgen — dan kunnen zij
verlost worden van den Nazarener, voor-
dat het volk er iets van afweet.
Met haast wordt eene groote bende
krijgslieden verzameld (zie Aant. 1) —
goed gewapend — met fakkels, al is het
volle maan, om de donkere schuilhoeken
en boschjes te verlichten — heimelijk ver-
laten zij de stad, door den verrader geleid.
Maar de soldaten kennen Jezus niet —
hoe zullen zij weten wie de juiste persoon
is? Matth. XXVI : 48.
Zij komen in den hof — « zoekt nu snel
tusschen de boomen, laat hem niet ont-
snappen ». Eensklaps — treedt er in het
volle licht der maan Eén vlak voor hen.
Joh. XVHI : 4, 5. Hoe kalm is Hij! Aide
angst is verdwenen — wat heeft die ver-
andering in Hem teweeggebracht?(vorigre
Les). Maar zie! vers 6 — de geheele bende,
de trotsche priesters, de ruwe krijgslieden,
de schuldige Judas, zij zijn allen ter aarde
gevallen! evenals Dagon voor de ark (1
Sam. V : 3). Kunnen zij nu voortgaan en
Bern gevangennemen? Zie, zij zijn op-
gestaan, zeker beschaamd en vertoornd —
zal Jezus hen weder doen vallen en zoo
ontkomen? Joh. XIH : 7,8 — Hij zal Zich-
zelven overgeven, maar zegt alleen «laat
dezen heengaan». Is dit niet hetzelfde,
wat Hij voor ons allen deed? —tot Gods
overtreden wet zeide Hij:« Ik zal in hunne
plaats gaan; straf Mij, en laat hen henen-
gaan»^ Joh. X : 15; Gal. I : 4.
Is Judas aan het wankelen gebracht?
Zie, hoe hij zijn Meester kust — ja —
maar waarom? Denk aan deze twee: (a)
Judas — welke voorrechten had hij gehad!