Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXXIII. VERRADEN, VERLATEN EN VERLOOCHEND.
341
5) of bitter (Ps. XI : 6, LXXV : 9; Jes.
LI : 17). Des Heeren beker was blijkbaar
een lijdensbeker. Zie Les LX.
5. < Niet wat Ik wil, maar wat Gij
wiltWij zien hier, dat Christus een
menscbelijken wil bezat als volmaakt
mensch, onderscheiden van Zijn Goddelijken
wil als God. Deze menschelijke wil deinsde
van nature voor lijden terug, maar hier
onderwerpt hij zich geheel aan den wil des
Vaders. In de zevende eeuw was er eene
sekte, de Monotheleten genaamd, die acht-
ten, dat de Heer slechts één wil had, nl.
den Goddelijken. Deze leer werd door het
Zesde Algemeene Concilie, in het jaar 680,
veroordeeld.
6. In Mattheus en Markus vinden wij
geene aanwijzing of de acht Apostelen,
zoowel als de drie anderen, iets van Chris-
tus' zielestrijd zagen, of zijsliepen, ofwel
aangemaand waren tot waken en bidden.
Maar Lukas vermeldt niet, dat er drie uit-
gekozen werden, en zijn vei haal geeft den
indruk, dat al de Elven de waarschuwing
van noode hadden en ontvingen.
7. a Slaapt nu en rusf ». Vele uit-
leggingen zijn van deze woorden gegeven.
Sommipn zien er eene soort van treurige
ironie in. Anderen vinden dit onnatuurlijk
en lezen ze als eene vraag (hetgeen het
Grieksch toelaat): «Slaapt gij nog voort? »
Ellicott denkt, dat zij uitgesproken werden
« als eene vergunning, op een toon, waarin
genadig verwijt gepaard ging met kalme
berusting». Slier zegt: «Voor zoover het
Zijne behoefte betreft, kan Hij hun nu
vergunnen voort te slapen», en hij gebruikt
Neander's omschrijving: « Slaapt nu voort.
Ik zal u niet meer wekken om met Mij
te waken; want gij zult spoedig uit uw
slaap gewekt worden. Want ziet», enz.
Dit laatste is, over het geheel genomen,
misschien de beste uitlegging.
Les LXXIII. — Verraden, Verlaten en Verloochend,
« Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geërgerd ivordeyi».
Te lezen — Luk. XXH : 47—62; Joh. XVIH : 1—18; {verg. Matth. XXVI : 47-58,
69—75; Mark. XIV : 43—54, 66—72).
Te leeren — Joh. XVI : 32; Luk. XXII : 61, 62. (Gez. 111 : 5, Gez. 121 : 4).
Voor den Onderwijzer.
Het doel van den onderwijzer in deze en de volgende twee of drie Lessen
moet zijn het verhalende gedeelte zoo duidelijk en zoo aanschouwelijk
mogelijk te maken. Voor een enkelen keer moet de «toepassing» een zeer
ondergeschikte plaats bekleeden. Men denke maar eens, welk een groot
voordeel het zou zijn, indien men eenvoudig de bijzonderheden van de lijdens-
geschiedenis van den Heer in het gemoed en het geheugen der kinderen kon
inprenten. Wanneer deze grond eenmaal gelegd is, hoeveel kan er dan nader-
hand op gebouwd worden! En het is zeker, dat dit gedaan kan worden,
zooals velen, die deze regelen lezen, zouden kunnen getuigen uil de onder-
vinding hunner eigen kindsheid. Het is daarom bepaald der moeite waard voor
den onderwijzer, om in gedachten de voorvallen één voor één na te gaan,
totdat zij zich vormen tot eene reeks van tooneelen, die hij nimmer kan vergeten;
zoodat de beschrijvingen, die hij aan zijne klasse geeft, eene frischheid en
levendigheid hebben, welke nimmer verkregen kunnen worden, wanneer hij
met moeite eene slecht voorbereide Les ten einde brengt.